Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Air Atlantique blijft bejaarde vliegtuigen trouw

 De DC-3 Dakota vormde was het belangrijkste vliegtuig in de vloot van Air Atlantique

De DC-3 Dakota vormde was het belangrijkste vliegtuig in de vloot van Air Atlantique

Het begon zo’n twintig jaar geleden, toen twee Britten zich ontfermden over een paar afgedankte transportvliegtuigen. Dat gebeurde uit liefde voor het historische karakter van de toestellen. Inmiddels is hun initiatief uitgegroeid tot een fors bedrijf, met tientallen vliegtuigen. Nog steeds zijn veel daarvan gebouwd in de periode tussen 1940 en 1960. „Wij zijn de enigen in Europa die daarmee nog vliegen. Je moet wel een beetje gek zijn om dat te doen.”

Zuigermotoren. Daar draait het om bij Air Atlantique in het Engelse Coventry. Een technisch verhaal? Ja, wel een beetje. Maar het is meer. Want waar bijna overal in de wereld straalmotoren de boventoon voeren in de luchtvaart, houdt Air Atlantique het graag bij het oude. Geen staaltje van het Britse oerconservatisme, zo verzekert woordvoerder Glenn Coley. „Dit is liefde voor techniek.”

Air Atlantique ontstond in 1969 op Jersey. Medio jaren zeventig werden vooral vrachtvluchten uitgevoerd met de Douglas DC-3 Dakota. Dat wereldberoemde vliegtuig -het werd in de oorlog ingezet bij de luchtlandingen rond Arnhem- was op dat moment nog op veel meer plaatsen in gebruik. De aanschafprijs was laag en ook het vliegen ermee relatief goedkoop. Eigenlijk is er wat dat betreft niets veranderd, zegt Coley. „Het vliegen met de Dakota en de viermotorige DC-6 die we hebben, is nog steeds niet duur. De afschrijving van de toestellen is nihil, omdat de aanschafprijs jaren geleden al is terugverdiend.”

Sinds de aanschaf van de eerste Dakota’s is Air Atlantique alleen maar gegroeid. Op het hoogtepunt van de operaties met de DC-3, zo’n tien jaar geleden, waren meer dan tien toestellen in dienst. Elders in Europa was het vliegtuigtype toen vrijwel alleen nog te vinden in musea. Inmiddels is een groot aantal Dakota’s aan de kant gezet. Een deel is opgeslagen, een aantal toestellen is verkocht. Twee toestellen zijn aangekocht door luchtvaartmuseum Aviodrome in Lelystad, dat er eentje in knaloranje kleuren op het platform heeft staan.

Brandstof
Een belangrijke reden voor het buiten gebruik stellen van de Dakota is het probleem dat er moeilijk brandstof te krijgen is voor de vliegtuigen. Hier komen de zuigermotoren om de hoek kijken. Want alleen een goedgevulde tank met speciale brandstof zorgt ervoor dat de krachtbronnen het zo kenmerkende gebrom produceren. Op vrijwel alle grote luchthavens is dit goedje, Avgas, echter niet of nauwelijks verkrijgbaar. Alleen sportvliegtuigen gebruiken het. „Maar onze Dakota’s en DC-6-vrachttoestellen gebruiken op één vlucht soms meer dan dertig sportvliegtuigen tegelijk”, zegt Coley. „Dat is niet aan te slepen.”

Het brandstofprobleem deed Air Atlantique omzien naar een manier van vliegen waarbij geen grote afstanden hoefden te worden afgelegd. Dat resulteerde in een contract met de Engelse overheid om olievlekken op zee te bestrijden. Met grote sproeiarmen spuiten de vliegtuigen daarbij een vloeistof op het water die olie afbreekt. Inmiddels worden de Dakota’s niet meer voor dit doel gebruikt. De taak is overgenomen door de DC-6 en de Lockheed Electra. Dit toestel, een voorloper van de Orion-patrouillevliegtuigen van de Koninklijke Marine, wordt aangedreven door turbopropmotoren. Die gebruiken dezelfde brandstof als straalmotoren en zijn daardoor makkelijker inzetbaar.

Op de luchthaven van Coventry -het vliegveld is geheel eigendom van Air Atlantique- staan verscheidene van deze toestellen opgesteld. Om een voorraad reserveonderdelen te hebben, kocht het bedrijf in de achterliggende jaren overal exemplaren van de Electra op. Een aantal toestellen wordt vrijwel dagelijks ingezet, andere exemplaren staan, ontdaan van allerlei onderdelen, her en der over het veld verspreid opgesteld. De actieve Electra’s, waaronder een exemplaar dat in de jaren zestig nog dienstdeed bij de KLM, vervoeren vooral pakjes voor postbedrijven. Het belangrijkste operatiegebied vormt Europa, maar ook Amerika en Canada worden regelmatig aangedaan.

Onderhoud
Volgens Coley levert het onderhoud van de bejaarde vliegtuigen geen grote problemen op. „Alles wordt in eigen huis gedaan. Onze technici zijn gespecialiseerd in oudere vliegtuigen. Bovendien zijn er nog voldoende reserveonderdelen beschikbaar voor alle toestellen waar we mee vliegen.” Het bijzondere karakter van het bedrijf heeft er inmiddels voor gezorgd dat Air Atlantique een van de belangrijkste aanspreekpunten is in Europa op het gebied van oude vliegtuigen. De ramp met de DC-3 van de Dutch Dakota Association werd onderzocht door een toestel van Air Atlantique soortgelijke vluchten te laten uitvoeren. Niet veel later zorgde het bedrijf ervoor dat de vroeger door prins Bernhard gevlogen Dakota weer vliegwaardig werd gemaakt. Het toestel had ruim 25 jaar in de openlucht bij luchtvaartmuseum Aviodome gestaan.

Naast een vloot van vliegtuigen voor commerciële vluchten, bezit Air Atlantique een groot aantal toestellen die uit historisch oogpunt bewaard worden. Van een Canberra-straalbommenwerper tot een Shackleton-patrouillevliegtuig met maar liefst acht propellers. Alle vliegtuigen worden tot in de puntjes onderhouden, de meeste vliegen ook nog. Liefhebbers kunnen de toestellen afhuren voor rondvluchten. De meeste vliegtuigen kiezen overigens maar een paar keer per jaar het luchtruim. Maar er zijn uitzonderingen. Enkele vliegtuigen worden geregeld uitgeleend aan de opleiding tot testpiloot van de Engelse luchtmacht. „De vliegers daar moeten met zo veel mogelijk verschillende toestellen kunnen vliegen. Ook met bijzondere. Daarvoor zijn ze bij ons natuurlijk aan het goede adres.”

De komende jaren zal het aantal toestellen in de historische vloot alleen maar groeien, verwacht Coley. „We denken erover om de DC-6 over te hevelen van de commerciële naar de historische vloot. Dat is eerder al gebeurd met een aantal Dakota’s. Het wordt steeds moeilijker om kostendekkend met deze vliegtuigen te werken. Eén DC-6 staat nu bijvoorbeeld met een kapotte motor in Valencia. Dat is logistiek voor ons lastig, want een reservemotor moet vanuit Engeland daarheen worden gevlogen en ter plekke worden gemonteerd. Een kostbare klus, omdat we alles zelf mee moeten nemen. Met een moderner toestel kun je bij problemen terugvallen op voorzieningen van de luchthaven waar je op dat moment bent.” En ondanks alle voorliefde voor oude vliegtuigen ontkomt Air Atlantique er niet aan om ook recent gebouwde toestellen in dienst te nemen. Coley: „We hebben nu een ATR-42 gekocht van nog geen tien jaar oud. Dat bevalt uitstekend.”

Dat andere luchtvaartmaatschappijen dit tientallen jaren geleden al door hadden, zegt volgens Coley niet alles. „Dit is Air Atlantique. We zijn anders en we doen anders dan ieder bedrijf in de wereld. Dat we nu de Dakota’s uit dienst genomen hebben, zegt niets. Als we er over een paar jaar weer geld mee kunnen verdienen gaan we er gewoon weer mee vliegen. Zo werkt dat hier.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels