De beleidsmedewerker faunazaken van de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) verwijst eveneens naar een op 15 augustus 2009 verzonden brief van de minister van Natuurbescherming en Landbouw in Noord-Rijnland-Westfalen, waarin deze boeren op het hart drukt dat in het Duitse deel van het zogeheten Grenspark Maas-Swalm-Nette elk hert in de vrije wildbaan „ongewenst” is.
Kager: „Het kan toch niet zo zijn dat deze op landbouwgronden ongewenste dieren worden afgeschoten zodra ze de grens passeren? Ook om die reden zou het ons verbazen als de Nederlandse minister het verzoek van Staatsbosbeheer honoreerde. Gezien het duidelijke ”nein” vraagt de LLTB zich af of verdere discussie nog nodig is.”
De reactie van de Duitse bewindsman is logisch, laat drs. Philip Bossenbroek van Staatsbosbeheer weten. „In Duitsland is immers nog geen formeel verzoek tot herintroductie ingediend. Het huidige beleid wordt dus gewoon nog toegepast.”
Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw leefde het edelhert in Limburg. Spontane terugkeer is vrijwel uitgesloten, meent Bossenbroek, die zich onder meer bezighoudt met groene gebiedsontwikkeling. „Snelwegen, rivieren, kanalen, steden en dorpen blokkeren een kolonisatie vanuit bestaande leefgebieden in Duitsland. Door de soort terug te brengen completeer je opnieuw het ecosysteem, waar op dit moment grote grazers ontbreken.”
Met het Regional Forstamt Niederrhein is er intensief overleg om het hoefdier in het Maas-Swalm-Nette-park een plek te geven. „Het grensoverschrijdende Meinweggebied kwam uit onderzoek als meest geschikt uit de bus.”
Ondanks de tegenstand van de LLTB heeft Staatsbosheer er alle vertrouwen in dat Den Haag de vergunning verleent. Bossenbroek verwacht rond de zomer groen licht. „In zowel Nederland als Duitsland is het natuurbeleid erop gericht geïsoleerde leefgebieden en populaties van edelherten met elkaar te verbinden. Door robuuste verbindingen. Wij voeren dat rijksbeleid uit.”
Gedeputeerde Staten van Limburg staan positief tegenover het experiment, mits zaken met betrekking tot eventuele landbouwschade en verkeersrisico’s voldoende zijn geregeld. Bossenbroek benadrukt dat de herintroductie aan alle randvoorwaarden voldoet. „Met wildschade springt Staatsbosbeheer niet lichtvaardig om. Wij beperken de populatie tot één dier per 50 hectare. Bij zo’n gering aantal is schade aan landbouw of bos praktisch uitgesloten en hoeven veehouders ook niet bang te zijn voor veterinaire risico’s, zo die zich al zouden voordoen.”
De gevaren voor het verkeer wil de zegsman van Staatsbosbeheer niet bagatelliseren, al voorziet hij op dat punt evenmin grote problemen. „Edelherten zijn, vanwege hun voorzichtige gedrag, zelden betrokken bij een ongeval. Ze zijn afwachtender dan een ree. Met het instellen van een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur op bepaalde wegen sluit je een aanrijding vrijwel uit.”
Voor onverhoopte gevallen van landbouwschade bedacht Staatsbosheer zelf een regeling. Bossenbroek: „We willen met agrariërs een overeenkomst afsluiten, waarbij zij niet alleen herten gedogen, maar ook waarnemingen registreren. Daarvoor ontvangen zij een vaste vergoeding. Eventuele schade wordt 100 procent door ons vergoed. En bij kwetsbare teelten betalen wij desgewenst een hertenwerend raster.”
Staatsbosbeheer onderzoekt momenteel of de ontwikkelde gedoogovereenkomst niet in strijd is met Brusselse staatssteunregels. „Zo nodig passen we de regeling daarop aan.”
Bossenbroek vindt het onbegrijpelijk dat de belangenorganisatie voor agrariërs zo de hakken in het zand zet. „Herten kunnen schade veroorzaken, maar de LTTB is bang voor iets wat niet zal gebeuren. Pure koudwatervrees. De herten zullen de belevingswaarde van deze regio vergroten en zorgen daardoor voor een economische meerwaarde. De recreatiesector zal daar zeker door aantrekken, maar ook boeren kunnen daarvan profiteren.”
Achter hek in het Weerterbos
In het Weerterbos, op de grens van Limburg en Noord-Brabant, leven sinds november 2005 ruim 25 edelherten. Achter een 2 meter hoog raster, dat na enkele jaren weg had moeten zijn. De roedel wordt geen verdere bewegingsruimte vergund Belangrijkste knelpunt vormt de weerstand van agrariërs. Projechtleider Zanderink: „Hun vrees voor gewasschade is gegrond, maar zal jaarlijks slechts 7000 euro bedragen blijkt uit onderzoek.” Maatregelen voor de verkeersveiligheid zijn getroffen, al worden de elektronische wildwaarschuwingssystemen telkens onklaar gemaakt. „Duidelijk gevallen van sabotage.” Zanderink hoopt dat beide provincies binnenkort via de Faunabeheereenheden de knoop doorhakken om de herten alsnog de vrijheid te geven.