Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Energieke rugstreeppad sprint als muis

 De rugstreeppad blijkt een pionier met een voorkeur voor open terreinen.
 1 van 3  

De rugstreeppad blijkt een pionier met een voorkeur voor open terreinen.

De rugstreeppad is de schrik van aannemers, zeker als de ”Bufo calamita” hun bouwplannen blokkeert. De uitkomst van zo’n maatregel kan echter verrassend zijn, aldus Arnold van Rijsewijk, die de beschermde amfibie al jaren op kruiphoogte volgt.
Vanwege zijn korte achterpoten is hij niet in staat om grote sprongen te maken. Toch kan de rugstreeppad onvoorstelbaar hard lopen. „Bijna net zo snel als een muis”, zegt Van Rijsewijk. „Dat doet geen enkele andere pad hem na.” Bij het rennen tilt het energieke dier zijn lichaam zo hoog op dat de buik de bodem niet meer raakt.

Jarenlang werkte de Brabander als maatschappelijk werker in de verslavingszorg en was hij in zijn vrije tijd actief als natuurgids. Parende padden tijdens een excursie deden zijn liefde voor deze koudbloedige dieren ontluiken. Van Rijsewijk kwam in aanraking met Ravon, een organisatie die zich inzet voor het behoud en herstel van de inheemse reptielen, amfibieën en vissen, werd betrokken bij veldonderzoek en inventarisaties en kreeg er uiteindelijk een vaste baan.

Van Rijsewijk bracht eind jaren negentig de kolonisatie van rugstreeppadden in een Brabants ven in kaart, deed in 2004 en 2005 onderzoek naar hun verspreiding in Flevoland en probeerde recent in dezelfde provincie met gezenderde exemplaren inzicht te krijgen in hun landgebruik. Hij wilde de opgedane kennis en ervaring „dichter bij de mensen brengen.”

Het resultaat is ”Een rugstreeppad in de polder”, een boekje waarin hij de belevenissen van een jonkie vanuit het perspectief van het dier beschrijft. In combinatie met de fraaie close-upfoto’s komt dat soms aandoenlijk over, al had de auteur niet de behoefte het diertje „een broek aan te trekken”, te vermenselijken. „Voor mij is beleving belangrijk, maar de inhoud moest wel ecologisch verantwoord zijn.” In 2005 bracht hij op dezelfde manier het leven van de levendbarende hagedis in beeld.

Pionier
De rugstreeppad is kleiner, gedrongener en kleuriger dan de gewone pad (Bufo bufo). De wrattige rug is meestal grondkleurig, heeft groene vlekken, rode puntjes en een zwavelgele lengtestreep, waaraan het dier zijn naam dankt. Zijn ogen kijken sprankelend geelgroen de wereld in. Daarachter bevinden zich de paratoïden, tamelijk grote gifklieren die recht naar achteren wijzen.

Het gedrag van dit „oerbeest” intrigeert Van Rijsewijk. „Zijn leven begint in het water en speelt zich daarna vooral op het land af. Bovendien is zijn biotoopkeuze totaal anders dan die van veel andere amfibieën.”

De ”Bufo calamita” blijkt een pionier met een voorkeur voor open terreinen, waarvan de bodem uit los zand bestaat en geschikt is om te graven. Op opgespoten land -niet bepaald het gemakkelijkste leefgebied- verschijnt hij meestal als eerste. Op zo’n vlakte heeft de wind vaak vrij spel. Er is weinig beschutting in de vorm van bosjes of houtwallen. De pad is daarop uitstekend berekend. „Het dier, niet zo’n beste zwemmer, plant zich voort in ondiep water. Regenplasjes zijn al voldoende, maar die zijn niet op afroep beschikbaar. Vandaar dat de paringsperiode langer duurt, zeker in vergelijking met die van andere soorten. De piek valt in mei, maar tot half augustus laten de mannetjes hun lokroep nog horen. Ze maken met een grote kwaakblaas onder hun keel een ratelend geluid. Net of iemand met zijn nagel over de tanden van een kammetje raspt. Ondiep water warmt snel op, wat een snelle voortplantingscyclus tot gevolg heeft. De pikzwarte larve metamorfoseert in vier tot zes weken tot een padje, nauwelijks groter dan een eurocent, maar bomvol energie.”

Eenmaal volwassen leidt de rugstreeppad een onopvallend bestaan. „Hij is voornamelijk vanaf de schemering tot enkele uren na middernacht actief. Overdag verbergt het dier zich door ergens onder of in te kruipen. Of hij graaft zich in.”

Dat laatste heeft soms tot gevolg dat het dier onbedoeld naar elders wordt getransporteerd. „Hij zou bijvoorbeeld kunnen zitten in zand dat wordt afgegraven voor de aanleg van nieuwe wijken en zou dan zo in stadsuitbreidingen bij Almere en Lelystad tevoorschijn kunnen komen.”

In de meeste Europese landen is de amfibie zeldzaam en daarom streng beschermd. „Nederland heeft op dat punt een extra verantwoordelijkheid, omdat een groot deel van de West-Europese populatie binnen onze grenzen leeft”, aldus Van Rijsewijk. „Het dier is in het bedrijvige Nederland zeker niet zeldzaam. Wel bevindt de pad zich in sommige streken in de gevarenzone en nadert hij de grens van de Rode Lijstcategorie ”kwetsbaar”.”

Nuchterheid
Zijn aanwezigheid kan tot stillegging van bouwprojecten leiden. „In de media komt dan het beeld naar voren van een lastige pad die bulldozers tot stoppen dwingt. Dat aspect speelt in mijn verhaal een rol, maar ik bekijk het probleem door de ogen van het dier. Het gebeurt overigens zelden dat een project wordt afgeblazen. Als het even kan proberen we dat te voorkomen, want de aaibaarheidsfactor van dit dier is al niet hoog.”

In voorkomende gevallen is zowel voorzichtigheid als nuchterheid geboden, aldus Van Rijsewijk. „Iedere oplossing moet gericht zijn op een duurzaam voortbestaan van de soort. Essent wilde op een oude vuilstort bij Loon op Zand een afvalverwerkingsfabriek bouwen. Op het terrein waren vijf roepende rugstreeppadden geteld. De minister gaf geen toestemming om ze weg te vangen, omdat de voortplanting al was begonnen. Tot half 2006 bevond zich een paddenscherm rond het gebied om alle dieren weg te vangen. Tot ieders verbazing bleken er 455 rugstreeppadden te zitten, 293 gewone padden en 1302 groene en bruine kikkers. Je moet dus voorzichtig zijn met de opmerking: „Er zitten er maar een paar.” Anderzijds kan een rugstreeppad na jaren een leefgebied voor gezien houden en zelf vertrekken. Het beest is namelijk enorm mobiel en kan behoorlijke afstanden afleggen. Zodra de dynamiek uit zijn biotoop verdwijnt, pakt hij zijn biezen. Het blijft een eigenzinnig dier.”

N.a.v. ”Een rugstreeppad in de polder”, door Arnold van Rijsewijk; uitg. Stichting Ravon, 2006; 96 blz.; € 11,- (exclusief € 3,50 verzendkosten). Bestellen per post (Ravon, Sluiskamp 3107, 6605 SL Wijchen) en via www.ravon.nl/rugstreep.html. Een uitgebreide versie van dit artikel is te lezen op refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels