Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Hartziekte vrouwen onderschat

Vrouwen met hart- en vaatziekten krijgen in Europa een minder intensieve medische behandeling dan mannen met dezelfde aandoening. Dat heeft gevolgen. Onder vrouwen met kransslagadervernauwing ligt de sterfte na een jaar twee keer hoger dan bij mannen. Ook krijgen ze vaker een niet-dodelijk hartinfarct. Er is ook goed nieuws: het aantal sterfgevallen na een eerste hartinfarct daalt.

De verontrustende gegevens zijn afkomstig uit het European Heart Survey, een onderzoek gehouden onder 3779 patiënten -voor 42 procent vrouwen- in 32 Europese landen. Prof. dr. David Graham, verbonden aan het Adelaide en Meath Ziekenhuis in Dublin, presenteerde de gegevens vorige week op het jaarlijkse congres van de European Society of Cardiology in Stockholm.

Hij kan diverse oorzaken aanwijzen voor de onderbehandeling van vrouwen. Zo heeft onderzoek naar hart- en vaatziekten bij vrouwen minder vaak plaats dan bij mannen. Er is vaker sprake van een gemiste diagnose. Het aantal verwijzingen naar een cardioloog ligt lager, met als gevolg minder hartcatheterisaties, dotteringrepen en medicijnbehandelingen. Vrouwen nemen daardoor ook in kleinere aantallen deel aan noodzakelijke studies.

Graham noemt het een misvatting dat borstkanker bij vrouwen bovenaan zou staan op de lijst van ernstige ziekten. „Ze hebben tien keer vaker een hart- en vaatziekte.”

Ook als de diagnose hartaandoening eenmaal is gesteld, blijft het verschil in behandeling met mannen bestaan, zo blijkt uit het onderzoek. Graham: „Vrouwen krijgen minder antistollingsmiddelen en cholesterolverlagers.”

Prof. Caroline Daley van het Royal Brompton Hospital in Londen wijst erop dat de kijk op hart- en vaatziekten onder vrouwen moet veranderen. „Het idee bestaat nog steeds dat vrouwen slechts een kleine subgroep vormen van de grote groep mensen met een hartkwaal. En dat ondanks het feit dat hart- en vaataandoeningen bij Europese vrouwen bovenaan staan op de lijst van doodsoorzaken. Ze veroorzaken 55 procent van de sterfgevallen, tegen 43 procent bij mannen.”

Meer onderzoek is volgens haar nodig naar de symptomen van hart- en vaatziekten bij vrouwen en naar de vraag waarom artsen en de vrouwen zelf de problemen lijken te onderschatten.

Schotse studie
De uitkomsten van het Europese onderzoek sporen met een Schotse studie waarbij 110.000 ziekenhuisopnames voor hart- en vaatziekten in de periode 1990 tot 2000 zijn geanalyseerd. Daaruit blijkt dat na een eerste hartinfarct 16 procent van de mannen en 26 procent van de vrouwen binnen een maand sterft. Na vijf jaar liggen die percentages op respectievelijk 39 en 53.

Uit het Schotse onderzoek komen ook positieve cijfers. Na een eerste hartinfarct daalde het aantal sterfgevallen binnen vijf jaar onder mannen met 27 procent en onder vrouwen met 23 procent. Bij een tweede infarct lagen die percentages op respectievelijk 29 en 17. „Het aantal tweede infarcten nam in de onderzoeksperiode drastisch af”, aldus onderzoeker dr. Niamh Murphy, verbonden aan het Western Infirmary, een ziekenhuis in Glasgow.

Hartfalen
Steeds meer patiënten met een verminderde hartfunctie (hartfalen) na een infarct bezoeken de cardiologische poliklinieken. De behandeling vraagt om maatwerk. De Zwitserse arts dr. Michel Kossovsky, werkzaam in het universiteitsziekenhuis van Genève, deed onderzoek naar het effect van een oefenprogramma voor patiënten die net uit het ziekenhuis waren ontslagen. Training van patiënten met hartfalen is gebruikelijk, maar niet gedurende de eerste drie maanden na ontslag uit het ziekenhuis.

De deelnemers aan de oefensessies moesten drie keer per week een uur trainen gedurende de eerste maand en twee keer per week gedurende vijf volgende maanden. De zwaarte van het programma was afgestemd op de individuele mogelijkheden. Kossovsky vergeleek de uitkomsten met een controlegroep die niet trainde.

Uit de studie komt naar voren dat bij patiënten die vroegtijdig oefenen, ziekenhuisopnames minder vaak nodig zijn dan in de controlegroep. Bovendien verbetert hun conditie en daarmee hun kwaliteit van leven. Er was geen verschil in sterfte tussen beide groepen. „Vroege training lijkt dan ook geen schadelijke invloed te hebben”, aldus Kossovsky tijdens het congres.

Antistollingsmiddelen
Twee studies leidden tot een intensieve gedachtewisseling tussen cardiologen. In het ene onderzoek (Oasis-5), uitgevoerd bij 20.000 patiënten met acute hartklachten, werd het antistollingsmiddel fondaparinux (Arixtra) vergeleken met het middel enoxaparin (Clexane). Fondaparinux zorgde voor een drastische daling (47 procent) van het aantal bloedingen -een gevreesde bijwerking van antistollingsmiddelen- terwijl het toch even goed werkte als enoxaparin.

In het andere onderzoek (Steeple) onder 3500 patiënten die op de lijst stonden om te worden gedotterd, is enoxaparin vergeleken met het allang bestaande middel heparine. In deze studie blijkt enoxaparin het winnende middel met 57 procent minder bloedingen ten opzichte van heparine.

Wat is nu de juiste keus: fondaparinux of enoxaparin? Prof. dr. Marc Cohen van Mount Sinai School of Medicine in New York stelt dat het hogere bloedingsrisico van enoxaparin ten opzichte van fondaparinux in de Oasis-5-studie zich vooral voordoet onder patiënten boven de 65 jaar. „We wisten al dat je bij deze groep minder agressief met enoxaparin moet zijn. In de Oasis-5-studie zaten veel ouderen, dus in die zin is het hogere bloedingsrisico verklaarbaar. In de categorie jongere patiënten was er geen verschil tussen beide middelen.” Verder onderzoek is nodig om meer zicht te krijgen op de waarde van beide middelen in verschillende patiëntengroepen in diverse behandelsettings.

Opvallend is de opmars van het antistollingsmiddel clopidogrel (Plavix). Zo blijkt uit onderzoek -de Clarity-studie- dat clopidogrel, vooraf gegeven tijdens een dotteringreep, het aantal hartinfarcten, beroertes en sterfgevallen met 45 procent reduceert vergeleken met de toediening van clopidogrel tijdens de ingreep.

In de war
Volgens onderzoekster Aime Bonny kan een vest met een ritssluiting een pacemaker behoorlijk in de war brengen. Tenminste, als die rits magnetisch is, wat tegenwoordig bij kindkleding nogal eens voorkomt. De Franse onderzoekster, die haar onderzoek verrichtte in een ziekenhuis in Parijs, waarschuwt dat het magnetisch veld ertoe leidt dat de pacemaker zijn energie verspilt.

Bonny heeft vastgesteld dat een pacemaker uit balans raakt dan wel sneller gaat werken als zich binnen 1,5 centimeter van de pacemaker een magnetisch veld bevindt. In een toelichting op haar onderzoek laat ze weten dat ze ook beducht is voor de invloed van mobiele telefoons op de werking van een pacemaker. Hoewel daarover geen overtuigende cijfers bekend zijn, adviseert de Française de telefoon ver te houden van de plaats waar de pacemaker is geïmplanteerd.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels