Baptisten steeds meer voor open lidmaatschap

Baptisten steeds meer voor open lidmaatschap -  Van der Leer. Foto RD, Henk Visscher

Van der Leer. Foto RD, Henk Visscher

Baptisten­gemeenten in Nederland staan in toenemende mate open voor het zogenoemde open lidmaatschap. Er blijven gemeenten waar toetreding op basis van „geloofsdoop”, door onderdompeling, absolute voorwaarde is; maar open avondmaal en zelfs respect voor de kinderdoop zijn steeds meer merkbaar. Geloofsdoop blijft evenwel norm.

De nieuwe bundel ”Land in zicht! Doop en lidmaatschap opnieuw in kaart gebracht” (uitg. Unie van Baptistengemeenten in Nederland, Barneveld), onder redactie van Jaap-Harm de Jong en Teun van der Leer, laat zien hoe gevoelig de vragen rond doop en lidmaatschap onder baptisten ook in historisch opzicht liggen. De structuur van een Nederlandse baptistengemeente rond 1900 ging uit van de onverbreekbare relatie doop-lidmaatschap-avondmaalsviering. De dopeling werd door de „geloofsdoop” ingelijfd in de gemeente. De belangrijkste veranderingen, zo stelt Jaap-Harm de Jong vast, zijn geweest het gastrecht tot het avondmaal, de integratie van (meelevende) ”vrienden” in de gemeente, en de uitholling van het gezag van de gemeentevergadering, onder meer door schaalvergroting van gemeenten en de toegenomen invloed van het gereformeerde presbyterianisme.

In baptistengemeenten die strikt vasthouden aan de doop door onderdompeling wordt standaard een „correctiedoop” toegepast wanneer iemand uit een „kinderdopende” kerk komt of de geloofsdoop heeft ondergaan door besprenkeling. De gemeentevisie is daar relatief 
gesloten: de meelevende vrienden dienen zich te onthouden van deelname aan het avondmaal en leidinggevende taken. Aan de andere kant zijn er steeds meer baptistengemeenten –meest vrije en niet aan de unie gelieerde gemeenten– die open avondmaal praktiseren, en waar de „correctiedoop” niet meer wordt toegepast.

Baptisten blijven echter unaniem overtuigd van de „geloofsdoop”: de doop is de zichtbare belijdenis van een persoonlijk, bewust geloof. Baptisten accepteren geen dubbele dooppraktijk, zoals in de Vrije Evangelische Gemeenten al vele decennia gemeengoed is.

Steeds meer wordt in baptistenkringen duidelijk dat de doop geen onnodige muur mag worden als het gaat om de eenheid van het plaatselijke lichaam van Christus. De eenheid van geloof heeft een groter gewicht dan de eenheid in 
doopvisie. Baptisten­docent 
Van der Leer wijst op de lijn 
van John Bunyan, die tegen­over de Londense ”particular baptist” William Kiffin stelde dat niet 
de doop, maar het geloof bepalend is voor het behoren tot de Kerk van Christus. Volgens Bunyan staat er nergens in de Bijbel expliciet dat je iemand 
op grond van al of niet gedoopt zijn het lidmaatschap mag 
weigeren. Van der Leer constateert dat de „lijn-Bunyan” het 
in Engeland op den duur ge­wonnen heeft en in Nederland vrijwel alle gemeenten overgegaan zijn tot open avondmaal.

Olof de Vries stelt vast dat de doop een heilig icoon is geworden, een sjibbolet, een code­woord om baptisten­deuren te openen. Kenmerk van een code is dat hij de geringste afwijking blokkeert. De nieuwe situatie is dat veel nieuwe leden en vrienden van baptistengemeenten afkomstig zijn uit andere, met name reformatorische kerken. Het zou een aantasting van de authenticiteit zijn van hun geloof om te vragen te breken met hun kerkelijke afkomst. De situatie is zelfs zo dat in baptistengemeenten van evangelische snit dopelingen hun ouders bedanken dat zij als kind ten doop zijn gehouden. „De belijdenisdoop wordt door hen niet gezien als een breuk, maar als vervolg op de kinderdoop. Dertig jaar geleden zou een oudste naar voren zijn gerend om de stop uit het doopvont te trekken. Nu voelen bijna alle aanwezigen zich geroerd en gezegend. De tijden veranderen.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek