In de Domkerk in Utrecht is begin deze week de expositie ”Op het lijf gedragen. Doophemden in de Dom” geopend. Op de tentoonstelling zijn achttien doophemden te zien van textielkunstenares Marijke Jager en couturière Jeanette de Wilde. In de kooromgang van de kerk hangen exemplaren die jongeren uit Heerenveen en Utrecht voor zichzelf hebben gemaakt.
Het doophemd wil het geloof van de drager uitbeelden. Een van de hemden heeft de titel ”Bescherming” en is geheel bedekt met bladzijden uit de belijdenisbijbel van Marijke. „Om het lijf te beschermen tegen kou en bevriezing, deed men vroeger een krant onder het hemd: Gods Woord beschermt je als je op weg gaat”, luidt de uitleg. In een ander doophemd, een dun, zijden babyhemdje, zijn waterdruppels geweven. Het verbeeldt de kwetsbaarheid van de mens. „De aangebrachte waterdruppeltjes, gemaakt van haar, staan voor de beschermende woorden: Er zal geen haar van je hoofd vallen...”
Uitvinder van het doophemd is de protestantse predikant C. Wessel uit Heerenveen. Het idee kwam enkele jaren geleden in hem op en werd gaandeweg concreter. „Het doophemd is een concept met een aantal eenvoudige bestanddelen”, zegt ds. Wessel. „Het is bij voorkeur van linnen, met daarop een symbool dat verwijst naar Christus of naar God. Het hemd wordt gedragen onder de kleding, direct op de huid.”
In het boekje ”Op het lijf gedragen. Doophemden als uiting van geloof”, licht ds. Wessel de betekenis van het kledingstuk toe. „Het doophemd is nieuw, maar roept meteen een veelheid aan bijbelse en theologische associaties op. Het verbeeldt dat je bekleed bent met Christus. De apostel Paulus gebruikt het beeld dat je in de doop Christus aantrekt, als was Hij een kledingstuk. Het doophemd materialiseert dat beeld.”
Het doophemd is niet hetzelfde als een doopjurk. Ds. Wessel: „Het is geen kledingstuk dat je tijdens je doop hoeft te dragen, maar is bedoeld als herinnering aan de doop.” Zelf heeft de Heerenveense predikant verschillende exemplaren. „Dat is handig als er één in de was is. In je leven kun je meerdere doophemden hebben, stel ik me zo voor. Want je wordt misschien wat dikker, je hemd verslijt, je geloof wordt anders.”
Ds. Wessel draagt zijn doophemd wanneer hij dat wil. „Er is geen gebod dat je het verplicht moet dragen. Ik begon ermee in kerkdiensten waarin ik voorging of die ik bezocht. Sinds kort probeer ik het hemd ook te dragen bij andere gelegenheden. Dat valt niet mee. Alsof ik geen zin heb om steeds te geloven, steeds christen te zijn en ik met mijn doophemd mijn geloof aan- en uittrek.”
Het doophemd is van linnen en verwijst naar de onderkleding van de tempelpriesters van Israël, legt ds. Wessel uit. „Het geeft daarmee iets heiligends en iets priesterlijks aan de drager. Linnen werd ook gebruikt om doden in te wikkelen. De evangelist Johannes vermeldt de linnen windsels waarmee Jezus gebonden lag. Het maakt het doophemd ook tot een doodshemd, een teken dat je in de doop met Christus gestorven bent.”
Ds. Wessel vroeg de textielkunstenaressen Marijke Jager en Jeanette de Wilde enkele doophemden te ontwerpen en te maken. Zelf ging hij aan de slag met een groep jongvolwassenen uit zijn eigen gemeente. De creaties van de kunstenaars en de jongeren zijn te zien in de Utrechtse Domkerk.
Maaike (17) ontwierp een hemd met geborduurde korenaren. „De halmen hebben verschillende betekenissen”, zo legt zij uit. „Jezus kan in iedere persoon groeien als je een goede ondergrond geeft. Maar ook: de vrijheid van vakantie, de zon op een groot gouden korenveld.”
Marij (15) koos voor een doophemd met een boot daarop. „De boot staat symbool voor mijzelf, gewoon omdat ik graag zeil. Dat een boot ook voor gemeenschap staat, is een toevallige maar goede bijkomstigheid.”
Over de doophemden in de Domkerk wordt verschillende gedacht, zo blijkt uit het gastenboek. Een bezoekster vindt het kledingstuk „een prachtige hulp bij het doorleven en verinnerlijken van geloof en bezieling.” Voor anderen heeft het doophemd weinig om het lijf. „Gaan we hiermee niet terug naar de tijd vóór de Reformatie? Het hoort niet bij de doop en er staat niets over in Gods Woord”, schrijft Esther uit Dordrecht.
Ds. Wessel kan weinig met deze kritiek. „Het klopt dat het doophemd niet in de Bijbel wordt genoemd, maar hetzelfde geldt voor de doopjurk. Het is meer een uitwerking van wat Paulus schrijft over het bekleed worden met Christus. Het doophemd maakt van een beeld in taal een beeld in stof.”
De tentoonstelling ”Op het lijf gedragen. Doophemden in de Dom” duurt tot 26 juni. De Domkerk in Utrecht is maandag t/m vrijdag geopend van 10.00-17.00 uur; zaterdag van 11.00-15.30 uur.