Thuiskomen
In de met glas overdekte binnenplaats van het Duits Historisch Museum, waar ooit Brandenburgse en Pruisische soldaten paradeerden, vertelt Balkenende die middag dat hij met „veel plezier” naar Berlijn is gekomen om de tentoonstelling te openen. „Het voelt een beetje als thuiskomen, want ik sta van huis uit met twee benen stevig in de gereformeerde traditie: als gelovig christen en als christen-democraat.”
De politieke verbondenheid van Balkenende met het werk van Calvijn loopt via Abraham Kuyper. „Hij was de man die Calvijn aan het einde van de negentiende eeuw herontdekte en zijn gedachtegoed toepaste op de toenmalige kerk en samenleving in Nederland. Kuypers neocalvinisme draaide om de eigen verantwoordelijkheid van mensen en maatschappelijke kringen. Die visie op de samenleving is in de kern ook de drijfveer achter mijn eigen politieke handelen.”
Nederland heeft volgens hem het imago van de meest calvinistische natie ter wereld. „Verwacht van mij geen poging om dat beeld te ontkrachten, want er zit tot op zekere hoogte veel waars in. Ontkennen heeft geen zin: Nederlanders zijn calvinisten. Misschien niet allemaal in religieuze zin. Maar in ons gedrag vertonen wij vaak eigenschappen die traditioneel als typisch calvinistisch gelden. Hard werken, spaarzaam leven en vasthoudendheid in zijn meningen – dat tekent de Nederlander.”
Balkenende, die onder meer geschiedenis studeerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, nuanceert dit beeld echter meteen. Nederland is niet alleen het land van Calvijn, zoals Duitsland ook niet alleen het land van Luther is. „De realiteit is dat Nederland als optelsom van tradities historisch gezien net zo calvinistisch is als vrijheidslievend, pluriform en tolerant. Die karaktereigenschappen hebben elkaar nooit uitgesloten. En gelukkig maar, want ze hebben elk hun eigen waarde.”
Liefhebber
Het „boek van het calvinisme” bevat volgens de premier allerlei „boeiende historische verhalen, die het hart van elke liefhebber van de geschiedenis doen opspringen.” De actuele betekenis van het calvinisme zit echter een laag dieper. „Onder de historische feiten en bijzonderheden ligt in het denken van Calvijn namelijk een morele kracht besloten die, vertaald naar onze tijd, actueler is dan ooit. Daar ben ik vast van overtuigd.”
Af en toe onderbreekt hij zijn betoog, komt los van het papier. Om de hoestende museumdirecteur prof. dr. Hans Ottomeyer een glas water aan te reiken, of om een anekdote te vertellen („Gereformeerden eten pepermunt van King, de sterkste soort”).
Applaus ontvangt Balkenende als hij een verbinding legt tussen Calvijn en de huidige financiële en economische crisis. „Mannen als Luther en Calvijn verzetten zich tegen wat zij zagen als misstanden in de toenmalige kerk. In onze tijd spreken we over een doorgeschoten bonuscultuur in de internationale financiële sector. Het zijn onvergelijkbare grootheden, maar beide hebben wel een sterk ethische dimensie. Calvijn zag heel scherp dat de samenleving sterke morele ankerpunten nodig heeft. Die les moeten wij ons ter harte nemen.”
Het kortetermijnbelang van het individu is in het calvinisme van ondergeschikt belang aan het langetermijnbelang van de samenleving, aldus Balkenende. „Dat lijkt me voor de financiële sector een heel gezond vertrekpunt voor de toekomst en ik beschouw het ook als een opdracht aan de huidige generatie politici om ervoor te zorgen dat dit uitgangspunt de gedragsnorm wordt.”
Moreel
Balkenende vindt het „een eer” dat hij mocht spreken bij de opening van de tentoonstelling, zegt hij na afloop. „Calvijn is nog steeds actueel. In de huidige financiele crisis zit ook een morele dimensie en die is minstens zo belangrijk. Natuurlijk, versterking van het toezicht op financiële instellingen is nodig. Maar de tijd is ook rijp voor een wereldwijde gedragscode op sociaal en ethisch terrein, gericht op rentmeesterschap en verantwoordelijk economisch gedrag. Dát is wat we van Calvijn kunnen leren.”