Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Dienaar in het licht van de eeuwigheid

 Het Auditoire de Calvin in de Zwitserse hoofdstad.
 1 van 4  

Het Auditoire de Calvin in de Zwitserse hoofdstad.

Eind zestiende eeuw meldde een boer aan zijn lutherse predikant dat hij ’s nachts om zijn huis een heks had zien vliegen. Toen hem gevraagd werd de heks te beschrijven, vertelde de boer dat deze verdacht veel op Calvijn leek. Historisch of niet: het voorval, waarmee het nieuwe ”Calvijn Handboek” inzet, laat zien dat het beeld dat velen van de Geneefse reformator hadden én hebben, niet bepaald positief is.
Heel veel van wat er de eeuwen door aan negatiefs over Calvijn is beweerd, klopt echter écht niet, zegt dr. W. A. den Boer, wetenschappelijk medewerker aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken. „Maar het blijkt bijna onmogelijk om beelden die zich eenmaal hebben vastgezet, bij te stellen.” Prof. dr. F. van der Pol, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg): „De enige weg is, denk ik, nuchter onderzoek te verrichten. De bronnen zelf laten spreken.”

Het ”Calvijn Handboek”, onder redactie van de Apeldoornse hoogleraar prof. dr. H. J. Selderhuis, wil in elk geval een poging in die richting doen. Vanavond wordt het, bij de opening van het Calvijnjaar 2009 op Kasteel De Vanenburg in Putten, officieel gepresenteerd. Binnen afzienbare tijd zullen ook een Duitse, Engelse en Italiaanse editie het licht zien.

De meer dan 600 bladzijden tellende bundel (uitg. Kok, Kampen; 75 euro) bevat bijdragen van tientallen Calvijnonderzoekers, uit Europa, Canada en Noord-Amerika. „Het is een echt overzichtswerk geworden”, zegt dr. Den Boer, die prof. Selderhuis assisteerde bij het redigeren ervan. „Een Calvijnencyclopedie, zeg maar.”

Nieuwe jeugd
Dr. Den Boer en prof. Van der Pol zijn deze maandagmorgen naar de pastorie van nóg een Calvijnkenner, dr. W. H. Th. Moehn in Oldebroek, gekomen voor een gesprek naar aanleiding van het nieuwe Calvijn Handboek. De vrijgemaakte hoogleraar en de hervormde predikant behoren tot de twaalf Nederlandse auteurs die een bijdrage leverden. Prof. Van der Pol schrijft over de „diepgaande invloed” die Calvijn heeft gehad op het ontstaan van het Nederlandse calvinisme; dr. Moehn wijdt een hoofdstuk aan Calvijn als prediker.

Het onderzoek van Calvijn is in volle gang en beleeft wereldwijd zelfs een nieuwe jeugd, constateert prof. Selderhuis in zijn Woord vooraf. Hoe verklaart u deze belangstelling?
Prof. Van der Pol: „Je mag hopen dat het hier gaat om een zoektocht naar ankers, naar duidelijkheid. Om een heroriëntatie op de bronnen. En wat mij betreft kan een zoekend christendom ook nergens beter terecht. Neem alleen al het feit dat heel Calvijns denken in het teken stond van de eschatologie, van het toekomende - dan zijn we heel wat kwijtgeraakt.”

Dr. Den Boer: „Wat ik me wel een beetje afvraag, is of er écht sprake is van een herwaardering van Calvijn, in Nederland althans.”

Dr. Moehn: „In Nederland misschien niet, maar internationaal toch zeker wel.”

Dr. Den Boer: „Absoluut. In landen als Japan, Korea en India zie je een grote belangstelling voor Calvijn.”

Prof. Van der Pol: „Dit jaar wordt ook in Japan een Calvijncongres gehouden.”

Weer een boek over Calvijn. Wat maakt het ánders dan andere?
Prof. Van der Pol: „Er is vandaag geen vergelijkbaar boek waarin zo veel aspecten van Calvijn in één handzaam geheel aan de orde komen.”

