”De Da Vinci code” is een roman, dus qua waarheidsgehalte stelt het boek niet veel voor. Maar al die bestaande plaatsen, schilderijen, organisaties en documenten maken de zaak verwarrend. Daardoor ben je als lezer sneller geneigd om ook de bijbehorende vergezochte theorieën serieus te nemen. Theorieën die op z’n minst aanvechtbaar mogen heten, en die voor christenen godslasterlijk aandoen.
Het hele verhaal is gebaseerd op de aanname dat er ooit sprake is geweest van een huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena, en dat er uit dat huwelijk kinderen geboren zijn van wie de nakomelingen nog altijd ergens op de wereld leven. Daarvoor zijn volgens de schrijver allerlei aanwijzingen te vinden in gnostische geschriften uit de eerste eeuwen.
Dat zo’n enorm geheim nooit aan de oppervlakte gekomen is, heeft te maken met de macht van de kerk. Mannelijke autoriteit, daar draaide het christendom steeds meer om, en dus moest het huwelijk met Maria Magdalena verdoezeld worden en de herinnering daaraan, koste wat kost, uit de wereld verdwijnen. Toch zijn er de hele geschiedenis door kunstenaars geweest die subtiele aanwijzingen in hun werk verborgen hebben, aanwijzingen die de beschouwer op het juiste spoor moeten zetten.
Zo’n geheim is het waard om moorden voor te plegen - en dat gebeurt dus volop in het verhaal. Het begint met de geheimzinnige dood van de Louvreconservator, wat leidt tot een speurtocht van de hoofdpersonen langs allerlei schilderijen met raadselachtige aanwijzingen. Als langzamerhand blijkt welke machtige geheime organisaties en netwerken bij deze moord een rol hebben gespeeld, ontstaat er een klopjacht op leven en dood. En dat voert dan weer tot een dramatische ontknoping, opnieuw in het Louvre.
Strikt genomen is alleen de nogal extreme organisatie Opus Dei de boosdoener, maar de Rooms-Katholieke Kerk voelt zich niet ten onrechte aangevallen. En protestanten hoeven niet te denken dat het hun niet aangaat: in feite schudt ”De Da Vinci code” aan de fundamenten van het hele orthodoxe christendom.
Trouwens, dat geldt net zo goed voor ”Het Bernini mysterie” van dezelfde schrijver: ook daarin is de kerk de grote boosdoener. Intussen noemt diezelfde schrijver zich een christen, zij het dan niet van de orthodoxe soort, en hoopt hij dat ”De Da Vinci code” het gesprek over religie nieuwe impulsen geeft. Dat gebeurt natuurlijk, maar de vraag is welke kant dat gesprek dan opgaat. De lofzang op seksualiteit, vrouwelijkheid en vrijheid die de schrijver aanheft, voorspelt weinig goeds.