Arts-theoloog Eijk trouw aanhanger leer RK-Kerk

Arts-theoloog Eijk trouw aanhanger leer RK-Kerk -  Aartsbisschop W. Eijk

Aartsbisschop W. Eijk

Wim Eijk, die dinsdag tot aartsbisschop van Utrecht werd benoemd, heeft zich doen kennen als echte aanhanger van de ethische leer van de Rooms-Katholieke Kerk. Op zaterdag 26 januari zal hij als aartsbisschop van Utrecht, en daarmee als leider van de Nederlandse kerkprovincie, worden geïnstalleerd.

Eijk keerde zich tegen abortus en euthanasie en zei dat de kerkelijke leer op dat punt „definitief en onveranderlijk” is. Vorig jaar kwam hij in het nieuws doordat hij als gedelegeerde van de bisschoppen voor de priesteropleidingen sommige docenten niet toeliet tot de begin 2007 opgerichte Faculteit Katholieke Theologie. Het bleef onduidelijk waarom sommigen geen ”nihil obstat” (verklaring van geen bezwaar) kregen. Vermoedelijk had het te maken met hun kritiek op sommige aspecten van de kerkelijke leer.

Eijk was in 1999 bij zijn installatie als bisschop van Groningen -Leeuwarden is onder zijn bestuur aan de naam van het bisdom toegevoegd- de jongste bisschop van Nederland. Hij volgde Bernard Möller op, die begin dat jaar onverwacht om gezondheidsredenen was afgetreden.

Kort na zijn benoeming kwam Eijk in opspraak. De kerkhistoricus Ton van Schaik publiceerde enkele weken achtereen in het weekblad HN Magazine citaten uit de collegedictaten die Eijk als docent ethiek en moraaltheologie aan de priesteropleidingen van de bisdommen Den Bosch en Roermond had samengesteld. Vooral de passages over homoseksualiteit trokken de aandacht.

Eijk meende dat homo’s niet tot dezelfde liefde als gehuwden in staat waren en riep priesters op ze naar een psycholoog te sturen voor hun „neurotische ontwikkelingsstoornis.” Ook vond hij in strijd met de opvattingen van het Vaticaan de doodstraf voor zware criminelen aanvaardbaar en nam hij de Joden tegen zich in door te schrijven dat er schromelijk overdreven voorstellingen bestaan van wat de RK-Kerk in de middeleeuwen de Joden heeft aangedaan.

In gesprekken met homo-organisaties en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap wist Eijk de verontrusting grotendeels weg te nemen, maar zijn uitspraken leidden er wel toe dat het openbaar ministerie in Groningen een oriënterend onderzoek instelde. Dat leidde niet tot gerechtelijke vervolging.

De publicaties in HN Magazine overschaduwden de bisschopswijding van Eijk op 6 november 1999. Rector magnificus D. Bosscher van de Rijksuniversiteit Groningen weigerde de plechtigheid bij te wonen wegens de „pijnlijke controverse” rond de nieuwe bisschop. Voor de kerk demonstreerden kritische rooms-katholieken, terwijl in de kathedraal tot twee keer toe applaus voor de wijdeling klonk.

Eijk, op 22 juni 1953 geboren in Duivendrecht, studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en werkte een jaar als arts, toen hij na een gesprek met bisschop Simonis van Rotterdam in 1980 besloot priester te worden. Hij volgde de opleiding aan het grootseminarie Rolduc van het bisdom Roermond en werd in 1985 tot priester gewijd.

Twee jaar later promoveerde Eijk bij de liberale hoogleraar ethiek Heleen Dupuis tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift over euthanasie. De titel was: ”De zelfverkozen dood naar aanleiding van een dodelijke en ongeneeslijke ziekte. Een medisch-historisch en medisch-ethisch onderzoek ten behoeve van het rk-standpunt inzake euthanasie”. Dupuis noemde de nieuwe bisschop „buitengewoon hardwerkend en plichtsgetrouw”, maar ze had nooit met Eijk een discussie over euthanasie gevoerd, omdat ze wel wist dat hun beider standpunten ver uiteen lagen.

Ook daarna liet Eijk zich kennen als vurig pleitbezorger van de leer van de kerk over euthanasie. Hij riep het parlement op om zich niet te laten domineren door de Hoge Raad, die in 1984 een arts die euthanasie verrichtte, onder bepaalde omstandigheden toestond zich op overmacht te beroepen. Volgens Eijk kan slechts de Schepper over het leven beschikken.

Als bisschop van Groningen-Leeuwarden zette Eijk in grote lijnen het beleid van zijn voorganger voort, al riep de benoeming van een priester uit Maastricht tot pastoor van de St.-Martinusparochie in Groningen protesten op. Eijk stuurde het bestuur van de binnenstadsparochie naar huis, omdat dat de benoeming afwees.

Begin 2001 werd de bisschop tijdens een retraite in Duitsland getroffen door een herseninfarct. Hij zei later voor de televisie dat hij toen de dood in de ogen had gezien. Terwijl zijn perschef een paar weken later vertelde dat de bisschop volledig zou herstellen, vroeg Eijk zich met verlamde benen en stembanden in een revalidatiekliniek wanhopig af of hij zijn werk als bisschop nog ooit zou kunnen doen. Eijk herstelde, maar kreeg twee maanden later last van zenuwpijnen in het gezicht. Hij verbleef enige tijd in een pijnkliniek in Florence voor een behandeling. De pijn bleef echter aanhouden totdat hij in de zomer van 2002 in Duitsland werd behandeld.

De preses van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland, ds. G. de Fijter, zei gisteren te hopen op een goede samenwerking met de nieuwe aartsbisschop van Utrecht. Hij vindt het een voordeel dat Eijk de protestantse traditie vanuit de dagelijkse praktijk in het bisdom Groningen-Leeuwarden goed kent. „In de komende jaren zullen in Nederland hoe dan ook de Protestantse Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk blijvend met elkaar optrekken. De opstelling van de nieuwe aartsbisschop in dit gesprek is van grote invloed”, aldus ds. De Fijter.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek