Calvijnkenner dr. Moehn sprak over Calvijn en de kerk. Hij gaf aan dat Calvijn op het gebied van de kerk zeer veel heeft geschreven: over de organisatie van de kerk, over de psalmen, de kerkorde, de catechismus, het avondmaal, het onderwijs en over de geloofsbelijdenis, naast dat wat hij er in zijn hoofdwerk ”De Institutie” over schreef. „Een bibliotheekje”, zo noemde dr. Moehn het. Het belangrijkste waren echter zijn preken.
Dr. Moehn besprak een preek van de Geneefse reformator over Handelingen 2:41 en 42, waar het gaat over de eerste christengemeente. Calvijn legde het hele boek Handelingen in 189 preken uit. Hiervan zijn er 44 bewaard gebleven.
In deze preken klaagde de kerkhervormer regelmatig over het effect van de prediking in Genève. „Weliswaar wordt er gepreekt, maar het leven van de gemeente is niet in overeenstemming met de leer die gepreekt wordt. Het woord ”reformatie” nemen wij wel in de mond, maar tevergeefs.”
Ook zei Calvijn: „Als een enkele preek van Petrus zo’n uitwerking heeft gehad dat 3000 mensen voor Jezus Christus werden gewonnen, wat moeten 3000 preken dan niet doen? Daar bemerk je onze verdorvenheid, want wanneer er op 3000 dagen gepreekt is, wat voor vorderingen heeft men dan gemaakt? Heel weinig! Want slechts met grote moeite zal men een mens vinden die zich tot Jezus Christus bekeerd heeft.”
Zwaarmoedig
Op een vraag van prof. dr. J. Hoek, directeur van de THGB, erkende dr. Moehn dat de teleurstelling van Calvijn te maken kon hebben met zwaarmoedigheid van de reformator, die zich in die periode, rond 1550, geconfronteerd zag met sterk verzet van de gegoede burgerij van Genève. Later, na 1555, ging het negatieve er wat af. Toen werd de invloed van Calvijn groter en kon hij meer werken aan de opbouw van de gemeente. Dr. Moehn hield echter staande dat opmerkingen van teleurstelling door het hele werk van Calvijn heen naar voren komen.
Een aanwezige veronderstelde dat de teleurstelling te maken zou kunnen hebben met het vele werk dat de reformator verzette. Calvijn was onafgebroken voor de kerk in de weer en gunde zich nauwelijks rust.
De Rooms-Katholieke Kerk noemde de reformatoren „scheurmakers.” Calvijn reageerde daar in de preek als volgt op: „Ondertussen mogen de mensen van ons denken wat zij willen en van ons zeggen dat wij „scheurmakers” zijn en mag de paus ons zelfs vervloeken, zo veel als hij wil, omdat wij afgescheiden zijn van de kerk, toch moeten wij waarlijk weten dat er geen andere vorm van kerk is, dan die ons hier beschreven wordt en die vorm behaagt God en keurt Hij goed.” Met ”hier” doelde Calvijn op de christelijke gemeente van Handelingen.
Samenbindend
In het gesprek met de andere reformatorische kerken van zijn tijd zocht Calvijn, aldus dr. Moehn, naar wat samenbond in plaats van naar wat scheidde. Concreet noemde hij zijn correspondentie met Bullinger, de opvolger van Zwingli en Melanchton, vriend en medestander van Luther.
Volgens dr. Moehn stond bij Calvijn de getrouwe verkondiging van Gods Woord en de bediening van de sacramenten voorop. „Naar Calvijns overtuiging is de kerk daar waar zowel Gods Woord als Zijn sacramenten uitgedeeld worden door de dienst van mensen, de gelovigen deze boodschap horen en de beide sacramenten ontvangen.”
De predikant merkte op dat er weinig overeenkomst is tussen het Genève uit de tijd van Calvijn en onze tijd, ook wat betreft de kerk. In het Genève van Calvijn was er sprake van samenwerking tussen overheid en kerk, was de hele bevolking bij de kerk aangesloten en moesten alle burgers naar de kerk. De tijd van de vroegchristelijke gemeente, die een minderheid vormde in het Romeinse Rijk, is beter vergelijkbaar met onze tijd, aldus dr. Moehn.