Toen de koninklijke familie voorbij was, besloot Huibers met haar kinderen en vriendinnen naar Paleis Het Loo te lopen. „Wij wilden graag het defilé bij het paleis zien. Achter het publiek langs zijn we die richting opgegaan. We hebben zelfs even op de plek gestaan waar Karst T. later met zijn auto door de menigte reed. Uiteindelijk zijn wij doorgelopen tot bij de Naald. Daar zijn de kinderen in het gras gaan zitten. Met een vriendin ben ik op een trappetje geklommen om nog wat foto’s te maken van het passeren van de bus met de koninklijke familie.”
Toen die bijna voorbij was hoorde Huibers opeens „allemaal lawaai.” „Je denkt eerst: dat hoort er zeker bij. Toen zag ik de paniek die er ontstond.”
De politie en beveiligingsmensen maanden de mensen in het vak waar Huibers stond, naar achter te gaan. „Wij stonden dicht bij de auto van Karst T. Ze waren natuurlijk bang voor een explosie.”
Direct riep de politie mensen met EHBO en verpleeg- of artsenopleiding naar voren om te helpen. „Ik heb mijn vriendinnen gevraagd of zij op de kinderen wilden passen en ben naar de slachtoffers gelopen. Ik heb de opleiding ziekenverzorgster gedaan. Ik kwam bij een meisje dat helemaal in shock was. Zij was zwaargewond met letsel aan benen en hoofd. Ik heb haar proberen te kalmeren en een wond schoongemaakt.”
De moeder van het meisje lag een paar meter verderop. „De vader liep van de een naar de ander. De moeder van het meisje is later overleden.”
Al snel namen professionele hulpverleners de zorg voor het meisje over. Huibers kon weer naar haar kinderen. „Die waren van slag. Allemaal sirenes.”
Op het moment zelf had Huibers geen last van emoties. „Ik ben heel nuchter. Ik had op dat moment niet in de gaten hoe erg het was. Je handelt. Pas thuis realiseerde ik me de ernst van het gebeurde.”
Huibers denkt nog vaak terug aan de 30e april. Dat komt ook door het intensieve contact dat zij heeft met het meisje dat zij hielp. „Ik wist verder niets van haar, maar was heel nieuwsgierig hoe het met haar ging. Ik ben op internet gaan zoeken en vond gegevens. Ik heb een mail gestuurd met mijn verhaal en dat ik erg graag wilde weten hoe het met Brit ging. Ik heb er ook bijgezet dat ze niet moest reageren als zij dat niet wilde”, vertelt de Dodewaardse.
Huibers hoefde niet lang te wachten. Brit antwoordde al snel. „Sindsdien hebben we bijna wekelijks contact.”
Afgelopen zomer is Marleen Huibers op bezoek geweest bij Brit –„dat was heel emotioneel”– en recent was het Brabantse meisje met haar vader op bezoek in Dodewaard. „Brit is nu twee keer geopereerd. Zij heeft nog veel pijn. Op school gaat het ook nog moeilijk door concentratieproblemen. Verder slaat zij zich er met haar vader dapper doorheen.”
De koninklijke familie leeft nauw mee met de slachtoffers van de aanslag, weet Huibers uit haar contacten met Brit en haar vader. Een dag voor de begrafenis van de moeder van Brit bezochten prins Willem-Alexander en prinses Máxima het Brabantse gezin. „Op de begrafenis was er een groot bloemstuk van hen. En een tijdje geleden moest prinses Máxima in Tilburg zijn voor een bijeenkomst. Toen is zij met een hofdame langsgeweest bij Brit. Dat is zo mooi.”
De prinses wil graag op de hoogte blijven van hoe het met Brit gaat. Huibers: „Over en weer worden er brieven, kaarten en telefoontjes uitgewisseld. Is de prinses ergens in het land en weet ze dat wij er zijn dan maakt zij tijd om even met ons te praten. Heel bijzonder.” Huibers spreekt van een „amicale” band tussen de drie.
Koninginnedag 2010 staat Huibers weer achter de hekken. „Zeker.”