Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Calvijn stond garant voor kassucces

 Calvijn ...geen plagiaat...

Calvijn ...geen plagiaat...

PUTTEN - In juni 1535 verschijnt bij drukker Pierre de Vingle in Neuchatel de eerste complete protestantse Bijbel. Wat moet een uitgever doen om er een verkoopsucces van te maken? De naam Calvijn op de titelpagina zetten.
Een van de voorwoorden in de Bijbeluitgave draagt de titel ”A tous amateurs”. Hoewel Calvijns naam eronder staat, blijkt volgens dr. Frans P. van Stam uit Amsterdam uit de inhoud en structuur ervan dat het geschreven is door diens neef Pierre Robert, beter bekend als Olévitan.

Van Stam liet zaterdag op de laatste dag van het internationale Calvijncongres ”Saint or Sinner?” in Putten zien dat ook andere uitgevers ontdekten dat ”Calvijn” goed verkocht. Onder diens naam verscheen het voorwoord van Olévitan ook in andere boeken, zoals in twee edities van het Nieuwe Testament, uitgegeven in Genève door Jean Girard in 1536 en Jean Michel in 1538.

Volgens Van Stam is het onwaarschijnlijk dat de uitgevers Calvijns naam gebruikten buiten diens medeweten om. Zo was Calvijn bevriend met Girard. „Het is goed mogelijk dat Girard het initiatief nam en dat Calvijn akkoord ging om het Bijbelproject voortgang te doen laten vinden.”

Calvijn mag niet van plagiaat worden beschuldigd, vindt Van Stam. „Dat zou niet alleen anachronistisch zijn, we zouden ook voorbijgaan aan de motieven van Calvijn.”

Profeet
Dat de naam Calvijn verkocht, bleek ook uit de populariteit van de eerste levensbeschrijvingen die er van hem op de markt kwamen. Prof. dr. Irena Backus (Genève) vergeleek ze met de middeleeuwse heiligenlevens, die bedoeld waren om christenen te leren hoe ze moesten leven. De eerste Calvijnbiografieën, geschreven door Beza en Colladon, moesten laten zien dat het werk van Calvijn een bewijs van Gods genade was.

In latere edities verschuift de aandacht meer naar Calvijns strijd voor een zuivere leer. Ze portretteren de reformator vooral als een uitverkoren instrument van God, aldus Backus.

Calvijn zag zichzelf als een profeet, betoogde dr. Jon Balserak uit Edinburgh. „Natuurlijk zegt Calvijn nergens in zijn geschriften: „Ik ben een profeet.” Maar hij geloofde wel dat hij in dezelfde lijn als de oudtestamentische profeten stond. Niet in die zin dat hij nieuwe boodschappen van God ontving en doorgaf, maar wel dat hij geroepen was de kerk in de goede richting te leiden en de Bijbel uit te leggen.”

Openbaring
Veel hedendaagse theologen zien Calvijn eerder als een zondaar dan als een heilige, stelde drs. Arnold Huijgen (Apeldoorn). Ze kunnen niet overweg met Calvijns gedachte dat God Zich in Zijn openbaring aanpast aan het menselijke bevattingsvermogen. Aan de hand van Exodus 33-34 liet Huijgen zien dat het Calvijn ging om vertrouwen en geloof, niet om het vinden van een verklaring.

Calvijn hield er rekening mee dat God misschien anders is dan Hij laat zien, aldus Huijgen. „Bij Calvijn is alle menselijke kennis over God gericht op het toekomende leven. Hij onderstreepte dat we God werkelijk en echt kennen door het geloof in Christus, maar ook dat we Hem pas op de laatste dag volledig zullen kennen en Hem werkelijk zullen zien.”

Verder spraken dr. Isabelle Graesslé uit Genève en dr. Karin Maag uit Grand Rapids.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek