Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Keerpunt zonder bekering

 Een keerpunt is nog geen bekering.

Een keerpunt is nog geen bekering.

Grote omwentelingen in de geschiedenis gaan vaak gepaard met de verwoesting van markante bouwwerken. Voorbeelden zijn de val van het Romeinse Rijk met de inname in 476 van de ”eeuwige stad” Rome, de bestorming van de Bastille in Parijs op 14 juli 1789, waarmee de Franse Revolutie uitbrak, en het einde van Koude Oorlog door de val van de Berlijnse Muur in 1989. Zo kan ook de aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001 gezien worden als een historisch keerpunt; maar een keerpunt is nog geen bekering.
Wellicht zullen de terroristen het niet beseft hebben. Maar 9-11 heeft sinds vijf jaar in de VS een dubbele betekenis. De cijfercombinatie is niet alleen de Amerikaanse schrijfwijze voor de datum van 11 september, maar ze is ook het alarmnummer dat iedere burger draait als hij de politie, de brandweer of een ambulance nodig heeft. De overeenkomst: in beide gevallen is 9-11 direct gerelateerd aan noodsituaties en rampen.

Dat de aanslagen van 11 september een ramp waren voor de Amerikanen, zal niemand ontkennen. Ze brachten immens leed aan duizenden slachtoffers en hun nabestaanden. De mythe van het onaantastbare, welvarende Amerika was in één klap weggevaagd. Wat tot dat moment niemand voor mogelijk hield, gebeurde. Amerika was op het eigen grondgebied aangevallen door vijanden; hevige gevoelens van angst en onveiligheid maakten zich van de bevolking meester.

Maar de omslag trok diepere sporen. „Door de aanslagen hebben de Amerikanen hun zelfverzekerdheid en zelfgenoegzaamheid verloren”, stelt de Amerikaanse apologeet Gene Edward Veith, cultuurredacteur van het christelijke magazine World. „Mensen die uitsluitend bezig waren met hun eigen business en luxe, werden nu gedwongen te gaan rekenen met de realiteit van de vergankelijkheid van ons bestaan en met het verdriet van hun omgeving. De American dream was wreed verstoord.”

Opleving
Direct na 9-11 constateerden de Amerikaanse media dat er sprake was van een godsdienstige opleving. Discussies binnen de politiek en het onderwijs over het gebed op de openbare school waren in één klap voorbij: er werd gebeden. Want er was nood. Het kerkbezoek nam toe. De regering riep op tot een nationale biddag waar bijna alle godsdienstige denominaties gehoor aan gaven. Zelfs op de televisie maakten in september 2001 vunzige programma’s plaats voor bezinning en meditatie. Veith: „Mensen dachten tot die dag dat ze hun leven zelf konden inrichten. Nu bleek dat ze de hulp van God hard nodig hadden. Ze hadden behoefte aan troost, aan houvast, aan levensleiding.” Sommige christelijke leiders, zoals bijvoorbeeld Franklin Graham, juichten al spoedig dat uit het kwaad van de aanslagen toch iets goeds was voortgekomen.

Nauwelijks twee maanden later, half november 2001, berichtte het gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup dat het kerkbezoek in de VS weer op het niveau van voor de aanslagen was gekomen. De opleving was dus van heel korte duur.

Dat is eind vorige week nog weer eens bevestigd door het rapport van het bureau Barna. Na onderzoek stelt dat vast dat de terreuraanslagen van 9-11 de wereld wel hebben geschokt maar geen sporen hebben nagelaten in het godsdienstig gedrag van de Amerikanen. Onderzoeksleider David Kinnaman van Barna stelt dat het geestelijke landschap na vijf jaar nauwelijks is veranderd. „De mensen gebruikten toen het geloof als een grote pleister. Het geloof hielp om de verschrikking van de gebeurtenissen toe te dekken, maar het droeg weinig bij tot genezing.” Voor Europeanen zijn de Amerikanen nog altijd alleszins godsdienstig: 41 procent van de bevolking van de VS gaat ’s zondags naar de kerk. Europa steekt daar schril bij af. Maar de Amerikaanse voorgangers zelf zijn niet bijster positief over de geestelijke vrucht van de aanslagen. „In plaats van verootmoediging en bekering werd al spoedig de vraag gesteld: Waar was God op 11 september?” zegt Veith. „Met de vraag te stellen, geeft men ook het antwoord. Voor velen is het drama van 9-11 het bewijs dat Hij er niet is.”

Snelle groei
Anders dan het christendom heeft de islam getalsmatig en intrinsiek juist winst geboekt door de aanslagen. In de eerste vier maanden na de aanval op de Twin Towers bekeerden in de VS zich 34.000 mensen tot het mohammedanisme. Sinds 2001 is de islam in de VS de snelst groeiende godsdienst. Dat komt niet alleen door natuurlijke aanwas of immigratie vanuit de moslimlanden. Van alle moskeebezoekers in Amerika is inmiddels 30 procent bekeerling.

Onderzoeken in Europa tonen aan dat ook aan deze kant van de oceaan de islam in betekenis toeneemt. Weliswaar kan hier de aanwas vooral verklaard worden uit het hoge geboortecijfer onder moslims, dat neemt niet weg dat de islam in veel Europese landen de snelst groeiende godsdienstige groepering is.

Deze week wijdde De Waarheidsvriend een artikel aan reformatorische jongeren die overgaan naar de islam. Net als veel andere nieuwe moslims voelen zij zich aangetrokken door de ingetogen levenswijze van de moslims. Op zich een aanklacht tegen de christenen die kennelijk veel over hun kant laten gaan.

Daarnaast heeft de islam ook aan innerlijke kracht en zelfbewustzijn gewonnen. Voelden zij zich decennialang een gedoogde minderheid in het Westen, meer en meer doen moslims van zich spreken nu ze de zwakte van de democratische wereld met eigen ogen hebben gezien.

Zij verlangen nu niet alleen eigen gebouwen en organisaties, maar eisen ook een legitieme plaats op voor hun leefpatroon. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de Britse moslims voorstander is van invoering van de sharia in Groot-Brittannië. In Canada zijn recent pogingen gedaan om dat ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen.

Goedkeuring geweld
Groepen moslims schamen zich er niet voor om openlijk het gebruik van geweld tegen het Westen goed te keuren. Van de mohammedanen in Engeland staat meer dan een kwart achter de aanslagen van juli vorig jaar. In ons land gingen kort na 9-11 groepen moslimjongeren in Ede de straat op om de nederlaag van het Westen te vieren. Ook de moord op Theo van Gogh in november 2002 werd door veel moslims goedgekeurd. Tien jaar geleden zouden aanhangers van de islam zich wel veel keren bedenken om dit alles hardop te zeggen. Nu durven ze dat wel en dat tekent het toegenomen zelfvertrouwen.

Zowel door de aanslagen en de daarmee samenhangende onzekerheid als door de groeiende betekenis van de islam bestaan er sinds 9-11 grotere tegenstellingen in de westerse samenleving. In een poging de situatie beheersbaar te houden, verklaren overheden en opinieleiders keer op keer dat ze geen moeite hebben met de islam als zodanig. Ze zijn overtuigd van de vreedzame bedoelingen van het merendeel van de moslims. Alleen de extremisten baren hun zorgen. Die willen zij bestrijden. Terreur en onverdraagzaamheid kan immers niet gedoogd worden.

Daarmee dreigt het gevaar dat de ware aard van het islamitisch geloof wordt genegeerd. Uiteindelijk is de islam een godsdienst die het ideaal heeft de suprematie te vestigen, al dan niet door het gebruik van geweld. Dat wordt door beleidsmakers gemakkelijk gebagatelliseerd.

Strohalm
De meeste democraten in Europa en Amerika klemmen zich nog steeds vast aan de strohalm dat het mogelijk is met de islam tot een redelijk vergelijk te komen. Zij menen dat deze religie valt in te passen in het schema van de moderne, tolerante maatschappij waar ieder zijn eigen godsdienstige pakket samenstelt en de ander de ruimte gunt een ander religieus menu samen te stellen. Want als er één ding werkelijk is veranderd na 9-11, dan is het wel de aandacht voor religie.

Was het tien jaar geleden zo dat de maatschappij volstrekt areligieus was en aanhangers van het geloof in een hogere macht beschouwd werden als mensen van een andere planeet, nu wordt in media en politiek erkend dat godsdienst een factor is van maatschappelijke betekenis. Opinieleiders hebben daar ook geen kritiek op zolang een denominatie maar niet zo ver gaat dat die claimt de waarheid in pacht te hebben.

Reeds voor 9-11 waarschuwde de Amerikaanse theoloog Frederic W. Bauer in zijn boek ”The Spiritual Society” dat het Westen afstevende op een maatschappij met een nieuw religieus bewustzijn gebaseerd op syncretisme. „Ieder heeft daarbij zijn eigen waarheid, met de erkenning dat de ander ook een stukje van de waarheid heeft. Om te voorkomen dat de een in conflict komt met de ander, zal er in de politiek steeds meer gepleit worden om kerk en staat strikt te scheiden.”

Bauer lijkt gelijk te krijgen. Terwijl vrijwel elk Kamerlid in ons land erkent dat godsdienst relevant is, komen bijna alle politieke partijen in het geweer zodra zij vermoeden dat er sprake is van vermenging van kerk en staat. Dat willen politici ten koste van alles voorkomen. Datzelfde valt te constateren in de VS, waar het debat over het gebed op scholen in alle hevigheid woedt.

Botsing
Ook binnen veel kerken wordt vaak uitgegaan van de gelijkwaardigheid van alle godsdiensten. Vanuit die overtuiging worden pogingen gedaan om met moslims in gesprek te komen, waarbij voortdurend benadrukt wordt dat de overeenkomsten groter zijn dan de verschillen en aanhangers van de islam recht hebben op hun eigen plaats in het religieus palet. „Weinig geestelijke leiders begrijpen dat er, zoals Samuel Huntington stelt, sprake is van een botsing der beschavingen”, zegt Veith. „En botsingen kunnen niet met lieve praatjes worden verijdeld. Dan is een krachtiger aanpak nodig.”

Of dat lukt? De Amerikaanse politicoloog James Kurth is daar uiterst somber over. Het kernprobleem is dat de westerse beschaving nu de enige beschaving is die uitgesproken niet-religieus of postreligieus is. Dat is het radicale verschil tussen het Westen en de andere beschavingen. (…) En dit wijst ook op een mogelijk fatale zwakte binnen de westerse beschaving zelf.”

Er is veel veranderd door de aanslagen van 9-11. Het aureool van onaantastbaarheid is het Westen kwijt. Maar ernstiger is dat de geestelijke armoede schrijnend aan het licht komt. Luther zag het opdringen van de mohammedanen in Europa als een ernstige dreiging en als een roede om de volken tot bekering te brengen. De profeet Jeremia klaagde: „Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld” (Jer. 5:3).

Historisch gezien is 9-11 zeker een keerpunt, geestelijk is er echter niets veranderd. Van een opleving is geen sprake, het moreel verval zet zich door. Dat is een kans voor de islam. Maar nog meer voor het christendom, dat weet heeft van Gods heilzame geboden.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels