Ds. C. T. de Groot van de Commissie voor contact en samenspreking (CCS) van de NGK benadrukte in zijn toespraak het belang van eensgezindheid. Hij heeft een dubbel gevoel bij de relatie tussen beide kerken. Enerzijds is hij dankbaar voor de gegroeide herkenning, onder meer in samenwerkingsgemeenten. Anderzijds is er pijn omdat er verschillen zijn gerezen over de hermeneutiek ten aanzien van Schriftteksten over de positie van de vrouw in de gemeente.
De NGK hadden zich in de verklaring van de CGK en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) over de toe eigening des heils herkend en deze aangenomen, aldus ds. De Groot. Van de zijde van de NGK is er teleurstelling over het feit dat deze „uitgestoken hand” niet is aanvaard.
Deputaten constateerden dat de gesprekken tussen deputaten eenheid van de gereformeerde belijders in de CGK en de CCS van de NGK niet hebben geleid tot overbrugging van de verschillende overtuigingen. Ouderling G. van Brenk (Zeist) vroeg zich af of de spanning tussen beide kerken juist niet is toegenomen. Het besluit van de NGK om vrouwen toe te laten tot de ambten zou „enorme consequenties” moeten hebben voor de samenwerkingsgemeenten. „Moeten deze gemeenten niet een keuze maken tussen een van beide kerken?”
Rapporteur ds. A. P. van Langevelde constateerde dat het besluit tot toelating van vrouwen tot de ambten in de meeste samenwerkingsgemeenten geen spanning geeft. Hij stelde verder dat er tussen beide kerken een evenwicht is bereikt, een soort status quo, wat ook iets „vermoeiends” heeft. „We zijn blij dat er weer gesprekken zijn gekomen, al hebben die niet geleid tot overbrugging. Maar wie had dit eigenlijk ook verwacht?”
Prof. dr. J. W. Maris, voorzitter van deputaten eenheid gereformeerde belijders, stelde dat met de CCS langdurig is gesproken over de verschillen tussen beide kerken. Het waren ook „stevige” gesprekken, waarin tegenovergestelde visies op de Schrift naar voren kwamen. „Bij de NGK is geen sprake van Schriftkritiek, maar wel een ander Schriftverstaan, waarbij teksten meer gelezen worden vanuit de context.”
Ontvlechting van de samenwerkingsgemeenten is volgens prof. Maris geen optie. „Als we elkaar gevonden hebben in de plaatselijke gemeente, dan respecteren we dat in dankbaarheid. Het is heilzaam om in het Koninkrijk de dingen niet te zeer in ons kader te willen krijgen.”
Over de toe eigening des heils zei hij dat er verschillende keren op is aangedrongen dat de NGK ook kennis zouden nemen van de overeenstemming tussen de GKV en de CGK op dit punt. Er was bij de NGK wel respons, maar een formele reactie is pas nu gekomen, stelde prof. Maris. Deputaten willen het nu gehoorde signaal van de NGK serieus nemen maar zijn ook „realistisch” over het feit dat op het punt van de toe eigening de gesprekken met de NGK in de jaren negentig zijn vastgelopen.