De Protestantse Kerk in Nederland is tegen de predikant geen kerkrechtelijke procedure gestart. Wel besloten de classes Walcheren en Zierikzee in oktober van dit jaar een theologisch gesprek met de „atheïstische predikant” aan te gaan. Dat werd donderdagavond gevoerd. Ds. Hendrikse ging in gesprek met ds. W. Dekker uit Serooskerke (Walcheren) en ds. J. W. Scheurwater uit Oud-Vossemeer. De avond werd bezocht door zo’n honderd mensen, afgevaardigden van de classes en belangstellenden, onder wie predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging.
De avond was bedoeld als een ”kerkelijk gesprek”. „We kunnen stevig met elkaar in debat gaan, maar de uitkomst moet open zijn en blijven tot aan de laatste dag”, zei ds. P. Broere, protestants predikant in Tholen en Poortvliet, ter inleiding. „De Protestantse Kerk is een veelkleurige kerk met uiteenlopende geloofsvisies. In het kerkelijk gesprek zijn niet individuele gelovigen met elkaar in gesprek, maar verschillende stromingen, modaliteiten, geloofsvisies die we tegenkomen binnen de kerk. In alle verscheidenheid willen we samen kerk van Jezus Christus zijn.”
Niet-theïst
Ds. Hendrikse wil niemand ervan overtuigen dat God niet bestaat, zo begint hij zijn inleiding. Zijn boek is gericht aan die mensen in en buiten de kerk die twijfelen aan God - volgens hem ook nog eens een meerderheid. „De bewering dat God niet bestaat doe ik als atheïst én als predikant. Een atheïst is niet een godloochenaar, maar een niet-theïst. Hij ontkent een bepaalde opvatting over God. Atheïsme is dus niet meer dan een ontkenning.”
Maar hij doet zijn bewering ook als predikant. „Ik doe dat met de Bijbel in de hand. Ik beweer dat de Bijbelse God oorspronkelijk niet bestond. Dat God niet bestaat, is juist het unieke van de joods-christelijke traditie. God heeft nooit iets gezegd, ook niet tegen Mozes toen deze aan Hem vroeg wat Zijn Naam was. „Ga maar, dan ga Ik met je mee”, was het antwoord. God is dus als een ervaring begonnen.”
En de Persoon van Jezus? „Die relativeer ik ook”, stelt ds. Hendrikse. „Om in God te geloven, heb je Jezus niet per se nodig. Het christendom is voor Europeanen een zijspoor waarin wij toevallig beland zijn. Ik spreek liever van een weg, een waarheid, en, als het mag, over jouw en mijn leven. Aan tradities is geen gezag te ontlenen. Ik neem mijn uitgangspunt in het heden en wat mij betreft in het individu. Het gaat niet om de vraag: Beweeg ik mij in de christelijke traditie, maar: Klopt deze traditie met mij? De vrijzinnige omgang met traditie is overigens al een feit sinds met name de negentiende eeuw.”
Ds. W. Dekker erkent met ds. Hendrikse dat de Schrift een grote hoeveelheid van stemmen en ervaringen van God laat zien. „De God die wij proberen te kennen, gaat ons kenvermogen te boven. We hebben de opdracht om God te zoeken en gestalte te geven, met hoofd, hart of handen. Laat niemand komen met massieve uitspraken over God die de ander de ruimte ontnemen.”
Toch heeft de predikant de indruk dat ds. Hendrikse te negatief spreekt over de eigenschappen van God zoals die in de belijdenisgeschriften geformuleerd zijn. Hij neemt ook afstand van de „cynische toon” in de uitspraken van ds. Hendrikse over de kerk. „In het spreken over de kerk hecht ik aan de menselijke maat. We kunnen elkaar verketteren en veroordelen, maar ook pogen zo dicht mogelijk bij elkaar te komen. De kerk is voor mij een beweging van mensen rond Jezus Christus als levend middelpunt.”
Gevecht
Ds. Scheurwater stelt dat zijn geloof in God ook een „gevecht” is. „Ik heb het bevestigd gezien, niet zozeer in ervaringen, maar in gesprek met de grote atheïsten, heiligen, theologen en filosofen van alle kerken en plaatsen.” Jezus Christus, de Bijbel en het christelijk geloof zijn niet logisch te bevatten. „Het is óf krankzinnig, óf waar. Het christelijk geloof overrompelt mij als iets overduidelijks dat niet door mensen is verzonnen.”
Het christelijk geloof is volgens hem het enige geloof dat antwoord geeft op de oorsprong en het wezen van het lijden. „Het leert mij dat God goed is en dat de wereld goed begonnen is. Het christelijk geloof geeft aan het lijden betekenis. Ons lijden is niet voor niets, het doet ons groeien naar de Man van Smarten. Als je de Bijbel leest, moet je concluderen dat deze oproept tot een concreet geloof in een concreet bestaande God.”
God is voor mij een ”tegenover”, reageert een bezoeker, niet slechts een ervaring. „Ik heb moeite met de opzet van deze avond. Het zijn drie ervaringen die ik hoor. Dat vind ik geen classicaal gesprek over waar het over moet gaan, namelijk de vraag of God bestaat of niet.”
Toch is deze avond goed, zegt een andere bezoeker. „Er was veel geruzie over het boek van ds. Hendrikse, maar niemand heeft hier ruzie, zo blijkt uit de avond. Je kunt dus over deze dingen best praten. Daarom is een vervolggesprek nodig.”
Ds. Hendrikse sluit tijdens het gebed zijn ogen niet en vouwt zijn handen niet, stelt een ander, die de ervoor aanwezig was bij de begrafenis van de vader van de minister-president. „De dienst was één loflied op God. God was met Zijn Geest daar Zelf aanwezig. Wat vind jij daarvan?” Ds. Hendrikse: „Als jij dat zo ervaart, moet jij dat God noemen.”
Buurman
Ds. L. Wüllschleger, hervormd predikant in Middelburg en collega van ds. Hendrikse: „Ik verschil fundamenteel met je over vele dingen, dat weet je, maar toch zit ik te luisteren. En dan is mijn diepste vraag: Wat wil je nu precies? Wat bied je nu je buurman?”
Ds. Hendrikse antwoordt dat hij zijn boek geschreven heeft voor hen in de kerk die tegen God aanlopen en voor hen die buiten de kerk om God heen lopen. „Na een jaar kan ik in alle bescheidenheid zeggen dat ik die groep wel heb bereikt.”
Ds. Wüllschleger: „Ik hoor alleen woorden. Je trekt zelf ook een rookgordijn op, wat je de orthodoxen verwijt.” Ds. Hendrikse moet kennelijk alle moeite doen om de vraag te begrijpen.
Ds. Broere zegt aan het slot van de avond dat het jammer is dat de aanwezigen elkaar niet hebben kunnen vinden. Of er een slotvraag is? Ds. M. van Kooten uit Scherpenisse staat op: „Als zo over de Allerhoogste gesproken wordt zoals Hendrikse doet, moet hij zijn consequenties nemen. Dit is voor mij afgelopen.” „Amen”, roept een ander.