Hoofd
De Anglicaanse Kerk ontstond in 1534 toen Hendrik VIII de bestuurlijke banden met de Rooms-Katholieke Kerk doorsneed. De koning was getrouwd met Catharina van Aragon, maar hij wilde van haar scheiden omdat ze hem geen mannelijke erfopvolger had geschonken. Paus Clemens II weigerde echter zijn goedkeuring te geven. Daarmee kwam een nieuw huwelijk met hofdame Anna Boleyn op de tocht te staan.
Met de ”Act of Supremacy” was de afscheiding een feit. Hendrik VIII, die al in 1531 was uitgeroepen tot hoofd van de Engelse Kerk, confisqueerde de goederen van kerken, kloosters en congregaties. De titel ”verdediger van het geloof”, ooit gekregen van paus Leo X vanwege zijn stellingname tegen Luther, raakte hij natuurlijk direct kwijt. Omdat het Engelse parlement de eretitel later weer toekende en erfelijk maakte, mag ook koningin Elizabeth II die voeren.
Toch valt de breuk met Rome niet slechts te verklaring vanuit Hendriks wens zich van zijn vrouw te laten scheiden. Terecht wijst de Britse historicus G. W. Bernard in zijn letterlijk vuistdikke boek ”The King’s Reformation. Henry VIII and the remaking of the English Church” (2005) op de geloofsopvattingen van de ”renaissancekoning”. Hendrik VIII was sterk beïnvloed door de Bijbels humanist Desiderius Erasmus, die de kerk wilde zuiveren van misstanden en bijgeloof. De koning was een groot voorstander van de mis –verdedigde die ook tegenover Luther– maar hij moest weinig hebben van allerlei uitingen van traditionele godsdienst, zoals pelgrimages en kloosters. Dat waren dan ook de eerste zaken die hij aanpakte na de breuk met Rome.
Overigens is de Kerk van Engeland veel ouder dan de tijd van Hendrik VIII, Luther en Calvijn. Al in de eerste eeuwen na Christus waren er kerken in Engeland. Augustinus van Canterbury (597-604), die de banden met Rome aanhaalde, geldt als de stichter van de Kerk van Engeland. De term ”Ecclesia Anglicana” (Engelse Kerk) komt al voor in de Magna Carta uit 1215, de oorkonde waarin de rechten van koning, vorsten en kerk worden beschreven.
Arrogant
De breuk met de Rooms-Katholieke Kerk betekende niet dat de Kerk van Engeland in het protestantse kamp terechtkwam. De kerkdiensten zagen er niet anders uit dan een jaar, tien jaar of een eeuw eerder daarvoor.
De reformatoren op het vasteland koesterden lang de hoop dat Hendrik VIII de kerk zou hervormen op protestantse leest. Ze kregen echter teleurstelling op teleurstelling te verwerken. Calvijn schreef in 1539 dat Hendrik VIII „nauwelijks voor de helft tot inzicht is gekomen.” Zo was het voor priesters en bisschoppen verboden te trouwen, maar bleven de dagelijkse mis en de zeven sacramenten gehandhaafd en mocht het volk de Bijbel niet in de eigen taal lezen.
In juni 1539 had Hendrik VIII een zestal artikelen uitgevaardigd, waarin nauw werd aangesloten bij de rooms-katholieke opvattingen over de mis, het celibaat en de biecht. Ieder die deze leerstukken ter discussie zou stellen, moest rekenen op gevangenschap, verbeurdverklaring of de doodstraf.
Calvijn vond Hendrik VIII maar een arrogante man. Nog even, spotte hij, en ook Christus zou zonder de toestemming van de koning niets meer kunnen beginnen. „De Heere zal deze hoogmoed op de een of andere manier met een buitengewone straf wreken.”
De Straatsburgse politicus Jakob Sturm zag nog wel wat lichtpuntjes. „Hendrik laat het Evangelie vrij prediken en onze Latijnse boeken in zijn koninkrijk verkopen.”
Protestantisering
De Anglicaanse Kerk is nooit helemaal protestants geworden. Toch drukten gereformeerde en puriteinse theologen en politici, vooral na de dood van Hendrik VIII, een duidelijk stempel op de kerk. Zo kregen de geloofsleer en de belijdenis een sterk protestants karakter. In 1549 verscheen het Book of Common Prayer, de nieuwe liturgie van de Anglicaanse Kerk.
Wie een sprong maakt naar de Anglicaanse Kerk in de eenentwintigste eeuw ziet dat er twee hoofdstromen zijn ontstaan: de ”high church” en de ”low church”. De eerste heeft meer een liturgisch en rooms-katholiek karakter, de tweede is meer evangelicaal. Ook modernisme en vrijzinnigheid hebben vaste grond onder de voeten gekregen.
De Kerk van Engeland bestaat uit twee kerkprovincies, York en Canterbury. Samen met 36 andere kerkprovincies vormen ze de anglicaanse gemeenschap, die wereldwijd ongeveer 77 miljoen leden telt. Er bestaan tussen de kerken verschillen op liturgisch gebied, maar ze hebben allemaal de zogeheten 39 artikelen als grondslag van hun belijdenis. Kerkleiders zien elkaar op de tienjaarlijkse Lambethconferentie.
Geestelijk leider van de anglicaanse gemeenschap is de aartsbisschop van Canterbury. Op dit moment is dat de Britse theoloog dr. Rowan Williams (1950). Hij heeft echter geen bevoegdheden om bindende leeruitspraken te doen.
Behoudende kerkleiders richtten vorig jaar in Jeruzalem de Gemeenschap van Belijdende Anglicanen (FOCA) op. Geestelijken met een homoseksuele relatie vormen het belangrijkste pijnpunt voor de orthodoxe anglicanen. Ze zijn echter ook bang voor aantasting van het Schriftgezag. De oprichting van de Engelse en Ierse afdeling van FOCA staat gepland op 5 juli – 500 jaar na de troonsbestijging van Hendrik VIII.
Dit is het tweede deel in een tweeluik over de Engelse koning Hendrik VIII.