Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Calvijn zou zijn wenkbrauwen fronsen

 In Genève werd in 1909 de eerste steen gelegd voor een kolossaal Reformatiemonument: 100 meter lang, 10 meter hoog, met imposante beelden van de mannen die absoluut de beeldendienst hadden verworpen: Calvijn, Farel, Beza en Knox, in overtreffende trap. Foto's Sjaak Verboom
 1 van 2  

In Genève werd in 1909 de eerste steen gelegd voor een kolossaal Reformatiemonument: 100 meter lang, 10 meter hoog, met imposante beelden van de mannen die absoluut de beeldendienst hadden verworpen: Calvijn, Farel, Beza en Knox, in overtreffende trap. Foto's Sjaak Verboom

Genève vierde honderd jaar geleden op een grootschalige manier de geboortedag van Calvijn. Een kleine 120 afgevaardigden uit zestien Europese landen kwamen bijeen en hielden toespraken waarin ze hun waardering voor de persoon en het werk van Calvijn uitten. Er waren meer dan vijftig fraaie brieven binnengekomen van kerken die zich verontschuldigden, maar wel hun dankbaarheid te kennen gaven voor wat er in de zestiende eeuw in Genève was gebeurd.
De feestelijkheden begonnen op 2 juli en eindigden op 7 juli, toen een groots opgezet avondfeest aan de oever van het Meer van Genève door fikse regen, wind en kou wat somber afliep. De opvoering van een toneelstuk dat Beza, de opvolger van Calvijn, indertijd had geproduceerd, vulde voor de genodigden een deel van de avond.

Vergeleken met wat wij in dit Calvijnjaar meemaken was het karakter van de herdenking uiterst sober. De kinderen van Genève kregen een fraaie munt met een afbeelding van Calvijn, de gezinnen ontvingen een mapje met twaalf Calvijnzegels, goed voor de postzegelverzamelaars.

Blufferig

Het had weinig gescheeld of het feest was niet doorgegaan. In 1907 kwam het tot een ingrijpende volksraadpleging in Genève, waardoor er een eind gemaakt werd aan de nauwe samenwerking tussen kerk en staat. Dit leek op een kink in de kabel. Tot op dat jaar was de situatie, met een paar kleinere aanpassingen, nog grotendeels gelijk aan de toestand in de zestiende eeuw. De storm die nu opstak, bracht heel het leven in de stad in beweging.

Men heeft er in 1909 niet zo veel van gemerkt, behalve misschien in de toewijding waarmee de vicepresident de toost op het vaderland uitbracht. Calvijn zou dit wellicht niet zo gedaan hebben. De voorzitter van de kerkenraad moest toegeven: „Wanneer onze grote Calvijn in ons midden terug zou komen, zou hij misschien onze republikeinse eenvoud verschrikkelijk blufferig vinden. Hij zou zonder twijfel zijn wenkbrauwen fronsen wanneer hij ons zag, klaar om feest te vieren.”

Maar Calvijn zou ongetwijfeld algauw kalm worden wanneer hij merkte dat het niet om het feest te doen was. De bedoeling was vooral om aan de hele wereld te laten zien dat de grote gedachte van de Reformatie niet op het punt stond te verdwijnen. Integendeel: de protestanten van alle landen waren meer dan ooit samen verbonden om de goede strijd te strijden. In die toonaard werden de gasten verwelkomd. Het feest verbeeldde slechts hun eenheid, die immers bij alle verscheidenheid niet te loochenen viel.

Verbondenheid

Calvijn kon dus gevierd worden. Dat gebeurde ook. Op zaterdag 3 juli kwam de lange reeks van toespraken op gang. Niet eens alle afgevaardigden voerden het woord. De toespraken gaven een pakkend beeld van de waardering die Calvijn en het calvinisme in het begin van de twintigste eeuw in Europa genoten. Voor het grootste deel betrof het, om een formulering van Calvijn zelf te gebruiken, niet zozeer een geloofsoordeel, maar een oordeel der liefde. Nog beter: een oordeel van beleefdheid ten opzichte van het verre verleden, waarbij de geschiedenis tamelijk positief gewaardeerd werd. Soms werd er een voorbehoud gemaakt: de tijden waren immers helemaal veranderd. En dat zou Calvijn ook wel tot andere gedachten hebben kunnen brengen, wanneer hij in hun tijd geleefd zou hebben.

Bij tijden bleek er ook nog steeds sprake van een serieuze verbondenheid met de reformator, niet alleen vanwege zijn persoon en zijn werk, maar ook vanwege zijn opvattingen omtrent het geloof en de blijvende betekenis van Calvijns ordeningen voor de kerk. Calvijns werk had door de eeuwen heen betekenis gehouden. Het was van belang geweest voor de kerk- en de wereldgeschiedenis.

Zo dacht de afgevaardigde van de Duitse calvinisten er tenminste over. Volgens hem zou niemand kunnen ontkennen dat pas met Calvijn de eenheid van de kerken van gereformeerde en lutherse confessie in Duitsland het doel was geworden. Dankzij hem stonden lutheranen en gereformeerden eendrachtig rond de banier van het protestantisme.

Vanuit Engeland en Ierland hadden de presbyterianen, de vrije kerken en de unitariërs samen met de baptisten hun afgevaardigden gestuurd. Uit Frankrijk kwamen diverse afgezanten. Ze werden met grote eer ontvangen. Calvijn was immers zelf een Fransman, en hij had juist daar rechtstreeks veel invloed uitgeoefend. De lijst was lang.

Waalse kerken

Ook twee gedeputeerden uit Nederland voerden het woord. De Waalse kerken waren er en de remonstranten lieten zich representeren door een Leidse professor, dr. M. H. Y. Groenewegen.

De Waalse kerken waren zeer positief over de invloed en de betekenis van Calvijn. Zij konden met gepaste trots vermelden dat zij van meet af aan de kracht hadden gevormd van de Reformatie in Nederland. Vanuit Frankrijk kwamen de grondleggers van het calvinisme, die ook de eerste martelaren werden: Pierre Brully, Guido de Brès en Pérégrin de la Grange. Hun prediking zorgde voor een snelle verbreiding van het Evangelie. Ook al vormden zij nog geen 10 procent van de bevolking, ze wisten door te zetten.

En juist deze Waalse gemeenten kregen grote invloed op het heersende calvinisme. Zij handhaafden het gezag van de belijdenis. Zij oefenden de kerkelijke tucht uit met kracht en volharding, en droegen zo bij aan een hoger niveau van de openbare moraal. Zij bewaarden de liturgie en de catechismus van Calvijn, alsook zijn psalter. Mede dank zij de invloed van deze kerken en hun vertegenwoordigers werd Nederland een calvinistisch land. Het bleef een asiel voor vervolgden, een bolwerk van godsdienstige en politieke vrijheid in Europa.

Maar deze lof op het calvinisme van de Walen werd getemperd doordat de hofprediker van de koningin moest toegeven dat er niet meer zo veel calvinisten onder hen te vinden waren. Maar dat hoefde niemand te verbazen. „Want”, zoals iemand het uitdrukte, „wanneer Calvijn zelf in onze dagen zou leven, zou hij niet meer geloven wat hij had geloofd en niet meer doen wat hij had gedaan, ook al heeft hij niets gezegd wat hij niet voor waar hield en niets gedaan wat hij niet als recht beschouwde.”

Maar dat was het verleden, en dáárover ging het nu. Voor de afgezant van de Waalse kerk ging het in de herdenking in Genève om het verleden dat hen rechtstreeks aan Calvijn zelf verbond. Blijkbaar had hij in het heden weinig meer met Calvijn te maken.

Dankbare tegenstanders

Professor Groenewegen uit Leiden vertelde dat toen de eerste leerlingen van Calvijn uit Genève in de Nederlanden kwamen, dáár de religieuze beweging al begonnen was. Zij werd gekenmerkt door een evangelische vroomheid van Bijbelse eenvoud en kende geen dogmatisch systeem. Het dogma van de predestinatie was haar volkomen vreemd. Erasmus had grote invloed.

Daarom was een strijd met de leerlingen van Calvijn en Beza onvermijdelijk, aldus Groenewegen. Zij waren geïnstrueerd door het grandioze systeem van Calvijns Institutie, gevoed door zijn stevige, maar exclusieve dogmatiek. In die strijd speelde Arminius een belangrijke rol. Zijn opvattingen werden door velen gedeeld. Maar door een staatsgreep van Maurits veranderden de zaken. Diens politieke tegenstander werd onthoofd, de Synode van Dordrecht veroordeelde de theologie van Arminius en verwierp de vrije en antischolastieke opvattingen.

De geest van vrijheid en tolerantie bleef bij de remonstrantse gemeente bewaard. De verdraagzaamheid die daar heerste, gaf ruimte om het feest te vieren ter nagedachtenis van een religieus genie, een reformator en een stichter van de kerk, een profeet en strijder voor de heerlijkheid van God.

Ook Calvijns tegenstanders zijn hem veel dank verschuldigd. De Institutie van Calvijn werd in Holland bijkans als een heilig geschrift vereerd. Ook Arminius had in Genève gestudeerd, waar zijn geest werd gescherpt door de logica van de Institutie.

Zodoende werd Calvijn terecht geëerd, niet slechts in Genève. Hij hoorde bij het gehele gereformeerde christendom. En daarom kon Groenewegen meedoen aan het feest. De toekomst zou zijn aan de christelijke broederschap, gegrond op vrijheid van het geloof, van wetenschap en geweten.

Gedenkfeest

Gedenkfeesten worden grotendeels door de kalender bepaald. Het enthousiasme ervoor kan gemakkelijk iets kunstmatigs krijgen, waarbij zich motieven mengen die weinig van doen hebben met de kern van de boodschap van de Reformatie en met de prediking van het Evangelie. Dat is vandaag een niet te miskennen gevaar. Dat was het in 1909 eveneens.

Toch leverde honderd jaar geleden het feest meer op dan alleen een voorbijgaand enthousiasme. We tellen veel waardevolle studiebundels, die gezorgd hebben voor een vernieuwde en intensieve bestudering van wat de sterkste kracht was van de beweging die uit de geschiedenis niet is weg te denken. Feesten gaan voorbij. De opdracht om de goederen van de Reformatie te verdedigen is blijvend.


Reformatiemonument

De Gereformeerde Kerken in Nederland lieten door middel van een brief weten dat ze niet aanwezig konden zijn bij de Calvijnherdenking in 1909. Hun synode zou niet eerder dan in 1911 bijeenkomen.

In hun schrijven konden ze wel vermelden dat de Institutie van Calvijn weer beschikbaar was, evenals diens commentaren, en dat ze ook met vurige ijver en liefde gelezen werden. Calvijns geest was in hun midden weer tot leven gekomen en in deze kerken werd het gezag van de heilige Schrift als Woord van God erkend. Ook werd de gezonde leer, die Calvijn had gepredikt als banier der waarheid, door de kerken aangenomen. Die zegen wilde men ook toewensen aan hen die het feest van Calvijn vierden.

Zo ontbraken bij de plechtigheden in de stad aan het Meer van Genève de afgevaardigden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In hun kring leefden ook bezwaren tegen de feestelijkheden in Genève, die op zondag werden gehouden.

Tijdens de manifestaties in Genève werd de eerste steen gelegd voor een kolossaal gedenkteken, dat pas in 1917 gereed zou komen. De afmetingen dwongen respect af: 100 meter lang, 10 meter hoog, met imposante beelden van de mannen die absoluut de beeldendienst hadden verworpen: Calvijn, Farel, Beza en Knox, in overtreffende trap. Daarnaast stonden in afzonderlijke beelden van geringer omvang de reformatoren en volgelingen die het werk van de eersten hebben begeleid en voortgezet.

Vermeldenswaard is het telegram dat door keizer Wilhelm van Duitsland werd gestuurd. Hij sprak zijn warme belangstelling uit en ook zijn voldoening over het feit dat onder de figuren van het gedenkteken drie edele gestalten als beschermers van het calvinisme een plaats zouden krijgen, mannen die hij tot zijn voorouders rekende: Coligny, Willem van Oranje en Frederik Willem van Brandenburg, die zijn gebied tot een vrijstad had gemaakt voor de Franse hugenoten.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek