Ruim een week na de lancering van christelijkwonen.nl zijn er zo’n zeventig aanmeldingen van studenten die kamers zoeken of aanbieden. Roel: „Veel christenen vinden het fijn om met huisgenoten het geloof als gemeenschappelijke factor te hebben. Het biedt rust.”
Het is voor Roel zelf geen must om met christenen op kamers te wonen. „Het is je eigen keuze, die afhangt van je leeftijd en hoe je in het leven staat. Sommigen hebben een roeping om te evangeliseren, maar voor veel andere anderen is dit minder duidelijk. Vergelijk het met een kerk, daar is ook niet iedereen de dominee.”
Roel en Janneke willen jongeren de mogelijkheid bieden om voor christelijk wonen te kiezen. Roel: „Er komt veel op christelijke studenten af. Vanuit een beschermde omgeving komen ze in een open wereld. Op de universiteit wordt God vaak weggeredeneerd of wordt er om het christelijk geloof gelachen. Dan is het fijn dat je thuis een stabiele basis hebt.”
„Oké, het idee is creatief”, vindt Peter van Assenbergh (20), derdejaarsstudent moleculaire levenswetenschappen in Wageningen, „maar ik vind het niet wenselijk als christenen bij elkaar gaan wonen.” Peter heeft een kamer in een van de Wageningse sterflats. Er wonen op dit moment verschillende christenen bij hem op de gang, „maar daar heb ik niet bewust voor gekozen.”
De belangrijkste activiteiten die Peter met zijn huisgenoten onderneemt, zijn eten en sporten. „We eten ’s avonds vaak met zo’n vier of vijf man. Na de maaltijd blijven we soms plakken. We bespreken bijvoorbeeld wat we die dag hebben meegemaakt. Een ongeloofwaardig college over de evolutietheorie bijvoorbeeld. Dan ontstaan er soms interessante discussies.”
Deze gesprekken heb je niet als je in een christelijk huis woont, denkt Peter. „Daarom moeten christenen uit hun veilige kring stappen. Een studentenhuis is dan de ultieme plek om een lichtend licht en een zoutend zout te zijn. Want misschien ben jij wel de enige christen die iemand in zijn leven tegenkomt. Die hem over God en Gods Koninkrijk vertelt.”
Dat betekent niet dat er aan onze keukentafel elke avond goede gesprekken plaatshebben, nuanceert Peter. „Ik wil absoluut niet de evangelist uithangen. Gesprekken moeten spontaan ontstaan. Maar als iemand tegen me zegt: „Jij gelooft toch? Dat zou ik ook wel willen, maar ik kan het niet”, dan weet ik dat God er is en dat Hij werkt.”
Ook voor een christen zelf is het verrijkend om in een niet-christelijke omgeving te stappen, vindt Peter. „Je krijgt veel kritische vragen, waardoor je je gaat afvragen of je wel echt achter datgene staat waarin je altijd gelooft hebt.”
Peter beaamt dat je daardoor kunt gaan twijfelen. Het is daarom goed om christelijke vrienden te hebben of lid te zijn van een christelijke studentenvereniging. „Daar kun je dan op terugvallen.”