Het Clara Wichmann Proefprocessenfonds schaakt in zijn gevecht tegen de SGP op twee borden: het heeft de staatkundig gereformeerden voor de rechter gedaagd met de bedoeling de partij via een vonnis te dwingen vrouwen als volwaardig lid toe te laten; en het heeft de staat der Nederlanden gedagvaard met als doel een rechterlijk bevel aan de overheid uit te lokken om tegen de SGP in actie te komen.
Het eerste is niet gelukt. De Haagse rechtbank heeft Clara Wichmann niet-ontvankelijk verklaard. De dames hebben er volgens de rechtbank geen rechtstreeks belang bij dat vrouwen lid kunnen worden van de SGP. Zouden SGP-vrouwen die eis hebben gesteld, dan had de zaak anders gelegen. Maar die vrouwen waren niet te vinden.
Clara Wichmann kan hiertegen in beroep gaan. Zou een hogere rechter tot een andere conclusie komen, dan moet de Haagse rechtbank alsnog haar tanden zetten in deze kwestie. Dan zal ze vonnis dienen te wijzen. Met de uitkomst is een van de twee procespartijen niet gelukkig, zo valt te voorzien. De zaak kan vervolgens uitgeprocedeerd worden bij de Hoge Raad en daarna tot het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
Mensenrechten
Clara Wichmann kan het gelijkheidsbeginsel (man en vrouw zijn gelijk) opvoeren, en dat behoort tot de mensenrechten. De SGP zal zich bij een ongunstige uitspraak beroepen op de vrijheid van godsdienst, en ook dat is een recht van de mens. Vandaar de mogelijke gang naar Straatsburg. Het Europese hof kan ervoor kiezen zaken niet in behandeling te nemen, maar zo’n juridisch buitenkansje zal het niet zomaar voorbij laten gaan, voorspelt de raadsman van de SGP, mr. drs. S. O. Voogt. „Het gaat om een vrij principiële kwestie. Dit zou echt een kolfje naar de hand van Straatsburg zijn.” Voordat er een definitieve uitspraak ligt, zijn we echter vanaf nu gerekend algauw een kleine tien jaar verder.
Straatsburg heeft zich nog niet eerder over een vergelijkbare kwestie gebogen. Het meest in de buurt komt nog de uitspraak van het hof over de Turkse Welvaartspartij. Ook toen was de vrijheid van godsdienst in het geding, omdat deze partij een uitgesproken islamitisch karakter had. Een belangrijke overweging om zijn zegel te hechten aan een verbod op deze partij was voor Straatsburg dat de Welvaartspartij een bedreiging voor de democratie vormde. Daar houdt volgens Voogt meteen de vergelijking op. „Met de beste wil van de wereld kan van de SGP niet worden gezegd dat ze een bedreiging voor de democratie is.”
Vrouwenverdrag
De andere schaakpartij, die tegen de staat, heeft Clara Wichmann wel gewonnen. De rechter heeft de staat opgedragen voortaan geen subsidie meer aan de SGP te verstrekken. Volgens de rechter moet de overheid werk maken van het VN-Vrouwenverdrag. Deze week werd bekend dat de staat deze uitspraak aanvecht. Ook die procedure zal waarschijnlijk in Straatsburg eindigen.
Heel benieuwd is Voogt hoe de hogere rechters -te beginnen met het gerechtshof- in deze kwestie oordelen over het argument van de staat dat er bij het ratificeren van het Vrouwenverdrag door regering en Kamer al een uitspraak is gedaan over deze kwestie. Bij de behandeling van het verdrag waren het toenmalige kabinet en een meerderheid van de Kamer het erover eens dat het verdrag voor de SGP geen consequenties diende te hebben. De partij zou vanzelf wel tot inkeer komen (elders op deze pagina meer hierover).
Voogt: „De Haagse rechtbank zegt: De behandeling in de Kamer had plaats voordat de SGP in de statuten vastlegde dat vrouwen geen volwaardig lid konden worden. Ik vind dat een nogal formele redenering. Feitelijk legde de SGP in de statuten vast wat al jaren praktijk was. Bovendien schiep het bij die gelegenheid ruimte voor een buitengewoon lidmaatschap voor vrouwen, wat voor die tijd niet mogelijk was.”
Geen onduidelijkheid
De rechtbank heeft in zijn vonnis zelf al aangegeven dat de SGP tegen het besluit van de staat om de subsidieaanvraag te weigeren, bezwaar en beroep kan aantekenen. Ook die procedure kan een vervolg in Straatsburg krijgen, als de SGP meent dat de vrijheid van godsdienst in het gedrang is gekomen. Voogt verwacht dat in deze procedure de verschillende grondrechten door de rechter tegen elkaar zullen worden afgewogen. De Haagse rechtbank heeft het op dit punt naar zijn mening laten afweten.
„Al met al is het een vonnis waarin de rechtbank vrij ver gaat. Het is niet een vonnis dat aan alle kanten rammelt of waarin allerlei gedachtekronkels zitten, maar waarvan je je met recht kunt afvragen of het in hoger beroep overeind blijft.”
Over de gevolgen voor andere sectoren, zoals het christelijk onderwijs en identiteitgebonden welzijnsorganisaties, is Voogt niet ongerust. Weliswaar vroeg VVD-kamerlid Hirsi Ali meteen na de uitspraak bij het kabinet om een lijst van andere gesubsidieerde organisaties die vrouwen of homo’s weren, maar volgens de Rotterdamse advocaat slaat die actie nergens op. „De uitspraak heeft uitsluitend betrekking op politieke partijen en vakbonden. Die worden uitdrukkelijk in het VN-Vrouwenverdrag genoemd. De positie van andere organisaties wordt geregeld in de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Daar is geen onduidelijkheid over.”