In een driedelige serie laat Terdege christenwetenschappers aan het woord „die met hun opvattingen over het begin van Genesis ook onder christencollega’s steeds meer alleen komen te staan.” Behalve Bruinsma zijn dat Pieter Siebesma (onder andere parttime hoogleraar judaïca in Leuven) en Kees Roos (emeritus hoogleraar wiskunde in Delft).
Al in zijn studententijd had –de van huis uit vrijzinnig georiënteerde– Bruinsma problemen met de evolutietheorie. „Toen ik christen werd, zo’n dertig jaar later, raakte ik er opnieuw in geïnteresseerd. Gezien de enorme wetenschappelijke vooruitgang in de achterliggende decennia zou je verwachten dat heel veel gaten inmiddels waren gevuld.”
Dat bleek echter „helemaal niet het geval”, ontdekte hij. „Alle wezenlijke vragen stonden nog steeds recht overeind.”
Het eerste „grote” probleem betreft het ontstaan van het leven, aldus Bruinsma. Het tweede „zit in de gang van laag naar hoog georganiseerd.”
Het derde probleem voor een evolutionist is volgens hem „de complexiteit die optreedt. Hogere levensvormen zijn in hun bouw, functie en gedrag veel complexer dan lagere. Daar zat Darwin al mee.”
Dat veel wetenschappers toch met grote stelligheid de aannames van de evolutietheorie blijven poneren, komt volgens Bruinsma „omdat ze evolutionist zijn. Wat hebben de communisten niet allemaal beweerd, tegen beter weten in?”
Vorig jaar bleekt uit een enquête dat bijna 40 procent van de studenten en medewerkers van Wageningen Universiteit de evolutietheorie niet als enige verklaring voor het leven op aarde ziet. Bruinsma deelt de mening van prof. Han Zuilhof, sinds vorig jaar „persoonlijk hoogleraar” organische chemie aan de universiteit, „dat dit percentage voor mensen die er echt over nadenken, nog aan de lage kant is.”
Voor het Terdege-interview "Verwonderd over Gods Schepping" zie de link in de rechterbalk.