Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Cursus wil brug slaan tussen moslim en christen”

 Cursus. Foto RD
 1 van 2  

Cursus. Foto RD

„Zijn man en vrouw in de islam gelijkwaardig? Wanneer zijn je zonden vergeven volgens het christendom?” Christenen en moslims in Rotterdam vroegen elkaar de oren van het hoofd in een cursus om elkaars godsdienst beter te leren kennen.

Hijgend komen twee cursisten deze woensdagavond de zaal binnen van stichting Islam en Dialoog in Rotterdam. De ruimte waar de cursus plaatsvindt, bevindt zich op de vierde verdieping. Dat betekent traplopen voor wie sportief wil zijn.

Gastheer Alper Alasag van de stichting verwelkomt de deelnemers met een kopje koffie of thee en een koekje. De zaal staat vol met mahoniekleurige tafels en stoelen en is sfeervol aangekleed met roodbruine gordijnen en schilderijen aan de muren.

Chaquer Chakir, donker haar, zwarte baard, volgt de cursus voor de tweede keer. „Er is veel onbegrip tussen moslims en christenen. Moslims denken bij christenen algauw aan de kruistochten. Christenen associëren de islam vaak met geweld. Om die vooroordelen te doorbreken is het goed om elkaar beter te leren kennen. Dat leidt tot meer begrip voor elkaar.”

„Een unieke cursus”, zo introduceert ds. W. M. van Laar, missionair predikant van de hervormde gemeente Delfshaven, de bijeenkomst bij de ruim dertig aanwezigen. „We zijn hier met moslims en christenen, Marokkanen en Turken, mannen en vrouwen om samen het gesprek aan te gaan over de islam en het christelijk geloof. Met een open houding, in wederkerigheid. Dat is bijzonder.”

De hervormde gemeente Delfshaven organiseert de cursus, die vier avonden duurt, samen met de stichting Islam en Dialoog. Doel ervan is dat moslims en christenen elkaars godsdienst beter leren kennen.

Vooraf geeft ds. Van Laar de cursisten één advies mee. „Vraag gerust door naar iemands beweegredenen, maar onthoudt de spelregel: behandel een ander zoals je zelf graag behandeld wordt. Overtuig een ander zoals je zelf graag overtuigd wordt.”

Deze eerste bijeenkomst staat de persoon Eva centraal. Moslima Azize Buyuk, student medische wetenschappen, houdt een inleiding over wat de Koran over Hawah, de islamitische naam voor Eva, zegt. „Adam en Eva pleegden samen zonde en werden samen uit het paradijs gestuurd. Dat geeft aan dat wat de islam betreft man en vrouw gelijkwaardig zijn.”

Volgens Buyuk kent de Koran geen erfzonde. „Adam en Eva toonden oprecht berouw, waarop God hun vergeving schonk. Het verhaal laat zien dat mensen hun schuld niet op anderen mogen afwentelen, maar zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen.”

Regine van Laar, vrouw van ds. Van Laar en ook zelf predikant-geestelijk verzorger, vertelt iets over de persoon Eva uit de Bijbel. „Adam en Eva verborgen zich na hun zonde, maar God zocht hen op. Hij is barmhartig en vol genade en zond Zijn Zoon, Die in ons verloren paradijs kwam.”

In groepjes praten de deelnemers over het onderwerp door. Het viel de christelijke Wubbo Wierenga op dat Buyuk de gelijkwaardigheid van man en vrouw sterk benadrukte. Denken alle stromingen binnen de islam er zo over? vraagt hij de islamitische Olcay Kayhan. Die antwoordt: „In theologische zin wel: man en vrouw zijn volgens de Koran gelijkwaardig voor God. Maar de uitwerking is niet overal hetzelfde.”

„Als man en vrouw gelijkwaardig zijn, waarom draagt Buyuk dan een hoofddoek?” vraagt een christelijke cursiste.

Kayhan: „Vrouwen zijn wel gelijkwaardig, maar niet gelijk aan de man. Het dragen van een hoofddoek is de eigen keus van de vrouw. Sommige vrouwen ervaren hierdoor dichter bij God te komen.”

Bayram Kocak: „Als ik met mijn vrouw over straat loop, denkt iedereen dat ik haar dwing een hoofddoek te dragen, maar het is haar eigen keus. Ik verplicht haar niets. Dat doen de mannen in Iran wel. Dat land is een slechte reclame voor ons geloof.”

Wat moet je in de islam eigenlijk doen om vergeving van je zonden te krijgen? vraagt de christelijke Evelyn Lammerse zich af.

Kayhan: „Het is nooit zeker of je vergeving krijgt. Dat hangt ervan af of je werkelijk berouw van je zonden hebt. Een mens kent zichzelf daarin het best. God wil dat je eerlijk bent tegen jezelf.”

Lammerse: „Maar hoe kan een heilige God een zondaar vergeven?”

Kayhan: „Sluit dat elkaar uit? Wat bedoel je daarmee?”

Lammerse: „Neem als voorbeeld een rechter. Die kan toch niet iemand zomaar vrijspreken zonder straf te geven? Hoe wordt bij jullie de rekening vereffend?”

Kayhan: „Vergelijk het met een boete die je betaalt na een overtreding. Die boete is bij ons berouw. God is echter aan ons niets verplicht. Het is niet onrechtvaardig als Hij niet vergeeft. Tegelijkertijd zullen wij ook nooit begrijpen hoe breed Zijn armen zijn die ons omhelzen.”

Wierenga: „Er zijn toch ook zonden die je onbewust doet? Daar heb je geen berouw over.”

Kayhan: „Daarom bidden wij na elk gebed: Vergeef ons onze zonden. Ons hele leven lang.”

Lammerse: „In het christendom gaat het erom zo veel mogelijk op Jezus te lijken. Is dat bij jullie ook zo?”

Kayhan: „Bij ons gaat het erom Mohammed na te volgen, maar we erkennen Jezus wel als een profeet. Als ik slechts voor een honderdste op Hem zou lijken, zou ik zeker naar de hemel gaan.”

Lammerse: „In het christendom is Jezus de Zoon van God Die onze zonden heeft gedragen. Dat is de betaling voor de schuld.”

Kayhan: „Hoe zit het dan met de mensen die daarna nog zonden doen?

Lammerse: „Hij heeft in één keer de prijs betaald, ook voor al de zonden die wij nog gaan doen. Dat betekent niet dat als je in Jezus gelooft, je kunt doen wat je wilt. Ook bij ons neemt berouw een belangrijke plaats in.”

Ds. Van Laar meldt dat de tijd om is. „Jammer”, zegt Wierenga, „ik had nog graag wat moslims willen bekeren.” Zijn buurman Kocak schaterlacht om de grap.

Wierenga, student christian studies of science and society aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, kijkt tevreden terug op de avond. „Ik heb veel geleerd. Ik wist niet dat berouw zo belangrijk is in de islam. Ook vond ik het grappig te ontdekken dat een traditioneel geklede moslima heel moderne opvattingen kan hebben.”

Ook de islamitische Chakir is positief. „Als ik nu een christen op straat tegenkom, sla ik hem op de schouder en zeg: „Ha broeder.” Er is meer contact tussen christenen en moslims. Dat is winst.”


Christendom en Islam

De cursus ”Christendom en Islam”, die voor het vierde jaar wordt gegeven, is een initiatief van ds. W. M. van Laar, missionair predikant van de hervormde gemeente Delfshaven, en Alper Alasag van de Stichting Islam en Dialoog.

De beide mannen ontmoetten elkaar enkele jaren geleden en sloten vriendschap. Tijdens hun gesprekken over islam en christendom kwamen ze op het idee een gespreksgroep te starten. Uiteindelijk mondde dit in 2008 uit in de huidige cursus.

Ds. Van Laar: „Tussen moslims en christenen bestaan veel vooroordelen. Alper en ik willen bruggen slaan tussen mensen, hen met elkaar in gesprek brengen met behoud van hun eigen identiteit.”

De wederkerigheid noemt de predikant het unieke aan de cursus. „Moslims en christenen gaan op een open en respectvolle manier met elkaar om. Ze komen niet om elkaar te overtuigen of te bekeren, maar om met elkaar in gesprek te gaan, door te vragen en van elkaar te leren.”

Wat is het nut van een dergelijke dialoog? De kloof blijft toch wel bestaan.

„Als christenen zijn we geroepen om vredestichters te zijn, om bruggen te slaan, zonder hierbij onze identiteit te verloochenen. De samenleving heeft behoefte aan personen die op een vreedzame manier omgaan met mensen die anders denken dan zijzelf.”

Wat is de oorzaak dat dergelijke gespreksgroepen weinig voorkomen?

„Ik vermoed angst voor elkaar en een gebrek aan vertrouwen. Christenen zijn soms bang voor vragen waarop ze geen antwoord weten, bijvoorbeeld over de drie-eenheid of de verzoening. Of dat ze moeten vertellen wat Jezus Christus voor hen betekent. Tegen hen zou ik willen zeggen: Het is juist goed om moeilijke vragen onder ogen te zien. Daar groei je van.”

Inmiddels hebben meer dan 200 personen de cursus gevolgd. Hoe verklaart u de belangstelling?

„In een sfeer van vertrouwen en vriendschappelijkheid voeren we wezenlijke gesprekken. Daar is blijkbaar behoefte aan.”

Wat zijn de vruchten van de cursus?

„Christenen ontdekken de overeenkomsten met de islam, maar ook het karakteristieke van het christelijk geloof. Er groeit vertrouwen. Sommige deelnemers zeggen tegen mij: Als het nu gaat over de islam denk ik niet langer aan een systeem, maar zie ik Fatima of Ahmed voor me.”

Zit er ook niet een zeker risico aan zo’n dialoog?

„Zeker. Als je open en eerlijk bent, ben je ook kwetsbaar. Tot nu toe heeft er nog geen overstap plaatsgevonden, maar het zou kunnen gebeuren. In vertrouwen op God en Zijn Geest durf ik echter de gesprekken aan. De Heilige Geest werkt juist in spanningsvolle situaties.”


Pelgrimsvaderskerk

De hervormde gemeente Rotterdam-Delfshaven, die zich rekent tot de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, wil missionair en diaconaal aanwezig zijn in de wijk. Ze komt ’s zondags samen in de Oude of Pelgrimvaderskerk.

De gemeente investeert in de dialoog met moslims door het organiseren van gespreksgroepen en cursussen over islam en christendom en neemt actief deel aan het Beraad van Kerken, Moskeeën en Mandirs in Delfshaven.

Ds. W. M. (Martijn) van Laar is sinds juni 2009 als missionair predikant verbonden aan de gemeente. Daarvoor was hij er vijf jaar missionair werker.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
 
Reacties
De profeet Jesaja, ( Taurah) geleid door de Heilige Geest, schrijft op verschillende plaatsen:

Vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. 43:10b

Ik ben de eerste en Ik ben de laatste - dat kan je alleen zeggen, als je de Enige bent- en buiten Mij is er geen God. 44:6, 8

Ik immers ben God en er is geen ander, God, en niemand is Mij gelijk 46:9



Dit betekent, denk ik, o.a. het volgende:

Als een mens, waar dan ook en in welke cultuur dan ook, gaat ontdekken door het zien van Gods werken in de Schepping (Romeinen 1) (Indjil) dat er een God moet zijn, Hem aanbidt en zich voor Hem neerbuigt, hij zich dan buigt voor de Eeuwige God, die hij misschien niet kent

Een voorbeeld is Cornelius in Handelingen 10. (Indjil) Vroom, een man die God vreesde en veel aalmoezen gaf (zakat) en voortdurend tot God bad (salat)

Hij boog zich neer voor de enige God, maar kende Hem niet echt en zeker niet als Vader.

Deze man wist nog niet dat God, als een vader, een relatie met de mens wil hebben.

Dat kan alleen door de Here Jezus. (Isa Masih) Johannes 14:6.

En God hoorde zijn gebed en zijn aalmoezen zijn voor de Enige God in gedachtenis gekomen.

Bij deze geschiedenis denk ik vaak aan moslems. Het ontroert me

Moslims zijn overtuigd, dat er één God is, de enige God, er is niemand anders.

Zij zien de openbaring van God in de Schepping en buigen zich voor Hem neer.

Ze zeggen te geloven in de God van Ibrahim, Jakoub, Mousa. Ik ben ervan overtuigd, dat God dat op zijn waarde weet te schatten. Of Hij nu aangesproken wordt als Here God, of Dieu, Dios, of als Allah, zoals Arabische christenen doen, Hij kijkt naar het hart. Dat maakt me blij.

Vaak bid ik voor moslems en vraag in mijn gebed: “ Heer, openbaar Uzelf aan hen.

Laat zien Heer, dat U van hen houdt. Laat ze bij het lezen van de Koran gaan verlangen om Isa Masih, Jezus Messias te leren kennen, Hem te ontmoeten.“ Dat ze de Indjil eens zullen lezen.

De Heer luistert. Psalm 94:9.

“Zou Hij die het oor plantte niet horen? Die het oog vormde, niet zien?”

En Hij verhoort onze gebeden. Velen gaan zien dat God ook hun Vader wil zijn. Hij heeft dus kennelijk toch kinderen. Misschien nog in het geheim uit vrees voor de…. Geprezen zij zijn Naam.

Als ik ze ontmoet, spreek ik Gods zegen over hen uit. Ik zeg het tegen ze. Een moslemvrouw, als apothekeres, een vrouw met schattige kindertjes en een baby in een kinderwagen: “Wat heeft u kostbare kinderen. Dat God u mag zegenen.” Tot nu toe is hun reactie nog steeds: Dank u wel.

Als leerkracht heb ik veel moslemkinderen in de klas gehad. Zij luisterden aandachtig, waren eerbiedig. Als ik tijdens mijn vertelling er zo eens tussendoor zei, dat ik van de Here Jezus hield, zei een Marokkaans meisje, Samira: “Ik ook, meester.” Dan trilt er iets in je hart en dan bid je: Heer, U hebt het gehoord. Houdt dit meisje vast. Dit voorval vergeet je niet.

“Heer, openbaar Uzelf aan moslems.” is mijn gebed.



Machiel van Rosmalen | Nieuwegein | 4 mrt 2011 - 17:24
 
De ander is altijd anders. Levinas noemde dat de filosofie van de alteriteit. De ander is ook altijd ongelijk. Elk mens is ongelijk (asymmetrisch) aan een ander mens. Dat een man en vrouw ongelijk zijn is het intrappen van een open deur. Dat geldt voor elk mens ten opzichte van een ander. Daarom geloof ik niet in groepen. Elk mens is een groep.
Gerrit | Gouda | 4 mrt 2011 - 13:53
 
Blijf inderdaad altijd met elkaar praten. Religie en haat horen niet bij elkaar. Omdat God een Zoon heeft , heeft een christen een Vader. God is liefde en bemind ons. God wil dat we in vrijheid in Hem geloven en navolgen. Het Vaderschap, de liefde en de vrijheid. Daar mag het over gaan.
Johan Zout | Rotterdam | 4 mrt 2011 - 12:42
 
Ik begrijp in de islam zijn man en vrouw wel gelijkwaardig, maar niet gelijk. En daarom moeten ze het hoofd bedekken. Dat is in de geref.gez. dus ook het geval. Met een hoed (ook bedekking) naar de kerk en niet in het bestuur. Laat de geref.gez de pvv maar niet steunen. Straks mag de hoed niet meer op.
Pim | Gouda | 4 mrt 2011 - 10:11
 
Plaats een reactie
Naam
Woonplaats
E-mail
Bericht
 
Captcha
Verificatiecode

Hiermee wordt voorkomen dat via geautomatiseerde programma's reacties worden gemaakt en spam wordt verstuurd.

Door te reageren gaat u akkoord met de algemene voorwaarden.

 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek