Volgens de samenstellers konden de 16e-eeuwse Nederlanders in hun strijd tegen Spanje niets met Luthers visie op de gehoorzaamheid aan de overheid. „Dan paste Calvijns visie beter en dat gold ook voor zijn gedachten over kerk, economie en wetenschap. Nederland kreeg het calvinisme dus niet opgelegd, maar koos er zelf voor.”
Calvijn heeft het volgens hen in de Nederlanden „niet gemakkelijk (gehad), omdat hij vaak gelijkgesteld is aan een vorm van calvinisme die verantwoordelijk wordt gemaakt voor enkele typisch Nederlandse eigenschappen, die ook al ver vóór Calvijn bestonden.”
Volgens Selderhuis is de reformator zelf nooit in de Nederlanden geweest. „Toch is dat op een bepaalde wijze wel het geval en het resultaat daarvan is duidelijk te zien en met handen te tasten.” Hij laat dat zien aan de hand van de Grote of Sint-Ste-phanuskerk in zijn woonplaats Hasselt, die door de komst van het gedachtegoed van Calvijn een transformatie onderging.
Niet alleen de leer in het Nederlands gereformeerd protestantisme is terug te voeren op Genève, ook op het terrein van de cultuur is de invloed van Calvijn aanwijsbaar. Ilja M. Veldman gaat na in hoeverre de beeldende kunst in de 16e en de 17e eeuw is gestempeld door het calvinisme. Dr. Jan R. Luth schetst hoe de psalmen van Genève ingang vonden in het Nederlands taalgebied.
Bij het rijk geïllustreerde boek is een cd gevoegd waarop het ensemble Camerata Trajectina calvinistische muziek uit Frankrijk en de Republiek ten gehore brengt. In een toelichting bij de cd stelt Louis Peter Grijp, artistiek leider van het ensemble, dat het calvinisme „heel veel mooie muziek heeft opgeleverd, ondanks de kaalslag die de invoering van de onbegeleide gemeentezang in de zestiende eeuw betekende voor de kerkmuziek en zijn hoogontwikkelde polyfone traditie.” Grijp laat zien dat de Fransman Claude Le Jeune in de Republiek de invloedrijkste calvinistische componist van vocale muziek was.