De Dordtse Leerregels zeggen daarom niet in ’t algemeen tegen alle mensen: „God houdt van je.” Neen, ze spreken over „de eeuwige liefde Gods tot de uitverkorenen.” Die predestinatie vormt overigens geen barrière. Integendeel. Zij is een bijzondere genade! God laat niet alle mensen in de ellende. Hij verkiest tot de zaligheid. Zelf zijn die mensen vanbinnen zo bedorven, dat ze nooit goed voor God kiezen. Het toppunt van genade is dat de Almachtige Zelf mensen tot geloof in Christus brengt. De geciteerde passages betekenen dus niet dat de Dordtse Leerregels de proclamatie van het Evangelie beperken. Een ander artikel zegt dat de belofte van het Evangelie aan alle volken en mensen „zonder onderscheid moet worden verkondigd en voorgesteld, met bevel van bekering en geloof.” God vindt mensen waardevol. Natuurlijk. Zij maken deel uit van Zijn schepping. Hij heeft er welbehagen in om door het Evangelie mensen van het kwaad te redden. Daarom biedt Hij Zijn liefde aan.
Wellicht maakt een zuster of broeder mij er op attent dat ik met „een menselijk geschrift” op de proppen kom. „De Bijbel zegt het toch heel anders?” Ik moet zo iemand teleurstellen. Het viel mij bij het nadenken over dit wekelijkse stukje juist op hoe de liefde die in het Woord van God ter sprake komt, vaak heel persoonlijk is. Gericht op een individu. Of toegespitst op een uitgekozen groep mensen.
Liefde aanbieden is iets anders dan concreet liefhebben. En liefde is iets anders dan een soort algemene solidariteit. Liefde is persoonsgericht, een concrete, aanwijsbare, tweezijdige relatie. Dat blijkt telkens in de Bijbel. De Heere Jezus had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief (Johannes 11:5). De Zaligmaker had de Zijnen, die in de wereld waren, lief tot het einde (Johannes 13:1). Paulus zegt in Romeinen 8:37: „Wij zijn meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft.” Dat betrof niet alle mensen in Rome. Maar de gelovigen in de gemeente, het heilige Lichaam van Christus. Zo schrijft hij ook in Efeze 5:25: „Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de gemeente liefgehad heeft.” Christus heeft hem lief die Zijn geboden bewaart (Johannes 14:21). En als Paulus in Romeinen 8:39 het uitjubelt dat „noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods”, belijdt hij dat in gemeenschap met Gods kinderen. God heeft hen lief.
Ik zocht naar Bijbelse teksten die de algemene uitspraak „God houdt van je” of „God heeft je lief” kunnen onderbouwen. Dat viel mij niet mee. Zeker, God Zelf is liefde. Maar in de brieven van Paulus blijkt hoe de apostel die liefde van God geheel en uitsluitend geopenbaard ziet in Jezus Christus. Die liefde is onlosmakelijk verbonden aan het heilsplan, waarin God verkiest. Dat die liefde wordt geproclameerd, aangeboden aan de hoorders van het Woord, is niet hetzelfde als zeggen: „God houdt van je.”
Een lezer zit te wachten op een verwijzing naar Johannes 3:16: „Want alzo lief heeft God de wereld gehad...” Wat betekent die tekst? Het woord wereld betekent niet: alle mensen hoofdelijk. Het wijst behalve op Joden, ook op heidenen. De mensheid in het algemeen. „Opdat een iegelijk die gelooft niet verderve.” God heeft in zulke mensen een welbehagen. Hij laat hun Zijn Evangelie verkondigen: denk ook aan de geschiedenis van de koperen slang! Hoewel velen zich onder Zijn aanbod van liefde in Christus verharden en verderleven in wat ze van nature zijn.
God is trouwens niet alleen liefde. Hij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid (Psalm 5:6). Hij houdt de schuldige niet onschuldig (Deuteronomium 7:9-10). Hij brengt vergelding over de kwaaddoeners (Openbaring 16:5-7). Zonde bestaat in ongeloof en ongehoorzaamheid, in hoogmoed en haat. God kan dat alles niet zien of luchten. Hij schiep de mens om hem Zijn goedheid en liefde te betonen. Daarin ligt het leven van de mens. Maar het afwijzen van dit leven is tevens een keus voor de dood.
Liever dan „Jesus loves you” zou ik tegen Madonna zeggen: Geef je verkeerde leven op. God vraagt jouw liefde. Hij biedt Zijn liefde aan.