Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Het andere Servië

 Blik op de rooms‑katholieke Heilige Drie‑eenheidkerk (voor) en de orthodoxe kathedraal Sint‑Nicolaas (achter) vanaf het gymnasium in Sremski Karlovci.
 1 van 8  

Blik op de rooms‑katholieke Heilige Drie‑eenheidkerk (voor) en de orthodoxe kathedraal Sint‑Nicolaas (achter) vanaf het gymnasium in Sremski Karlovci.

Als vakantiebestemming heeft Servië de nodige weerstand te overwinnen. Menigeen bekijkt het land nog steeds door de bril van de jaren 90, toen Servië het middelpunt vormde van de Balkanoorlogen. In één adem wordt het genoemd met ’foute’ Serviërs zoals Milosevic en Mladic. Toch is het land een bezoek meer dan de moeite waard. Al was het alleen maar om alle vooroordelen weg te nemen.
Zlatibor, gouden pijnboom. Zo luidt de naam van het berggebied in het zuidwesten van Servië, op 230 kilometer afstand van hoofdstad Belgrado. De weg ernaartoe voert door een glooiend groen landschap, waar veel mensen in de dorpjes leven van wat het land hun biedt. De streek is dunbevolkt, zodat de schoonheid van het landschap nog onbedreigd is. Onwillekeurig voel je je hier thuis, ook al ben je op vreemde bodem.

In Zlatibor zelf, een 30 kilometer lang en 12 kilometer breed bergmassief, is het weinig anders, hoewel het gebied door de komst van toeristen in de loop der tijd drukker is geworden. Tot halverwege de 19e eeuw stond Zlatibor bekend als Rujno, het Servische woord voor rood-geelachtig. De kleur verwees naar de uitgestrekte velden waarop herders hun schaapskudden weidden. Op de ruggen van ezels vervoerden de arme bergbewoners hun vracht door heel Servië. Wie er niets had te zoeken, meed de streek.

Dat veranderde toen koning Alexander Obrenovic in 1893 Zlatibor bezocht. Zijn komst betekende het startschot voor de bouw van vakantiehuisjes en villa’s. Als de koning rust zocht in Zlatibor, dan kunnen anderen dat ook, was de gedachte. Na het bezoek in 1908 van de koning uit de andere Servische dynastie, Peter I Karadjordevic, werden de eerste hotels gebouwd. Honderd jaar later zijn er in het gebied 14.000 bedden voor toeristen beschikbaar, zo meldt een folder, waarvan 4000 in hotels en herbergen; de overige 10.000 bij particulieren.

Naast het natuurschoon is de gezonde berglucht een belangrijke trekker van Zlatibor. Zieken met chronische aandoeningen aan de luchtwegen of schildklierproblemen, patiënten die herstellende zijn van een operatie of mensen met een allergie krijgen van artsen regelmatig het advies een bezoek te brengen aan de ”berg van de gezondheid”. Met 200 zonnige dagen per jaar en de afwezigheid van harde winden is het ook voor gezonde mensen uiteraard aangenaam vertoeven in Zlatibor. En met volop sneeuw tussen oktober en april kunnen wintersporters hier eveneens hun hart ophalen. Wel oppassen voor wolven, die hier net als wilde beren nog voorkomen.

Robin Hood
Niet altijd in de geschiedenis was het 1000 meter hoog gelegen Zlatibor, met bergtoppen als Cigota (1422 meter), Brijac (1480 meter) en Tornik (1496 meter), een oord van pais en vree. Servië zou de Balkan niet zijn, als hier niet hevig was gevochten. Tijdens de vijfhonderdjarige bezetting van Servië door Osmaanse Turken vormde het bergachtige bosgebied een ideaal onderkomen voor de hajduci (enkelvoud: hajduk). Deze ’vogelvrijen’ groeiden in de folkloristische traditie van de Balkan uit tot romantische heldenfiguren die de Turken bestalen ten behoeve van de armen. Nog altijd worden de daden van deze Servische Robin Hoods, die niet altijd zo nobel zullen zijn geweest, bezongen in de Servische volksliederen, begeleid op gusle, viool of accordeon.

Aan de hajduci hadden de Turken hun handen vol. Zowel tijdens de Eerste als de Tweede Servische Opstand (1804-1813, respectievelijk 1815) lieten de vrijheidsstrijders in Zlatibor zich niet onbetuigd. Anderhalve eeuw later zouden de troepen van nazi-Duitsland eveneens kennismaken met het verzet van de trotse Serviërs. De stad Uzice in de onmiddellijke nabijheid van Zlatibor werd in 1941 zelfs op de Duitsers heroverd. De partizanen onder leiding van Tito hielden het 67 dagen vol, waarna de nazi’s met harde hand een einde maakten aan de opstand. Na de oorlog werd de stad omgedoopt tot Tito’s Uzice. Tot 1992 zou de naam aan de vroegere communistische president van Joegoslavië verbonden blijven.

Vojvodina
Cultuurliefhebbers kunnen hun hart ophalen aan de fresco’s en iconen in de vele kloosters die Servië rijk is. Bijvoorbeeld in de kloosterkerk Christus-Hemelvaart van Raca, even ten westen van Zlatibor. Het klooster werd aan het einde van de 13e eeuw gebouwd, maar tijdens de eerste migratiegolf van 1690 -toen veel Serviërs in het kielzog van het zich terugtrekkende Habsburgse leger richting het noorden trokken- door de Turken verwoest. Nadat het gebouw in 1784 weer was opgetrokken, maakten de Turken het na de Eerste Servische Opstand opnieuw met de grond gelijk. De kloosterkerk die in 1826 verrees, overleefde het geweld van de Tweede Wereldoorlog.

Veel van de Serviërs die in 1690 naar het noorden trokken, vestigden zich in Vojvodina - tegenwoordig een autonome regio in Servië, maar tussen het eind van de 17e eeuw en de Eerste Wereldoorlog onderdeel van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Hier genoten de Serviërs bescherming van de Habsburgers, die de Servische mannen in hun strijd tegen de Turken goed konden gebruiken in het keizerlijke leger.

In Fruska Gora, een nationaal park even ten zuiden van de stad Novi Sad, herstelden ze niet alleen de kloosters uit de 15e en 16e eeuw die door de Turken waren verwoest, maar bouwden ze ook nieuwe. Ze speelden een cruciale rol bij de handhaving van de Servische identiteit in een periode dat Servië door de Turken werd bezet.

De zestien kloosters die in een straal van 20 kilometer bewaard zijn gebleven -de Fruska Gora wordt na de Sinaï en de Athos ook wel de derde heilige berg genoemd- vormen een unieke samensmelting van verschillende stijlen. Met hun barokke torens hebben de kloosterkerken meer weg van de bedehuizen in het Habsburgse rijk, het interieur van de gebouwen is daarentegen onmiskenbaar Byzantijns-Servisch.

Het gevoel niet in Servië te zijn, krijgt de toerist ook in Novi Sad, de hoofdstad van Vojvodina en met 300.000 inwoners de tweede stad van het land. Alle bouwstijlen kom je hier tegen: gotiek, barok, neoclassicisme. In het midden van de 19e eeuw vormde de stad het culturele centrum van alle Serviërs, wat hem de bijnaam het ”Athene van Servië” opleverde. Overigens is de hele Vojvodina met meer dan twintig nationaliteiten, ongeveer dertig geloofsstromingen en vier officiële talen -Servisch, Hongaars, Slowaaks en Roetheens- een smeltkroes van culturen.

Ergernis
Grote blikvanger van Novi Sad is fort Petrovaradin op de rechteroever van de Donau. In de Romeinse tijd lag hier al de vesting Cusum als onderdeel van de limes, de grens tussen de beschaafde en barbaarse wereld. Met de bouw van Petrovaradin werd eind 17e eeuw begonnen, nadat de Turken Vojvodina aan de Habsburgers hadden moeten prijsgeven. Het Gibraltar aan de Donau biedt een prachtig uitzicht over Novi Sad.

Inmiddels zijn de meeste bruggen over de rivier die de NAVO tijdens de Kosovo-oorlog van 1999 allemaal platgooide, weer hersteld. Op de verhoudingen tussen de verschillende nationaliteiten heeft de oorlog in Vojvodina gelukkig nauwelijks effect gehad. Hoewel de inwoners van de stad hun ergernis over het NAVO-optreden desgevraagd niet onder stoelen of banken steken, is hun gastvrijheid er niet minder om. Wie de obers in de talrijke restaurants van de stad de schalen vlees op tafel ziet zetten, vraagt zich vertwijfeld af hoe hij dat allemaal naar binnen moet werken. De lokale gids heeft echter een -zeker voor Nederlanders- verheugende mededeling. In Servië kun je ongegeneerd meenemen wat overblijft.

Meer informatie: www.serbia-tourism.org, www.serbia.travel/, www.serbia-visit.com/.


Bruine beren op berg Tara
Nog ongerepter en minder toeristisch dan Zlatibor is het bijna 20.000 hectare grote natuurpark Tara aan de grens met Bosnië-Herzegovina. Volgens een oude Slavische legende is de berg Tara vernoemd naar de goede god Tar, die het gebied als zijn woonplaats zou hebben verkozen vanwege de geweldige schoonheid van de natuur. Met zijn prachtige vergezichten, bronnen en watervallen, rijke flora -meer dan duizend plantensoorten- en fauna -naast wild als bruine beren en gemzen meer dan honderd vogelsoorten- is de beboste hoogvlakte op 1000 tot 1200 meter inderdaad een waar lustoord voor wandelaars en natuurliefhebbers.

Sremski Karlovci, centrum van wijnbouw
Eeuwenlang was Sremski Karlovci een van de belangrijkste steden voor de Serviërs, met name tussen 1716 en 1920, toen de aartsbisschop van de Servisch-Orthodoxe Kerk hier haar zetel had. Tegenwoordig leidt de stad, niet ver van Novi Sad, een rustig bestaan. Sremski Karlovci is het centrum van de wijnbouw in de regio. Een bekende wijn is de Bermet, die naar verluidt ook op de Titanic werd gedronken - volgens sommigen de reden waarom het passagiersschip ten onder ging. Pas op met het drinken van water uit de fontein de Vier Leeuwen in het centrum van de stad. Wie dat doet, moet zeker naar de stad terugkeren. Volgens een andere legende om te trouwen met een vrouw uit Sremski Karlovci.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels