Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Getrouwd met een ijsberg

In haar huwelijk was er iets ongrijpbaars, maar ze wist niet wat het was. Totdat ze kennismaakte met de sociale handicap autisme. Langzamerhand werd duidelijk dat haar man daarmee is behept. Voor Cora en voor haar man werd het leven er dragelijker door. ”Ik heb trouw beloofd aan mijn man, van wie ik veel hou. Maar soms ben ik opstandig dat ik levenslang heb.”
Toen Cora Visser (42) 23 jaar geleden met Piet in het huwelijksbootje stapte, schreef een familielid in de feestgids: ”Getrouwd met een ijsberg”. Destijds bevroedde ze niet wat dit betekende. Inmiddels weet ze wat het is. ”Mijn man lijkt ongevoelig. Hij is bijna nooit boos, nooit verdrietig. Hij is altijd stabiel, dat vind ik een positief punt aan hem. Hij is een heerlijke man, maar ook een ijskonijn. Hij zal me troosten, maar niet op het moment dat ik het nodig heb.”

Direct na de trouwdag maakte Piet zijn vrouw duidelijk dat hij liever geen visite wilde ontvangen. Cora: ”Ik vond dat vreemd, maar accepteerde dat. Overdag zette ik me in voor kerkelijke activiteiten. ’s Avonds ging ik naar een naaiclub.” Langzamerhand ontwikkelden zich bij Cora gevoelens van minderwaardigheid. ”Mijn man heeft veel energie. Daardoor kan hij lang doorgaan. Hij is heel intelligent en alles lijkt hem te lukken. Hij heeft een eigen bedrijf met tientallen mensen in dienst. Bij mij ontstond het beeld dat ik een sukkel was. Ik kon nog niet eens mijn eigen gezinnetje met zeven kinderen draaiende houden.”

Haar man bleek echter één ding te missen: het vermogen om zijn eigen gevoelens te uiten en zich in gevoelens van anderen in te leven. ”Als ik wilde praten over mijn gevoelens, kwam hij direct met oplossingen en klapte ik dicht. Dan dacht hij: Ze is boos, en ging hij weg. Dat versterkte bij mij het gevoel: als ik normaal doe, gaat het hier goed. Dat veroorzaakte een grote stress bij mij.”

Depressie

Cora stortte in toen haar jongste zoon problemen kreeg in groep 4 van de lagere school. ”Hij liep in sociaal opzicht vast en had een leerachterstand. Een onderzoek bij Eleos wees uit dat hij zwaar depressief zou zijn. Hij heeft daarop wel zeventig keer speltherapie gehad, totdat het zijn neus uitkwam.” Aan het einde van dat leerjaar bleek Cora zelf overspannen en depressief te zijn. ”Ik ben drie weken uit huis geweest. Daarop zijn we eerst aan mij gaan sleutelen. Door medicijnen, therapie, hulp in de huishouding en gesprekken met een trouwe vriendin ben ik erbovenop gekomen. Gelukkig kon ik altijd bij haar mijn verhaal kwijt.”

Drie jaar later werden de problemen bij haar jongste zoon erger. Hij werd agressief en leek thuis en op school niet meer te handhaven. In dat jaar werd de autistische stoornis PDD-NOS bij hem vastgesteld. ”Toen ben ik de boeken over autisme uit de bibliotheek gaan plunderen. Al lezend dacht ik: Hela, zou m’n man ook iets hiervan hebben? Maar ik verdrong dat gevoel eerst.” Ze voelde zich vaak alleen staan. Zo neemt hij niet vaak deel aan de gezinsgesprekken. ”Ik vraag wel eens: Zeg iets! Vraag gewoon wat de kinderen op school hebben gedaan! Dat komt niet in hem op.”

Die problemen werden groter naarmate de kinderen groter werden. ”Als ze klein zijn, gaat het nog wel. Maar als ze eigen ideeën over iets krijgen, moet je met ze praten. Daar sta ik alleen voor.” Een aantal jaren geleden zocht Cora hulp bij De Vluchtheuvel, het maatschappelijk werk van de Gereformeerde Gemeenten. ”Ik vertelde dat ik vastliep met mijn man. De hulpverlener had snel door dat autisme het probleem was. Hij scheidde het gezin in autisten en niet-autisten. Dat was verhelderend. Met name de niet-autisten ervoeren moeite in de relatie met hun vader.”

Buik vol van autisme

Tweeënnhalf jaar geleden circuleerde het boek ”Brein bedriegt” van de Vlaming Peter Vermeulen in het gezin. ”Ik las het niet, want op dat moment had ik mijn buik vol van autisme. Mijn man had het boek echter gelezen en zei tegen me: Ik herken een aantal elementen van mezelf hierin. We hebben samen het boek gelezen en toen werd ons heel duidelijk dat Piet een autistische stoornis heeft, vermoedelijk het syndroom van Asperger. We zijn bezig geweest met een officiële diagnose, maar de hulpverleenster bij de riagg ontmoedigde ons zo dat we daarmee zijn gestopt.” De verhouding tussen Cora en haar man verbeterde na het stellen van hun eigen diagnose. ”Hij doet heel erg zijn best. Hij heeft een fotografisch geheugen, dus hij snapt nu met zijn verstand hoe ik in elkaar zit. Bijvoorbeeld dat ik geen oplossingen wil, maar tegen hem aan wil praten. Hij weet nu dat ik het fijn vind dat hij een arm om mij heen slaat.”

Cora prijst zich gelukkig met haar man. ”Vaak komt het voor dat partners met autisme zeggen: Oké, ik heb dit, maar dat is mijn probleem niet. Jij maakt er een probleem van. Dat is bij mijn man niet het geval.” Cora gaat jaarlijks met een aantal vriendinnen een weekend uit. Maar ook met Piet ging ze dit voorjaar weg. ”Ik zei tegen hem: Mag ik het regelen? Dat was heel eng voor hem, want als hij het regelt, heeft hij grip op de situatie. Ik sprak een bed and breakfast af, met huwelijksarrangement. Ik vond het doodeng, ook al waren we 23 jaar met elkaar getrouwd. Ik had met mijn man afgesproken: Wat je er ook van vindt, je mag er niets van laten merken. Er stonden kaarsjes, hapjes en cadeautjes klaar. Later zei hij: Ik vond het leuk omdat ik zag hoe jij genoot. Dat is het mooie: dat hij nu verstandelijk weet en snapt hoe ik me voel. Daarom is hij soms onzekerder dan vroeger geworden.”

Een halfjaar geleden was Cora opstandig. ”Ik bedacht: Dit is dus levenslang. En: Hadden we dit maar tien jaar eerder geweten. Het was waarschijnlijk een soort rouwverwerking. Ik moet zeggen dat deze hele levensweg mij aan de Heere heeft verbonden. Ik heb ervaren dat niets bij geval geschiedt, maar dat er wellicht iets op mijn weg zou komen waardoor ik wat met dit probleem mag doen.”

Cora raakte betrokken bij de start van een lotgenotengroepje van patiëntenvereniging Helpende Handen, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten. Vijf vrouwen komen eens in de zes weken bij elkaar in een huiskamer in het westen van het land. ”Voor het eerst konden we ons verhaal vertellen zonder dat iemand er tegenin bracht: Wat heb jij dan fout gedaan? Er is veel schaamte en onbegrip. Mensen snappen het niet, want ze zien niets aan de man.”

Inmiddels bestaat er ook zo’n groep in het oosten van het land. Als voordeel van het contact met gelijkgestemden uit de gezindte noemt Cora Visser dat de vrouwen niet uit zijn op echtscheiding. ”Mijn man en ik zijn ook naar een partnerdag van de Nederlandse Vereniging voor Autisme geweest. Daar heerst toch het idee: Als het niet gaat, ga je maar uit elkaar.”

De drempel voor deelname aan een gespreksgroep is hoog, merkt Cora. ”Je praat over je mán. Belangrijk is wel dat je je man niet afvalt. Het huwelijk betekent elkaar trouw beloven. Ik heb aan deze man, van wie ik veel hou, trouw beloofd. Daarom heb ik mijn boosheid -op het autisme- kunnen loslaten.”

Voor meer informatie over de contactgroepen van partners van mensen met autisme: Helpende Handen, tel. 0348- 489.970 en info@helpendehanden.nl. Piet en Cora Visser heten in werkelijkheid anders. Dit is het zevende deel in een serie over autisme. Volgende week deel 8: de logeerboerderij.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels