Een van de hardnekkige misverstanden betreft Calvijns visie op vrouwen. John L. Thompson (Fuller Theological Seminary) betoogde dat Calvijn op dit punt vaak óf als helemaal fout óf als helemaal goed wordt beschouwd. Enerzijds zijn er feministen die, zonder al te veel studie, Calvijn beschouwen als de uitvinder van de onderdrukking van vrouwen. Ook zou Calvijn huiselijk geweld tegen vrouwen hebben goedgekeurd, omdat hij een vrouw die hem daarover schreef, adviseerde bij haar man te blijven. Bij nadere beschouwing blijkt dat deze stevige stellingen vrijwel niet op de bronnen gebaseerd zijn, en dat de bronnen niet in hun context gelezen zijn. Thompson merkte snedig op dat de enige reden waarom hij dit soort studies geen slechte geschiedschrijving zou willen noemen, is dat hij dan zou suggereren dat het hier om geschiedschrijving gaat
Aan de andere kant van het spectrum staan degenen die Calvijns vrouwenstandpunt toejuichen. Enerzijds zijn dat conservatieven die met instemming erop wijzen dat Calvijn de heerschappij van de man sterk benadrukt en de vrouw heeft verwezen naar haar roeping in het huishouden. Anderzijds zijn er feministen die menen te kunnen aantonen dat Calvijn in principe al open stond voor de feministische boodschap.
Wie heeft er nu gelijk? Thompson pleitte voor het contextueel lezen van heel Calvijns werk. Een enkel citaat, uit het verband gehaald, kan gemakkelijk voor de ene of andere eigen theologische agenda worden ingezet. Het nut van contextueel lezen blijkt bijvoorbeeld bij Calvijns uitleg van de tekst dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente (1 Kor. 14). Volgens Calvijn is dat niet zozeer een principieel punt, maar slechts een kwestie van fatsoen. Dat lijkt een afzwakking, maar in de praktijk blijkt dat Calvijn nauwelijks uitzonderingen biedt voor wat mensen uit fatsoen moeten doen.
Graeme Murdoch (Dublin) belichtte de doorwerking van Calvijns voorschriften voor vrouwen in de Franse stad Nîmes, waar een groot deel van de bevolking gereformeerd was. Rond 1580 ging de kerkenraad extra scherp toezien op het uiterlijk van vrouwen, omdat dit licht verleidelijk kon zijn voor mannen. De richtlijn was er een van soberheid en bescheidenheid. Vrouwen dienden dus hun haar niet al te bijzonder opgestoken, of met allerlei versieringen of krullen, te dragen, hun hoofd te bedekken, en de kleding mocht niet te laag uitgesneden zijn. Op een bepaald moment bepaalde de kerkenraad zelfs dat ouderlingen bij de ingang van de kerk zouden toezien of de boezems van de dames voldoende bedekt waren, of niet.
Opvallend genoeg werd een vermaning van de ouderlingen meestal gehoorzaamd. Volgens Murdoch komt dat deels omdat men moeilijk anders kon. De gemeenschap was immers maar klein, en wie van het avondmaal werd uitgesloten, kwam ook in een sociaal isolement. Vanwege het risico van vernedering en stigmatisering kozen velen eieren voor hun geld.
Murdoch vermeldde het interessante geval van madame Delacroix, die op een slimme manier probeerde onder een vermaning van de kerkenraad uit te komen. Toen ze bij de kerkenraad werd ontboden, antwoordde ze dat ze van haar man niet mocht. En je man moet je toch gehoorzamen. Toen ze alsnog werd vermaand om haar haar niet zo extravagant in de hoogte te dragen, maar lager, antwoordde ze gevat dat ze haar haar zo laag wil gaan dragen als de ouderlingen maar willen. Een gewaagde opmerking, aangezien publieke vrouwen hun haar zo ‘laag’ mogelijk droegen: helemaal los.
Uiteindelijk, concludeerde Murdoch, hebben de ouderlingen de sociale situatie in Nîmes naar hun hand weten te zetten. Maar er werd wel een prijs betaald. Het gevaar ontstond dat godsdienst niet meer werd dan het gehoorzamen aan een set uiterlijke regels, zodat het uiterlijk meer aandacht kreeg dan het hart.
Verkiezing
Donderdagavond werd er onder grote belangstelling een discussie gehouden over Calvijns verkiezingsleer. Richard Muller (Calvin Theological Seminary) stelde dat Calvijns verkiezingsleer eerder traditioneel dan origineel was. Het gaat er om dat zelfs het geloof genade is. De enige originele denker in Genève was Michaël Servet, die de Drie-eenheid loochende en daarom werd verbrand.
Wel plaatste Muller kanttekeningen bij enkele zwakkere punten van Calvijns verkiezingsleer. Zo is Calvijn minder duidelijk over de verhouding van de verkiezing tot de verwerping en over de menselijke wil dan bijvoorbeeld Musculus en Vermigli.
Laura Smit (Calvin Theological Seminary) vertelde een persoonlijk verhaal over haar worsteling met de verkiezingsleer. Bestudering van de middeleeuwse theologie bracht haar tot een positievere visie op de verkiezingsleer, al is de moeite niet weg.
Richard Mouw (Fuller Theological Seminary) vertelde hoe hij eens een lezing hield voor een Joods publiek, en mensen na afloop hun verbazing er over uitspraken dat hij zo aardig was, terwijl hij toch was aangekondigd als calvinist. En leren calvinisten niet dat God slechts sommige mensen verkiest? Ter vergelijking hield Mouw zijn Joodse gesprekspartners voor dat God toch ook Israël en niet een ander Oosters volk verkozen heeft.