Al deze opeengedrukte aardlagen moeten oorspronkelijk in horizontale lagen op elkaar gerangschikt zijn geweest. Tijdens zijn promotieonderzoek poogt de geoloog die uitgangssituatie te reconstrueren.
De uitkomsten verwerkt hij in een computermodel. In dat model voert hij alle mogelijke situaties in die een rol speelden tijdens het opfrommelen van de aardlagen, en achterhaalt hij uiteindelijk de vormingsgeschiedenis van het gebied.
Vindt u het als christen geen probleem om daarbij uit te gaan van miljoenen jaren?
„Ik heb die keuze niet op voorhand gemaakt. Die dateringen volgen logisch uit mijn model. Stel u een kopje thee voor. Als u daarin snel roert, zal de temperatuur van het lepeltje nauwelijks toenemen. Doet u dat langzaam, dan neemt het lepeltje ten slotte de temperatuur van de thee aan. Dieper liggende aardlagen zijn ook warmer dan die aan het oppervlak. De lage snelheid van de warmteoverdracht tussen de lagen bepaalt de vormingsperiode van 20 miljoen jaar. Natuurlijk bouw ik daarmee wel voort op de bestaande geologische dateringen.”
Stel, u gaat uit van een aarde van 6000 jaar. Hoe zou u het dan hebben aangepakt?
„Dan zou mijn computermodel heel snel moeten draaien. Dat zou kunnen als ik het water dat door de gesteenten circuleert –”fluid flow”– een belangrijker rol toeken. Er zijn aanwijzingen dat die waterstroming een rol heeft gespeeld. Maar die zijn voor mij niet doorslaggevend om de knop fluid flow helemaal open te draaien.”
Hoe combineert u uw visie met Genesis 1?
„God is voor mij de Schepper van hemel en aarde, Die alles best in zes dagen geschapen zou kunnen hebben.”
Maar dat niet heeft gedaan?
„Ik zie een zeker spanningsveld, maar het is geen probleem voor me. Ik krijg er geen nachtmerries van. Het is wel iets dat me bezighoudt en waar ik veel over heb nagedacht. Ik wil hierin geen uitdrukkelijke keuze maken.
Nu u het zo nadrukkelijk vraagt: ik zie die zes dagen als een figuurlijke manier van spreken en niet als strikt letterlijke dagen.”
Hoe kwam u tot die opvatting?
„Dat is een parallelle ontwikkeling geweest tijdens mijn studie. Het geloof verdiept en verrijkt me door het beschouwen van Gods schepping, ook in de geologie.”
U stelde in het maandblad Reveil dat u, ondanks enige sympathie, toch niets ziet in het creationisme. Waarom niet?
„Creationisten doen vaak domme dingen. Ze beweren iets en even later vervallen hun argumenten omdat de feiten hun beweringen niet steunen.
Hebben ze werkelijk grip op de zaak? Het kan zijn dat ze Genesis 1 misschien helemaal doorleefd hebben. Maar ze trekken te snelle conclusies.”
U stelt dat creationisten niet in het reine komen met de ”geologische kolom”. In de aardlagen zijn immers resten van planten en dieren te vinden, terwijl de mens er nog niet was. De dood was er dus al voor de zondeval. Hoe stelt u zich dat voor?
„God noemt de dood als straf voor de mens. Adam en Eva moeten dus vooraf geweten hebben wat de dood inhield.”
Was de geologische kolom er dan al voor Adam en Eva geschapen werden?
„Ik kan vanuit geloofsperspectief de koppeling zondeval-dood wel volgen. Ik wil echter voorzichtig zijn om daar de nadruk op te leggen. Daarom aarzel ik om hier antwoord op te geven.
Zo is ook de Bijbelse koppeling zondvloed-dood een theologisch gegeven. De Bijbel spreekt echter niet over een zondvloedgeologie, waardoor dikke aardlagen zouden zijn gevormd. De geologische kolom is voor mij geen gevolg van de zondvloed.”
Legt u hiermee het primaat voor uw gedachtevorming bij de wetenschap?
„Nee, ik hoef geen messcherp antwoord en kan toch vrede hebben. Het raakt me niet direct in mijn geloofsbeleving.”
Botsen Bijbel en wetenschap dan niet geregeld?
„Jazeker, het atheïstisch-materialistische wereldbeeld van iemand als Richard Dawkins is onmogelijk in overeenstemming te brengen met het creationistische.
Daar zit echter nog heel veel tussen. Wetenschap is niet puur atheïstisch-materialistisch. En ik heb bijvoorbeeld geen puur letterlijke opvatting van de Bijbel. Mijn neoconservatieve opvatting van de Bijbel gaat prima samen met het bedrijven van wetenschap.”
Olie en gas
Nico Hardebol (29) promoveert woensdag aan de faculteit der aard- en levenswetenschappen van de VU op zijn proefschrift ”The foreland belt of the SE Canadian Cordillera”.
Hij onderzocht hoe voorlandgebergte –heuvels aan de voet van hooggebergte– in Canada zich heeft gevormd. Met seismische gegevens ontrafelde hij hoe de lagen zich hebben gedragen terwijl ze –als een soort kreukelzone bij een aanrijding– in en op elkaar werden geduwd door tektonische activiteit. Het onderzoek is vooral van belang voor het voorspellen van mogelijke vindplaatsen van olie en gas, die door de aanwezige warmte tussen de lagen zijn gevormd.