Dr. Den Boer: „Uniek is denk ik ook de grote verscheidenheid aan auteurs die eraan hebben meegewerkt. Wat ik zelf een heel mooi stuk vind, is dat van VU-hoogleraar Wim Janse over de sacramenten. Maar ook dat van -neem het me niet kwalijk- onze eigen hoogleraar prof. A. Baars, over de triniteit. In twaalf bladzijden heb je hier eigenlijk de kern van zijn dissertatie ”Om Gods verhevenheid en Zijn nabijheid” te pakken.”

Aardig, in het licht van de huidige discussie binnen de SGP, was misschien een wat meer expliciete behandeling van het thema theocratie geweest.
Dr. Den Boer: „Het onderwerp komt in zekere zin aan de orde in de hoofdstukken ”De kerk en de overheid” van Robert M. Kingdon en ”De politiek en het sociale leven” van Dolf Britz. Maar inderdaad, niet zozeer binnen de Nederlandse context. Wat trouwens ook wel weer verhelderend kan zijn.”

Dr. Moehn: „De vraag is of je Calvijns opvattingen hierover, in die tijd, in die omstandigheden, zomaar kunt inbrengen in een hedendaagse Nederlandse discussie. Zorgvuldigheid is dan wel vereist.”

Prof. Van der Pol: „Calvijn adviseert in zijn correspondentie ook steeds rekening te houden met de politieke constellatie van een bepaald land.”

Het beeld dat velen van Calvijn hebben, is niet best.
Dr. Den Boer: „Er zijn door de eeuwen heen zo veel mythen ontstaan, en zie die maar eens te ontzenuwen. Neem het beruchte proces tegen de ketter Michael Servet. Natuurlijk, achteraf kun je misschien zeggen: Dit had zo niet gemoeten. Maar nauwkeurig onderzoek heeft een en ander toch wel in een wat ander licht geplaatst. Servet was door de Rooms-Katholieke Kerk al veroordeeld wegens godslastering. Er was ook al een pop van hem verbrand. Volgens de wetten van die tijd was hij de dood schuldig. En stel nu eens voor dat Calvijn, Genève, Servet wél had getolereerd. Dan hadden Calvijns tegenstanders heel gemakkelijk kunnen zeggen: „Zie je wel, ze nemen het niet zo nauw met de waarheid.” Daar komt nog bij dat Calvijn zelf heeft aangegeven dat hij Servet nooit heeft gehaat. Een paar dagen voordat Servet op de brandstapel terechtkwam, heeft hij nog geprobeerd hem op andere gedachten te brengen. Maar Servet wilde niet.”

Prof. Van der Pol: „Naar ik begreep, wordt in het Calvijnjaar ook van rooms-katholieke zijde nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de schaduwkant van de zaak-Servet.”

Tamelijk hardnekkig is toch ook wel het beeld dat Calvijn iets gehad heeft met een andere vrouw.
Prof. Van der Pol: „Er is zo veel geschreven over Calvijn, met name van rooms-katholieke zijde, door Bolsec onder anderen. Volgens kardinaal Baronius zou Calvijn een ”sodomieter” zijn geweest. En in Genève zou hij een exorbitant hoog salaris hebben verdiend.”

Dr. Den Boer: „Maar toen Calvijn op de kerkenraad van Genève ervan beschuldigd werd gierig te zijn, schoot de hele kerkenraad in de lach: als er één sober leefde, was het wel Calvijn, en als hij al wat over had, schonk hij het weer weg.

Het spreekwoord luidt wel: Waar rook is, is vuur, maar in het geval van Calvijn gaat dat op heel veel punten duidelijk niet op.”

En die vrouw?
Dr. Den Boer: „Vergeet het maar. Er is geen enkele aanwijzing voor.”

Dr. Moehn: „Integendeel: uit Calvijns schriftelijke nalatenschap spreekt een grote liefde tot zijn eigen vrouw, Idelette.”

Prof. Van der Pol: „Ook als zij gestorven is, wijdt hij zeer waarderende woorden aan haar.”

Hervormingsdag 2008 staat voor de deur. Welk verband valt er te leggen tussen 31 oktober 1517 en Calvijn?
Prof. Van der Pol: „Zonder meer het sola Scriptura: alleen de Schrift, tegenover Rome. Calvijns nadruk ook op kleur bekennen, hoe moeilijk dat bij alle vervolging van rooms-katholieke zijde ook was. Nicodemisme, waaraan hij zichzelf ook een tijdlang schuldig had gemaakt, wijst hij af.”

Den Boer: „Calvijn heeft Luther tot zijn spijt nooit ontmoet. Maar hij heeft, als man van de tweede generatie hervormers, Luther altijd gewaardeerd als zijn vader - al kon hij met Luthers karakter niet altijd even goed uit de voeten. Maar als Luther positief oordeelde over een geschrift van Calvijn, kon hij daar ontroerd door raken.”

Dr. Moehn: „Het sola Scriptura, ja, dat was zeker ook Calvijns lijfspreuk. Zijn leven, zijn werk, het stond geheel in het teken van het uitleggen van de Schrift. Dáár ging het hem om, niet om de gevierde theoloog te worden. Het Woord moest het weer voor het zeggen krijgen.”

U schreef een hoofdstuk over Calvijn als prediker. Wat kunnen predikanten vandaag van Calvijn leren?
„Blijven kloppen op de woorden. Steeds opnieuw: studeren, het Woord overdenken. Grote moeite had Calvijn met de dopersen, die dat niet nodig vonden, zich beriepen op het innerlijk licht. En nog iets: ook als predikant, als theoloog, altijd leerling blijven. Je bent geroepen om het Woord te verkondigen. Maar dat Woord richt zich ook tot jou. En: leer en leven moeten een eenheid zijn.”

Den Boer: „Actueel is ook het grote belang dat Calvijn hechtte aan de grondtalen.”

Dr. Moehn: „Calvijn nam de grondtalen mee de kansel op!”

„Och, leefde Luther nog maar”, verzuchtte Calvijn in 1555, afstand nemend van de lutheranen. Moeten we nu zeggen: „Och, leefde Calvijn nog maar”?
Prof. Van der Pol, resoluut: „Nee. God roept ons nu, op deze plaats, in deze tijd. Calvijn heeft zelf gezegd: Maak van mij niet een idool, en van Genève niet een soort Jeruzalem.”

Luther is getypeerd als ”mens tussen God en duivel”. Daarop voortbordurend heeft prof. Selderhuis Calvijn gekarakteriseerd als ”mens tussen God en de gevaarlijke, verleidelijke wereld”. Hoe zou u Calvijn, kort en bondig, willen typeren?
Lang blijft het stil.

Dr. Den Boer, aarzelend: „Iets als: vreemdeling in een chaotische, gevaarlijke wereld op weg naar de hemel?”

Prof. Van der Pol: „Of: mens in het licht van de eeuwigheid. Dus niet: in de schaduw van de eeuwigheid, maar in het licht daarvan.”

Dr. Moehn: „Of: in dienst van het Koninkrijk.”

Prof. Van der Pol: „Dienaar in het licht van de eeuwigheid.”

Den Boer: „Ja, zo misschien. Een dienaar, dat was Calvijn. „Laat mij maar verteren, als ik maar nuttig ben”, schreef hij eens. En bij alles wat je misschien op hem kunt aanmerken, één ding is zonneklaar: zijn leven stond geheel en al in dienst van de Heere en de kerk.”

In Kasteel De Vanenburg in Putten begint donderdagavond de conferentie ”Calvin - Reformer or Saint?”, die tot en met zaterdag duurt.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek