Hij houdt er waardevolle contacten aan over. Op een dag benadert de toenmalige voorzitter van VRCL JMC hem met een apparaat dat een trekveer in installatiebuizen moet aanbrengen. Deze trekveer wordt daarna gebruikt om elektriciteitsdraad door de installatiebuis te trekken. „Het product was geflopt. Het had te veel kinderziekten, dus werd het nergens meer gebruikt”, aldus de uitvinder. „Het idee was wel goed, maar de uitvoering kon beter.”
Ingenieursbureau
Klop neemt contact op met een ingenieursbureau en dat blijkt een gouden greep. „Meestal gaat het al in dit stadium mis met een uitvinding. Wil je alles zelf doen, dan ontgroei je het stadium van knutselen en figuurzagen niet. Zelden tref je technisch inzicht, financiële mogelijkheden en marktkennis aan in één persoon. Ik beschik bijvoorbeeld niet over materiaalkennis en heb ook geen verstand van vormgeving. Al die kennis kun je gemakkelijk inhuren.”
Het ingenieursbureau gooit het eerst over een andere boeg. „Ze vroegen: Wat wil jij eigenlijk, Henk? Ik zei: Een trekveer in de elektriciteitsbuis krijgen. Nee, zeiden ze, jij wilt een elektriciteitsdraad in de buis krijgen.” Vanuit die invalshoek start Klop met proeven om de draden op een andere manier door de buis te krijgen, door blazen, zuigen, duwen en trekken. „Uiteindelijk bleek de manier met de trekveer het efficiëntst. Een bijkomend voordeel is dat installateurs dat ook gewend zijn.”
Klop redeneert bij de ontwikkeling van het apparaat sterk vanuit de wereld van de installatietechniek. Die wereld kent hij van binnenuit, want zijn vader had een installatiebedrijf. „Elke installateur draagt een accuboormachine bij zich. Hij zit niet te wachten op een extra apparaat met een extra accu en oplader. Wij gebruiken de accuboormachine daarom om ons apparaat aan te drijven.”
In de praktijk blijkt het apparaat –inmiddels SpeedyWire geheten– ruim voldoende te presteren.
Klop demonstreert hoe snel de trekveer de elektriciteitsbuis in geschoten kan worden met de SpeedyWire. Dat is letterlijk secondenwerk. „Het gaat sneller en efficiënter en het vermindert de fysieke belasting voor de installateur, die het werk moet doen”, aldus de uitvinder.
Vakprijs
Toen het product er eenmaal was, bleek het niet eenvoudig voor Klop om het in de markt te zetten. „Ik verwachtte na vijf jaar ontwikkelen, dat de installateurs onmiddellijk begrepen wat wij hun wilden verkopen. Dat bleek een grote inschattingsfout. Uiteindelijk heb ik 1 juni 2006 ontslag genomen bij de Belgische firma en ben voor mezelf begonnen. Dat was wel spannend, maar slapeloze nachten heb ik er niet van gehad.”
De branche snapt volgens Klop nu inmiddels wel het nut van het apparaat. De eerste vakprijzen zijn al binnengehaald. „Ik zie het als een stuk erkenning en het is een goede stimulans voor de marketing”, aldus Klop.
Een nadeel heeft het apparaat ook. „Tijdens een bouw ligt de trekveer altijd op de grond en in water, cement en bouwgruis.” Om dat te ondervangen komt Klop Innovations binnenkort met een slimme trekveer met oprolmechanisme. Klop: „Toen ik zag hoe mijn vrouw na het stofzuigen het snoer automatisch oprolde, ging er bij mij een lampje branden.”
Meer informatie: www.klopinnovations.com.
Mede n.a.v. ”Uitvinders van nu, 20 Nederlandse succesverhalen”, door René IJzermans; uitg. Veen Magazines, Diemen, 2008; ISBN 978 9085 712 312; 174 blz.; € 25,-.
Gegrepen door een idee
De meeste uitvinders schudden een goede uitvinding niet zomaar uit hun mouw, blijkt uit het stevig ingebonden boek ”Uitvinders van nu” van journalist René IJzermans. Het geeft goed inzicht in de problemen waar een uitvinder tegenaan loopt.
Een idee is natuurlijk prachtig, maar je hebt nog niets in je handen. Het idee zit alleen nog maar in het hoofd. „Die realiteit is ontnuchterend voor de startende uitvinder”, aldus Wouter Pijzel, directeur van de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU). „Als je het traject van tevoren niet goed hebt doorlopen, wordt het bijna nooit iets.”
Aan de meeste ideeën ligt vaak een frustratie of een gevoel dat het beter kan ten grondslag, schrijft IJzermans.
Zo komt uitvinder Peter Keesmaat als stofzuigerfabrikant wel eens in bejaardenhuizen. Zoals zo veel gezondheidsinstellingen hebben die vaak een snoezelbad. De snoezelballen die daarin liggen hebben eigenlijk regelmatig een schoonmaakbeurt nodig, merkte Keesmaat.
Na drie jaar ontwikkelen is de ballenwasmachine gereed. Het apparaat van Keesmaat zuigt de snoezelballen op, maakt ze in een wasmachine schoon en blaast ze daarna schoon en droog terug in het ballenbad.
Inmiddels broedt hij op een roltrapreiniger: „Toen ik op een beurs was, stond ik naar een roltrap te kijken waar een keurige man in pak op ging. Die begint plotseling te niezen. Hij houdt zijn hand voor zijn mond, raakt vervolgens in onbalans en weet nog net de roltrapleuning vast te pakken, met een hand vol snot.” Wat Keesmaat daarna ziet, vervult hem met afgrijzen: „De snot was over een lengte van vele meters uitgesmeerd en de mensen pakten de trapleuning gewoon weer vast.”
De uitvinder hoeft zelf niet altijd te beschikken over voldoende vakkennis om de vinding tot een succes te maken, maar moet dan wel de juiste mensen om zich heen hebben, stelt IJzermans in zijn boek.
Dat is het geval bij Wim Stenfert Kroese. Als hij over een probleem hoort of leest, gaat zijn voorstellingsvermogen werken. Zelden of nooit zit hij zelf achter de werkbank. „Ik ben meer een uitvinder in termen van concepten en moet steeds expertise van buiten halen”, erkent hij.
Van fouten heeft ook Stenfert Kroese geleerd: „Je moet onderscheid maken tussen de ontwikkeling van een technologie en de ontwikkeling van het product zelf.”
In zijn vindingen zit bijna altijd een stukje technisch vernuft op de grens van het haalbare. Zo heeft hij met een onderzoeker van Wageningen UR een chip ontwikkeld die meet hoever beton is uitgehard door het watergehalte te bepalen.
Omdat bleek dat wapeningsstaal de metingen nogal verstoorde, is de stekker bijna uit het project getrokken. „Aandeelhouders van het betrokken bedrijf hadden het project al afgeschreven.” Maar met de ontwikkeling van een nieuwe chip, die de meetdata rechtstreeks doorgeeft aan een gsm, kwam het oude enthousiasme weer terug. „Inmiddels zijn we wel tien jaar verder”, blikt Stenfert Kroese terug.
Geld is vaak een belemmerende factor om van een uitvinding een goed werkend product te maken. Maar niet voor Thomas König. Hij heeft in acht jaar tijd maar liefst 3 miljoen euro mogen uitgeven aan de ontwikkeling van de TyTecker, een apparaat om betonijzer te vlechten. De slechte arbeidsomstandigheden van betonijzervlechters zijn niet meer van deze tijd, vindt König. En dat geeft zijn vinding potentie.
Inmiddels loopt een kleine geldstroom terug naar König, nu de verkoop mondjesmaat op gang komt. Het is voor hem het moment om zich terug te trekken uit het management van de TyTecker: „Mijn hart ligt toch bij het oppakken van nieuwe uitdagingen.”