Via vaste karavaanroutes worden zulke geliefde Afrikaanse producten naar Egypte vervoerd. Een van de oudste routes is het ”pad van de veertig dagen”, de zogenaamde ”Darb Al Arba’ïn’. Deze loopt van Egypte door de woestijn naar Sudan. Karavanen vervoeren levende dieren, ivoor, luipaardhuiden, zebrahuiden, vakwerk, edelstenen, maar bijvoorbeeld ook de tongen van giraffen. Ook in de Bijbel lezen we van karavaantochten. Jozef wordt, al lang voordat de zwarte farao’s aantreden, aan een groep reizigers verkocht die op weg zijn naar Egypte. In Genesis 37 staat: „En zie, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kemels droegen specerijen en balsem en mirre, reizende om dat af te brengen naar Egypte.” Op zijn beurt leverde Egypte graan aan andere landen.
Overleven
De kemels die in Genesis genoemd worden, zijn vermoedelijk dromedarissen geweest. Archeologen hebben vele skeletten van dromedarissen gevonden tegenover een enkele kameel. Men denkt dat dromedarissen beter bestand zijn tegen het leven in de woestijn dan kamelen. Naast dromedarissen zijn er ook andere dingen nodig om goed de woestijn door te komen. Op allerlei plekken langs de rand van de woestijn zijn partijen met stenen potjes gevonden waarbij stenen ringen met een gat erin horen. Omdat het op vele plaatsen is aangetroffen, moet het een onmisbaar voorwerp zijn in de woestijn. Toch weten archeologen nog steeds niet waarvoor het dient. Veel vragen blijven onbeantwoord en de nodige informatie zal misschien nooit boven water komen.
Verleden-heden
Dit is grotendeels onze eigen schuld. In de afgelopen eeuwen heeft het westen massaal graven en gebouwen leeg geroofd omdat het veel geld opleverde. Vaak is niet meer te achterhalen waar de voorwerpen vandaan komen. De meeste voorwerpen die er nog zijn, hebben we te danken aan deze dubieuze rooftochten. Ook nu wordt er nog archeologisch onderzoek verricht, maar het gebied is voor archeologen moeilijk toegankelijk. De streek Nubië ligt in het strengislamitische Sudan. De regering wil eigenlijk niets met het verleden te maken hebben en ziet de waarde van onderzoek niet in. Voor de archeologie is de meest recente ramp de aanleg van het Nasserstuwmeer. In 1971 werd dit gebied onder water gezet en een grote hoeveelheid antieke en vroegchristelijke gebouwen, beelden en schilderingen is verloren gegaan. Het verleden is hier niet meer en zelfs een volhardende archeoloog heeft er weinig meer te zoeken.
Tentoonstelling zwarte farao’s
Museum Mariemont in het gelijknamige Belgische plaatsje, wijdt tot 2 september 2007 een tentoonstelling aan de zwarte farao’s en de beroemde karavaanroute ”Darb Al Arba’ïn”. Er worden archeologische vondsten getoond in combinatie met foto’s die een fotograaf de afgelopen tien jaar van het gebied heeft verzameld. Een van de bezoekers van de tentoonstelling is Lou Lichtenberg. Hij is oprichter en hoofdredacteur van het Nederlandse tijdschrift ”Archeologie Magazine”.
„De expositie is vooral interessant omdat ze aandacht schenkt aan een gebied dat momenteel en in de afgelopen jaren zozeer door oorlogen geteisterd wordt. Deze tentoonstelling laat zien dat het gebied, dat nagenoeg het huidige Sudan omvat, gelukkig ook een andere kant heeft. Ze hebben grootse en cultureel waardevolle zaken voortgebracht. Ook in Nederland zijn er jaren geleden tentoonstellingen aan dit thema gewijd. Deze tentoonstelling vult de gegevens die we over deze periode hebben aan. De tentoonstelling is interessant voor archeologen, maar niet minder voor het bredere publiek.”
Meer informatie www.musee-mariemont.be en www.archeologiemagazine.nl.