Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

B. B. Warfield: Dag in Genesis 1 is periode

 Dr. P. de Vries. Foto RD
 1 van 3  

Dr. P. de Vries. Foto RD

WAARDER – Het heeft God de Vader, Zoon en Heilige Geest behaagd om „in den beginne” de wereld en alle dingen daarin, zichtbaar of onzichtbaar, in een tijdsbestek van zes dagen te scheppen, „en alles zeer goed.”
En dit met als doel, zo belijdt de Westminster Confessie (1647) in hoofdstuk IV, artikel 1, „de manifestatie van de heerlijkheid van Zijn eeuwige kracht, wijsheid en goedheid.”

Toch hebben juist in de Engelstalige wereld tal van theologen een „niet-letterlijke interpretatie” van de eerste hoofdstukken van de Bijbel aanvaard. Zo kon de ”prins der predikers”, Charles Haddon Spurgeon, in 1855 in een preek zeggen dat „we ontdekt hebben” dat het begin van deze wereld „duizenden jaren” vóór de schepping van Adam ligt.

Namen die in dit verband eveneens vaak worden genoemd, zijn die van Benjamin Breckinridge Warfield (1851-1921) en diens voorganger aan Princeton Seminary in de Verenigde Staten, Charles Hodge (1797-1878). Hodge publiceerde in 1874 het boek ”What is Darwinism?”, waarin hij zich tegen de evolutietheorie –naar zijn oordeel een atheïstische theorie– keert. Niettemin accepteert hij de miljoenen jaren. De ”dagen” uit Genesis moeten tijdperken zijn geweest. Zijn zoon, A. A. Hodge (1823-1886), gaat op dit spoor verder, evenals ”B. B.” Warfield.

Gevoel van progressie
Hoe komt het dat ook behoudende theologen (een deel van) Darwins gedachtegoed zo kritiekloos hebben overgenomen? Een van de redenen hiervoor, vermoedt dr. P. de Vries, is dat in de Angelsaksische wereld tientallen jaren lang een „sterk gevoel van progressie, van optimisme, heerste. Wat wetenschappers zeiden, was waar. Daar komt bij dat de verlichting in het Groot-Brittannië van de achttiende, negentiende eeuw niet het antiklerikale karakter had dat ze elders in Europa vaak wel had.”

Theologen als Charles Hodge en B. B. Warfield zijn evenwel niet zomaar als darwinisten te typeren, zegt de docent Bijbelse theologie, hermeneutiek en apologetiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie in Amsterdam. „Daarmee doe je hen onrecht. Warfield was een van de voorvechters van de inerrancy-gedachte – de opvatting dat de oorspronkelijke tekst van de Bijbel absoluut foutloos is. Beiden waren ook overtuigd calvinist, Hodge had zelfs nog wel iets bevindelijks. Ze hielden allebei ook vast aan de historiciteit van het paradijs, de staat der rechtheid, aan de zondeval en de dood die daarvan het gevolg was, aan de zondvloed. Maar op een aantal andere belangrijke punten moet je vaststellen dat zij dwaalden.”

Hun opvattingen vonden echter niet overal weerklank. „Met name in het zuiden van de VS kwam er veel verzet. De Zuidelijke Presbyteriaanse Kerk heeft Warfields visie vrijwel unaniem afgewezen.”

De predikant uit het Zuid-Hollandse Waarder noemt hier ook de theologen Robert Lewis Dabney (1820-1898) en James Henley Thornwell (1812-1862). De laatste is wel getypeerd als de Calvijn van de Zuidelijke Presbyteriaanse Kerk. „Zij beroepen zich op de Bijbel, de theologie tot halverwege de negentiende eeuw en de Westminster Confessie. Zó heeft de kerk het altijd geleerd.”

Ook in het noorden waren er wel die zich tegen Darwin c.s. te weer stelden. „Maar het meeste verzet kwam toch uit het zuiden. En je ziet het daar nog. Een instituut als Greenville Presbyterian Theological Seminary stelt als eis dat alle uitingen in woord en geschrift uitgaan van de leer zoals die ook op dit punt is verwoord in de ”Westminster Standards”. Als docenten, of wie ook, zich daar niet langer in kunnen vinden, laten zij dan de kérkelijke weg bewandelen en proberen de Westminster te wijzigen.”


Uitspraken
„Het is uiteraard zo dat in Genesis 1 het het meest natuurlijk is om ”dag” in de gebruikelijke zin te verstaan, maar die zin brengt het Mozaïsche verslag in conflict met de feiten. Een andere zin vermijdt dit conflict en daarom zijn wij verplicht die laatste zin aan te nemen” (Charles Hodge).

Het universum dankt „zijn bestaan enkel en alleen (…) aan de goddelijke kracht; dat het tot stand gekomen is door een proces van vorming dat zich uitstrekte over zes dagen” (zo zou volgens B. B. Warfield Calvijn het hebben uitgelegd. Het citaat –met daarin de notie ”proces”– zegt volgens critici echter meer over Warfield dan over Calvijn, schrijft wetenschapshistoricus dr. Kees de Pater in het jongste nummer van het blad Transparant).

„Ik wil uw aandacht erop vestigen dat die theorieën die de dagen van Genesis 1 niet als natuurlijke dagen lezen, in strijd zijn met de grondslag van onze kerk (Westminster Confessie, hfdst. IV, 1 en de Lange Catechismus, antw. 15, 120). Onze belijdenis is niet geïnspireerd en als zij onwaar is, moet zij worden aangepast” (Robert Lewis Dabney).


Augustinus, Calvijn, Voetius. Hun namen worden in het huidige debat rond schepping en evolutie veelvuldig genoemd – soms zelfs als zouden zij zo ongeveer evolutionisten avant la lettre zijn geweest. Terecht? In een vijfdelige serie laten kenners hun licht schijnen over achtereenvolgens Aurelius Augustinus, Johannes Calvijn, Gisbertus Voetius, Abraham Kuyper en Benjamin Breckinridge Warfield.
Vandaag deel 5: dr. P. de Vries over Benjamin Breckinridge Warfield.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek