Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Zestienhonderd namen voor unieke chins

 In het huis van Ellen Mulder en Aard Prinsen leven honderden chinchilla's.

In het huis van Ellen Mulder en Aard Prinsen leven honderden chinchilla's.

Het zijn net donzige knuffels, met hun glanzende ogen, grote oren, beweeglijke staart en trillende snorharen. De chinchilla’s bij Ellen Mulder (57) en haar man Aard Prinsen (75) uit het Groningse Musselkanaal zien er schattig uit. Minder leuk zijn de achtergronden van de dieren. „Indian woonde in een oven in de woning van een psychisch zieke vrouw die haar dieren niet meer verzorgde.”
„Kijk, dit is de blinde chinchilla, Madame Pels. Ze is bij ons te gast omdat ze een longontsteking had.” Een montere chinchilla snuffelt aan de tralies als Mulder haar toespreekt, in het Frans. Mulder: „Ze komt uit België en ze reageert alleen als ik haar in die taal aanspreek.”

In het hok bij Madame Pels zit nog een chinchilla. Mulder: „Wat het baasje nooit had gedacht, is gelukt. Madame Pels wilde eerst geen nieuwe echtgenoot na de dood van haar vorige partner. Ik heb haar wél gekoppeld aan een mannetje. Een chinchilla hoort niet alleen te zijn. Het is een sociaal dier dat alleen in gezelschap gelukkig kan worden.”

In de hokken, waarmee kamer na kamer van de woning van Mulder en haar man gevuld is, leven nog honderden andere chinchilla’s. In totaal wonen er in de voormalige touwslagerij 440 „chins”, zoals Mulder haar dieren liefkozend noemt.

Mulder en haar man kwamen voor het eerst in aanraking met chinchilla’s toen ze een stel kochten in een dierenwinkel in hun toenmalige woonplaats Lelystad. „Ik viel voor hun uiterlijk. Ze zien er zo schattig uit. Vervolgens ben ik me in de dieren gaan verdiepen. Ik kon vrijwel nergens iets vinden en ben uiteindelijk terechtgekomen bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Middagenlang heb ik zitten kopiëren.

Omdat ik regelmatig bij de dierenwinkel kwam om voer te kopen en daar over de dieren praatte, vroeg de eigenaar of we een stelletje dat jongen had gekregen wilden huisvesten. Hij wist niet wat hij ermee moest. Dat hebben we gedaan.”

Binnen korte tijd groeide het aantal chinchilla’s in huize Prinsen. „Ze kwamen uit dierenwinkels waar ze slecht waren gehuisvest, in te kleine kooien bijvoorbeeld. Helemaal snel ging het toen de Amsterdamse dierenbescherming met veertien dieren aankwam.” Bij een volgende kooi aangekomen, zegt ze: „Indian woonde in een oven in de woning van een psychisch zieke vrouw die haar dieren niet meer verzorgde.”

In augustus 1998 gingen Mulder en haar man op zoek naar een ander huis. Prinsen: „Het leek erop dat de chinchilla’s niet bij ons inwoonden, maar wij bij hen.” Mulder: „Zo erg was het niet, maar meer ruimte was broodnodig.” De twee verhuisden met hun dieren van Lelystad naar het Groningse Musselkanaal.

In de loop van 1999 brachten Mulder en haar man de opvang onder in een stichting: Vida Nueva. „Dat is Spaans voor nieuw leven. De dieren komen oorspronkelijk uit Latijns-Amerika”, aldus Mulder.

Inmiddels is de chinchillaopvang de grootste ter wereld. Het ’succes’ van de opvang is volgens Mulder te danken aan het feit dat veel mensen bij de aankoop van een chinchilla niet beseffen welk gedrag het dier heeft. „Chins zijn nachtdieren die snel gestrest kunnen raken. Ook hebben de dieren de ruimte nodig, een vogelkooi is veel te klein.”

In het pinksterweekend ging Mulder voor het eerst in vijftien jaar op vakantie. De jaren daarvoor kwam het er niet van, vanwege de zorg voor haar chins. „Ik heb het druk met de administratie voor de stichting. Wekelijks krijg ik tientallen telefoontjes uit het hele land vanwege vragen over de dieren. Zelfs vanuit Engeland, Frankrijk en België bellen mensen die meer willen weten over de verzorging van chinchilla’s.”

Mulder steekt met liefde tijd in het werk. „In eerste instantie ben ik gevallen voor hun schattige uiterlijk. In de loop van de tijd heb ik geleerd dat chinchilla’s intelligente dieren zijn. Als ik vergeet het kooideurtje op slot te doen, komen ze er vanzelf uit.”

Het echtpaar legt maandelijks 1500 euro toe op de verzorging van zijn dieren. „Neem alleen al de honderden kooien die we in de loop van de jaren hebben aangeschaft. Per stuk kosten ze enkele honderden euro’s. Regelmatig moet een chin worden geopereerd en de dieren eten ook behoorlijk veel. Gelukkig hebben we een aantal sponsors. Desondanks heeft mijn man na zijn pensionering een eigen adviesbureau opgericht om de stichting te kunnen bekostigen.”

Alle dieren die bij Mulder binnenkomen, krijgen een Spaanse naam. „Ik zou de dieren tekortdoen als ze geen naam zouden krijgen. Ze hebben elk een eigen karakter. Voor mij is er ook maar één Marguerita of Paquaya. Die zijn uniek, net als alle andere 1600 dieren die we inmiddels hebben gehad.”

voetnoot (u17(Dit is het zevende deel in een serie over een bijzondere verhouding tussen mens en dier.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels