Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

„Brown laat miljoenen mensen erin tuinen”

 VAN OORT … welkom op college…
 1 van 3  

VAN OORT … welkom op college…

Nog altijd verslaat Dan Brown met ”De Da Vinci code” zijn miljoenen. Wat vinden Nederlandse protestanten van deze relithriller? In dit artikel reageren drie deskundigen op de bestseller en de mogelijk schadelijke effecten ervan.
Dr. J. van Oort, hoogleraar patristiek (vroege kerkgeschiedenis) en gnostiek te Nijmegen:
„Ik was bezig met het lezen van ”De Da Vinci code” toen het nieuws van de ontdekking van het Judasevangelie kwam. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de lezing van Dan Browns boek niet heb voortgezet. Het is immers fictie, en zo’n nieuwe codex is echt. Maar goed, wat ik er van opgevangen heb, is dat het (a) een heel goed geschreven en (b) een voor christenen aanstootgevend boek is, omdat gesteld wordt dat Jezus een verhouding zou hebben met Maria Magdalena. Van dat laatste is evenwel uit betrouwbare bronnen geen spoor van bewijs.

In ”De Da Vinci code” zijn feit en fictie op zo’n manier vermengd dat ze moeilijk uit elkaar te houden zijn. Miljoenen mensen tuinen daar in. Zeker bij mensen die al bezwaren hebben tegen het christendom of die maar half geïnformeerd zijn, gaat dit erin als koek.

Ook veel journalisten zijn over religie in het algemeen en misschien wel het christendom in het bijzonder heel slecht geïnformeerd. Toen dat Judasevangelie werd ontdekt, was -geïnspireerd door de fabels van Dan Brown- de eerste vraag van veel journalisten: dus het is ook een samenzwering van het Vaticaan geweest dat deze nieuwe codex pas nú bekend wordt?! Nonsens natuurlijk...

Ik denk dat het geven van goede informatie zinvol en eigenlijk de enige remedie is tegen de verwarring die Browns boek teweegbrengt. Voor mijn vakgebied -het ontstaan van het christendom in de eerste eeuwen- is dit in zekere zin positief. De brede massa ziet nu hoe belangrijk de kennis van het ontstaan van het christendom is. Maar laat men zich er dan vakmatig in verdiepen. Welkom op college Vroege Kerk, zou ik zeggen, zeker ook tegen journalisten en schrijvers als Dan Brown.”

L. A. Kroon, jeugdwerkadviseur Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten:
„”De Da Vinci code” is een meeslepend verhaal, met hier en daar wat voor de hand liggende toevalligheden. Ik heb het in de zomervakantie in één ruk uitgelezen.

Wel heb ik moeite met de theologische hoofdlijn die Dan Brown gebruikt. Natuurlijk is de theorie die hij verwerkt in De Da Vinci code niet nieuw, maar hij wekt in dit boek de suggestie dat dit toch wel het échte verhaal is achter Jezus van Nazareth. De impliciete ontkenning dat Hij de Zoon van God is en dat alleen door het geloof in Hem zaligheid te vinden is, heeft me geschokt.

Ik vind het boek daarom ook schadelijk voor het christendom. De moderne mens wil door infotainment geïnformeerd worden. Als het maar goed overkomt en goed voelt, vraagt men zich nauwelijks af of iets wel waar is. De Rooms-Katholieke Kerk als instituut krijgt er het meest van langs, maar bijvoorbeeld het gezag en de onfeilbaarheid van de Bijbel staan ook ter discussie. Door het op te nemen voor de -veelal later ontdekte- gnostische evangeliën zet Dan Brown de canonvorming in het verdachtenbankje. De recente ophef over het Judasevangelie ligt eigenlijk in dezelfde lijn. Dat raakt míjn Bijbel.

Voor mezelf heb ik het boek niet als schadelijk ervaren. Ik ben er vast van overtuigd dat de Heere Zijn hand in de canonvorming gehad heeft. Feiten uit de kerkgeschiedenis ondersteunen dat alleen maar. Een thriller brengt die overtuiging niet aan het wankelen.

Dan Brown schotelt veel informatie voor als feitelijk. Feit en fictie lopen op een weliswaar knappe, maar onverantwoorde manier door elkaar heen. Omdat ik het las vanuit het perspectief van het geloof in de Heilige Schrift en binnen de kaders van de belijdenis, kwam het op mij niet geloofwaardig over. Ik heb echt weinig momenten gehad dat ik dacht: zou dit nu echt waar zijn? Maar als je toch al twijfelt aan de waarheid van de Bijbelse boodschap of er helemaal niet in gelooft, is het anders, denk ik.

Wel acht ik het boek geschikt om in gesprek te raken met andersdenkenden. Je kunt best aan iemand vragen of hij ”De Da Vinci code” gelezen heeft en wat hij ervan vond. Dan heb je zo een gesprek over de waarheid van de Bijbel en de uniciteit van de Heere Jezus.”

Dr. M. J. Paul, als oudtestamenticus verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven/Heverlee:
„De verschijning van het boek ”De Da Vinci code” riep bij mij teleurstelling en boosheid op. Waarom wil de auteur het christelijk geloof aanvallen? Waarom zijn velen zo geïnteresseerd in deze ontkenning van essentiële waarheden van het christelijk geloof? Wat is er geestelijk gaande als mensen meegevoerd worden door dergelijke lectuur?

Ik acht het boek ronduit schadelijk voor het christendom. Vorige week heb ik nog een gesprek gevoerd met een (christelijke) studente die dit boek en allerlei gnostische evangeliën gelezen had. Zulke lectuur laat sporen na in het denken, vaak meer dan men beseft, en dat was ook bij haar te merken.

De inhoud van het boek doet mij nu niet veel, omdat ik in de afgelopen tientallen jaren veel aanvallen op het christelijke geloof heb gelezen, vaak in wetenschappelijke, maar soms ook in verhalende vorm. Vroeger raakte het mij veel meer, maar vanuit de geschiedenis van de Bijbeluitleg en vanuit de kerkgeschiedenis weet ik dat veel zaken in het boek onwaar zijn, zoals reeds vóór de vertaling in het Nederlands in buitenlandse tijdschriften te lezen stond. Wie echter, zoals de meeste lezers, zonder die toerusting zo’n boek leest, kan door de suggestieve stijl van schrijven gemakkelijk meegevoerd worden.

In de ontmoeting met andersdenkenden zou ik dit boek niet uitkiezen, maar de werkelijkheid is dat velen dit boek al gelezen hebben en de film zullen zien. Op basis daarvan vind ik het prima om een gesprek te voeren. Hopelijk blijft het dan niet bij argumenten voor en tegen, maar ontdekt de ander de kracht van het Evangelie!

Vroeger en vandaag zijn er geestelijke krachten werkzaam die „de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden” (Romeinen 1:18). Laten we daarom te midden van deze geestelijke strijd in onze cultuur bidden dat de lezers en kijkers de ogen geopend worden voor de waarheid.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels