„Het gereformeerde geloof van mijn jeugd is en blijft voor mij een inspiratiebron en een anker in moeilijke tijden”, aldus de premier. „Dus ja, ik durf mijzelf calvinist te noemen. Net als velen van u, vermoed ik.”
In de Grote Kerk in de stad waar eens de Nationale Synode werd gehouden, had vanavond de Nationale Herdenkingsbijeenkomst 500 jaar Calvijn plaats, georganiseerd door de werkgroep Herdenking Calvijn 2009 onder leiding van de Apeldoornse hoogleraar prof. dr. H. J. Selderhuis.
Persoonsverheerlijking
De aandacht voor de Geneefse reformator kan dit jaar bijna niet op, constateerde Balkenende. „En we zijn pas halverwege.”
Calvijns vierhonderdste geboortedag, in 1909, werd beduidend minder uitbundig gevierd. „In Nederland verschenen er enkele artikelen in de gereformeerde pers en dat was het wel zo’n beetje. Tijdens het internationale hoogtepunt van de Calvijnherdenking in Genève, een week vol officiële toespraken en deftige diners, lieten mannen als Abraham Kuyper en Herman Bavinck zelfs verstek gaan. Te feestelijk en te veel neigend naar persoonsverheerlijking, vonden zij – en dus niet passend in de geest van Calvijn.”
De overweldigende belangstelling voor Calvijn in dit herdenkingsjaar –„waarin 500 jaar Calvijn het naar mijn waarneming bijvoorbeeld glansrijk wint van 200 jaar Darwin”– heeft hem in positieve zin verrast, zei Balkenende – die laatst ergens las dat hij de ”oppercalvinist” van Nederland zou zijn. „Maar daar past mij bescheidenheid, een van de vele calvinistische deugden. De term ”oppercalvinist” is trouwens ook helemaal niet calvinistisch.”
Maatschappijhervormer
Hoe komt het dat de man uit Genève in onze geseculariseerde wereld op zijn vijfhonderdste verjaardag zo’n opvallende comeback maakt? vroeg de premier zich af. „Calvijn is de Obama van de 16e eeuw, las ik zelfs ergens. Het antwoord ligt naar mijn volle overtuiging in de morele kracht van de religieuze en intellectuele erfenis die Calvijn ons heeft nagelaten. Hij was niet alleen kerkhervormer, maar ook maatschappijhervormer. Zijn werk heeft invloed gehad op alle terreinen van het leven.”
Balkenende wees hier op Calvijns opvattingen over het renteverbod en de omgang met geld. „Daar zat een sterk morele dimensie aan. Géén focus op korte termijnwinsten, niet jezelf verrijken ten koste van anderen en als een goed rentmeester werken voor volgende generaties – dat is de morele economische les die Calvijn ons in deze crisistijd leert.”
Het zijn waarden die nauw aansluiten bij de „grote vragen van deze tijd”, aldus de premier. „Onderzoek op onderzoek bevestigt dat mensen een grote behoefte hebben aan houvast en normstelling. Aan ”samen” in plaats van ”ieder voor zich”. Aan geestelijke verdieping in plaats van materiële vervlakking. In brede lagen van de bevolking overheerst het gevoel dat de balans zoek is, omdat we de immateriële kant van het leven hebben verwaarloosd ten gunste van alsmaar méér, méér, méér en ik, ik, ik.
Ik geloof, zei Balkenende, „dat dit diepgevoelde sentiment veel van de huidige populariteit van Calvijn verklaart. Mensen herkennen in hem de authenticiteit van een man met hoogstaande ethische en morele principes. Principes waar hij vanuit zijn rotsvaste geloof over schreef en preekte, maar die hij zelf ook beginselvast naleefde. Matigheid, een hoog arbeidsethos en een dienende verantwoordelijkheid voor de ander en de wereld van overmorgen – het zijn calvinistische waarden die stuk voor stuk actueler zijn dan ooit.”
De minister-president citeerde in dit verband zijn verre voorganger Abraham Kuyper, die in 1898 in zijn zesde Stonelezing over ”Het calvinisme en de toekomst” zei: „Niet in het comfort om ons heen, niet in het lichaam aan ons, maar in de geest, die ons innerlijk drijft, bestaan we als personen, als burgers, als mensen.”
Verantwoordelijkheid
Balkenende: „Voor mij draait het vooral om dat ene woord: verantwoordelijkheid. Om de persoonlijke verantwoordelijkheid van ieder mens ten opzichte van God. Maar vooral ook om de maatschappelijke dimensie die Calvijn eraan verbond. Mensen hebben in het denken van Calvijn een grote persoonlijke verantwoordelijkheid voor de keuzes die zij maken en de morele plicht die keuzevrijheid te gebruiken om het goede te doen. En díé opvatting van verantwoordelijkheid raakt naar mijn diepste overtuiging aan een van de belangrijkste opgaven waar de huidige samenleving voor staat. Het calvinistische verantwoordelijkheidsbegrip kan ons helpen om de balans te herstellen. Om de mens, de verantwoordelijke burger, weer centraal te stellen. Ik geloof daarin.”
Eén ding staat vast, aldus de premier. „Zonder Calvijn zou Nederland er inderdaad anders uitzien. Hij is en blijft de grondlegger van een van de tradities die de Nederlandse cultuur diepgaand hebben beïnvloed.”
Gereformeerd
Van welke kerk zou Calvijn vandaag lid zijn? Prof. Selderhuis, rector van de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken, krijgt die vraag vaak voorgelegd, zo begon hij zijn lezing over de betekenis van Calvijn voor de Nederlandse kerk en theologie. Met een knipoog: „Voor mij is dat natuurlijk helemaal geen vraag.”
Aan het slot kwam hij er nog even op terug. „Juich niet te vroeg als hij voor uw kerk zou kiezen, want hij zou kunnen zeggen: Ik geloof dat ik hier maar lid wordt, want er moet bij u nog heel wat gereformeerd worden.”
Prof. Selderhuis typeerde „Calvijns kerk” als, achtereenvolgens, de prekende kerk, de sprekende kerk, de zelfstandige kerk, de zoekende kerk, de zorgende kerk, de veranderende kerk en de zingende kerk. Wat die laatste betreft: „De Nederlandse kerk zingt. Loop op zondag maar eens langs zo’n zingende kerk. Je kunt ze op straat nog horen! Het wordt dan trouwens hoog tijd om zelf naar binnen te gaan.”
Vrijheid
Prof. dr. R. Kuiper ging in zijn referaat in op de betekenis van Calvijn voor de Nederlandse politiek. Hij ziet deze, in lijn met wat Balkenende eerder had gezegd, uitgedrukt in de woorden „bezielde vrijheid.” Bezielde vrijheid, zei de ChristenUniesenator: het is de grootste politieke kracht die het calvinisme aan de westerse wereld toevoegde. Het kan de ziel zijn van een natie, een gedeelde grondhouding, een kostbaar gemeenschappelijk goed. Maar ze is er niet zomaar. Ze is er door genade. Zonder bezieling door het Evangelie droogt ze op. Zonder band met het geloof gaat deze vrijheid teniet.”
Calvijn opende een deur naar een nieuw verstaan van onze vrijheid, zei Kuiper. „Die bezielde vrijheid bracht ons ook vanavond bijeen. Laat onze inzet zijn haar voor de toekomst te bewaren.”
Toch wat opmerkelijk in dit kader was dat Kuiper eerder in zijn referaat een link had gelegd tussen Calvijn en de moslim Kader Abdollah, „de man die de Koran aan onze volkstaal toevoegde.” Ook Balkenende had zijn lezing afgesloten met een citaat van Abdollah.
Kuiper: „Treffend is het dat Abdollah Calvijn onlangs herkende als een vluchteling, die de vrijheid zocht om een nieuwe manier van leven te grondvesten. Hier reiken over een afstand van vijf eeuwen twee ballingen elkaar de hand.”
Prijs
Prof. dr. James Kennedy hield het laatste referaat, over Calvijns betekenis voor de Nederlandse cultuur en samenleving. Ds. M. Golverdingen, predikant van de gereformeerde gemeente te Waarde en lid van de werkgroep Herdenking Calvijn 2009, sprak het dankgebed uit. De avond werd opgeluisterd met verschillende muzikale intermezzo’s.
Tijdens de bijeenkomst reikte premier Balkenende de prijs uit aan de drie winnaars van de nationale opstelwedstrijd voor jongeren: Joanne Meerveld uit Hasselt (16), Marije van Braak uit Veenendaal (14) en Eirène Kapteijns uit Rhenen (11). Laatstgenoemde had haar opstel de titel ”Beter met God dan zonder God in het leven” meegegeven.
Misschien was het díé notie die vanavond, bij alle spreken over de betekenis van Calvijn, toch wat teveel op de achtergrond bleef.