Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Genesis op de Galapagos

 De Galapagoszeeleguaan is ’s werelds enige hagedis die zijn voedsel op de zeebodem zoekt
 1 van 7  

De Galapagoszeeleguaan is ’s werelds enige hagedis die zijn voedsel op de zeebodem zoekt

Charles Darwin brengt slechts vijf weken op de Galapagosarchipel door, nadat hij er tijdens de vijf jaar durende reis met de Beagle op 15 september 1835 is aangemeerd. Toch zet zijn bezoek de eilanden definitief op de kaart, als blijkt dat ze een unieke dieren- en plantenwereld hebben, met soorten die zelfs per eiland verschillen. Nadat Darwin zijn evolutietheorie heeft bekendgemaakt, krijgt de Galapagos zelfs een hoofdrol in het bewijzen van zijn gelijk. Lokale christenen zorgen echter in het hol van de evolutionaire leeuw luid en zichtbaar voor tegenspraak. „Ik zal u alles over Darwin vertellen, maar laat me eerst uitleggen dat ik niet in zijn denkbeelden geloof.”
Nog voordat je er voet aan wal hebt gezet, is te merken dat de Galapagoseilanden bijzonder zijn. Aan boord van het toestel van AeroGal, dat na anderhalf uur vliegen vanaf het vasteland van Ecuador aanstalten maakt te landen, bespuiten stewardessen de bagagerekken met een goedje uit een spuitbus. Niet voor het luchtje, maar tegen beestjes die onzichtbaar meereizen en leguanen en landschildpadden op de Galapagos een fatale verkoudheid kunnen bezorgen. Een quarantainecheck van alle bagage op het vliegveld van Guayaquil, de Ecuadoraanse havenstad van waaruit veel toeristen naar de Galapagos reizen, was daar al aan voorafgegaan.

Een bijzonder gebied betreden mag wat kosten, moet de Ecuadoraanse overheid hebben gedacht toen ze de 100 dollar entree vaststelde voor het Nationaal Park Galapagos. De vele duizenden toeristen die ieder jaar de eilanden bezoeken zijn een onuitputtelijke bron van inkomsten, maar tegelijkertijd vormen ze een belangrijke uitgavenpost. De unieke fauna en flora beschermen tegen deze constante stroom bezoekers kost nu eenmaal een lieve duit.

Twaalf kleine en twaalf grote eilanden telt de Galapagosarchipel, en onder die laatste zijn Isabela, Santa Cruz, San Cristobal en Fernandina de allergrootste. Vijf zijn er bewoond; in totaal wonen er zo’n 30.000 mensen. De eilanden betreden is lopen op een veelkoppige vulkaan, die zich duizenden meters vanaf de oceaanbodem omhoog heeft gespoten. De bodem bestaat er dan ook louter uit vulkanisch gesteente, het landschap oogt dor en droog.

Wie voet aan wal zet op Baltra, het eilandje even ten noorden van Santa Cruz, waar de meeste vliegtuigen landen, krijgt al snel een lijst met gedragsregels onder zijn neus geduwd. Een van die regels luidt: raak geen dieren aan en neem niets mee. Dat was in Darwins tijd wel anders. Hijzelf vertrok na vijf weken met zakken vol plantjes en beestjes. En in zijn ”Journal of Researches”, beschrijft hij wat hij allemaal niet uitspookte met de viervoeters op de Galapagos. Over de landschildpadden (”galapagos” in het Spaans) schrijft hij: „Ik ging vaak op hun rug zitten en nadat ik een paar tikken op het achterste deel van het schild had gegeven, stonden ze weer op en liepen ze verder.” Zo deden de schepelingen de meest bizarre experimenten met zeeleguanen, blijkt uit Darwins aantekeningen. „Een matroos aan boord had er een laten zinken door een zwaar gewicht aan het dier te bevestigen, hij had gedacht het op die manier meteen te doden.” Eén zinnetje komt op bijna iedere bladzijde terug. „Van verscheidene dieren heb ik de maag opengesneden.”

Toeristen fotograferen en filmen alleen maar, en de kilometerslange kustlijn is vanwege de vele vogels, reptielen en zoogdieren, een bij uitstek geschikt object. Maar het gaat hier wel anders toe dan op andere plekken in de wereld met veel strand. Op de Galapagoseilanden maken toeristen de beweging van zee naar strand en weer terug, in plaats van dat ze vanaf het strand de zee induiken. De archipel bezoeken is dan ook vooral veel varen. Wie de eilanden op eigen houtje en te voet wil verkennen, kan beter thuisblijven omdat dit streng verboden is. De beheerders hebben een kleine vijftig landingsplaatsen aangewezen, waar boten een paar uur mogen aanmeren om toeristen -altijd begeleid door een gids- te lossen en weer op te pikken. Daarna is het weer wegwezen en plaatsmaken voor een volgende boot.

Paradijselijk
Hoe is het toch mogelijk dat juist deze eilanden zo geassocieerd worden met Bijbelvijandige denkbeelden? Weinig plekken op de wereld ademen zo’n paradijselijke sfeer als juist dit gebied. En dat komt vooral doordat de dieren er zo ongelooflijk mak zijn. Mensen kunnen er ontspannen tussen de dieren wandelen, net zoals eens Adam en Eva dat deden in het paradijs. Over de zeeleeuwen en de pelsrobben struikel je bijna. Ongegeneerd liggen ze voor je voeten, met hun flappers wijd uitgespreid van de zon genietend. Vogels zijn tot op enkele meters te benaderen en zee- en landleguanen kun je, als het zou mogen, zo oppakken.

Darwin verbaasde zich al over dat gebrek aan schuwheid. „Een geweer is hier bijna overbodig, want met de loop ervan heb ik eens een roofvogel van een boomtak geduwd.” Ook hij besefte de grote kwetsbaarheid als gevolg van dit gedrag, vooral omdat het volgens hem overgeërfd gedrag is dat zich niet zomaar laat corrigeren zodra er vijandige wezens op ze afkomen. „Wat een verwoesting kan de introductie van een nieuw roofdier aanrichten voordat de instincten van de inheemse bewoners zich hebben aangepast aan de kracht van de vreemdeling.”

Hoe zijn al die beesten hier eigenlijk gekomen? Da’s geen eenvoudige vraag, want ze zijn bijna 1000 kilometer van het vasteland verwijderd, en om de eilanden heen ligt een oceaan van water. De enige verklaring voor hun aanwezigheid en van die van veel planten is dat ze in een ver verleden vanaf het vasteland zijn komen aanwaaien -wat planten en landvogels betreft- of zijn komen aandrijven - en dan hebben we het over niet gevleugelde landdieren. Wellicht waren het boomstammen of scheepswrakken die ze een lift hebben gegeven.

Maar welke dieren houden zo’n zeereis vol? In de brandende zon en zonder veel voedsel of water? In ieder geval geen zoogdieren; reptielen zijn een stuk taaier, en daarom is het geen toeval dat op de Galapagos van nature alleen deze dieren te vinden zijn.

Overigens is het juist dat isolement dat de archipel voor Darwin zo interessant maakte. Daardoor vormden de eilanden als geheel, maar ook afzonderlijk een soort laboratorium, waarin hij zijn (pas later) ontwikkelde theorie van evolutie bevestigd zag worden.

Het is natuurlijk aan Darwin te danken dat de Galapagoseilanden op de kaart van miljoenen natuurminnaars staan, en zelfs voor Bijbelgetrouwe natuurliefhebbers is het lastig om niet achter elk diertje of plantje Darwin te zien opduiken. Neem de Galapagosvinken, waarvan Darwin er vele tientallen heeft geschoten en meegenomen naar Engeland. Dankzij zijn vriend, de ornitholoog John Gould, kregen de diertjes -en vooral: de vorm van hun snavels- een rol bij het bedenken van het evolutiemodel. Op de Galapagos krioelt het vandaag de dag van deze vinken. Ze ogen nog saaier dan onze mussen, maar wat automatisch de aandacht trekt zijn… die snaveltjes: dikke, dunne, korte, brede, diepe. Voor Darwin was die variatie een bewijs van natuurlijke selectie en -daaruit voortkomend- van soortenvorming.

„Ik ben hier vanwege Darwin, mijnheer”, zegt een bejaarde toeriste uit de VS (het aantal Amerikanen onder de bezoekers is op dit tijdstip van het jaar, medio januari, hoog, en dat geldt ook voor hun gemiddelde leeftijd). De vrouw zegt nooit aan het evolutionisme te hebben getwijfeld, maar ze heeft na haar reis nog wel een paar onbeantwoorde vragen. „Misschien kunt u me uitleggen wat nu een vink een vink maakt? En hoe weet je wanneer een soort overgaat in een andere?” Het lijkt erop dat haar overtuiging niet uit begrip is geëvolueerd.

Parkbeheerders en andere beleidsmakers doen er zichtbaar alles aan om bij toeristen de hiaten in hun kennis van evolutie te dichten. Zo is op de zuidkust van het eiland San Cristobal, ter hoogte van Cerro de las Tijeretas (Fregatvogelheuvel), een gigantisch standbeeld van Darwin neergezet. Wie vanaf zee de kust nadert kan niet om die rijzige gestalte heen, en evenmin om de impliciete boodschap: hier waart mijn geest rond. Het informatiecentrum op het eiland, even buiten het vissersdorpje Puerto Baquerizo Moreno, maakt het helemaal bont. Al bij de ingang wordt de argeloze bezoeker door deze tekst bij z’n kladden gepakt: „Wist u dat de reuzenschildpad een ver familielid van u is?” Als een weetje wordt het gepresenteerd, alsof het om de hoeveelheid calorieën in een pakje boter gaat.

Ook elders op de archipel is Darwin een dankbaar verkoopproduct. Stap de souvenirwinkels en boetiekjes in Puerto Ayora, het belangrijkste dorp op het eiland Santa Cruz, binnen en de ruige kop van Darwin duikt bijna overal op. Hij figureert hier als een seculiere aartsvader, of als een Sherlock Holmes, mysterieus aanwezig op de achtergrond. Of juist op de voorgrond. Bijvoorbeeld op T-shirts met daarop bekende uitspraken van hem afgedrukt. ”Mystery of mysteries”, is een populaire. Het is even wennen: gebruinde meiden en kerels die koketteren met zo’n grijsaard op hun buik.

Het bontst maakt Federico Gaibor het, manager van het reisbureau Charles Darwin. Op de wand achter zijn bureau is een reusachtig portret van Darwin geschilderd, en bij zijn huis heeft hij zelfs een standbeeld van Darwin neergezet. Hij zegt vooral door de persoon van Darwin gefascineerd te zijn. Maar bij nader vragen komt er niet zo heel veel zinnigs uit de mond van deze Darwinfanaat, en dat doet vermoeden dat Gaibors fascinatie vooral door commerciële motieven is ingegeven.

Andere boodschap
Te midden van al dat toeristisch geheul met Darwin en zijn ideeën in de belangrijkste winkelstraat van Puerto Ayora, de Avenue Charles Darwin, is daar die heel andere boodschap te lezen, uitgeschreven op een groot houten bord voor het kerkgebouw van de zevendedagsadventisten. „En el principio credo Dias los cielos y la terra, Genesis 1:1” („In den beginne schiep God de hemel en de aarde.)

Wie even zoekt, vindt die Bijbelse boodschap op meer plaatsen uitgestald. Zo is in de straat van de kioskjes, de eethuisjes waar de inwoners van Puerto Ayora doorgaans zelf uit eten gaan, het scheppingsverhaal in felle kleuren op een lange muur geschilderd. Een korte, geschreven toelichting helpt toeschouwers bij het begrijpen van de afgebeelde taferelen. Het is het werk van Rod Bond en zijn vrouw, een evangelistenechtpaar uit Mississippi, die begin vorig jaar vanuit hun evangelisatiepost in Quito, op het vasteland van Ecuador, met evangelisatiewerk in Puerto Ayora begonnen. Bond vertelt dat hij bij zijn eerste bezoek aan de Galapagos schrok van de vele charismatische groepen en sekten op de eilanden, en dat hij zich vorig jaar door God geroepen wist om daar iets tegenover te plaatsen: het stichten van een Bijbelgetrouwe en behoudende baptistengemeente. Vorig jaar augustus voltooiden ze de muurschildering om zo een gesprek over het Bijbelse scheppingsverhaal en over de God van de Bijbel met voorbijgangers te kunnen beginnen. De openheid waarmee die naar hem luisteren en op hem reageren is Bond enorm meegevallen, vooral vergeleken met de vijandschap die hij van de rooms-katholieke geestelijkheid op het Ecuadoraanse vasteland ondervindt.

Een andere fervente aanhanger van het scheppingsgeloof is de op de eilanden bekende natuurfotograaf en publicist Daniel Fitter. Hij is lid van de Jehova’s getuigen en heeft een atelier in Puerto Ayora, waar prachtig fotowerk van hem te zien en te koop is, en dat de naam ”Creational Force” (Scheppingskracht) draagt.

Je zal christen en natuurgids zijn en dus dagelijks toeristen moeten uitleggen hoe volgens Darwin de soortenrijkdom hier is ontstaan. Dat is best moeilijk, zegt de 23-jarige Prisala Sotomayor Gallerdo uit Puerto Ayora. Ze is sinds vier jaar christen en lid van Centro Cristiano Hosanna, kortweg de Hosannakerk, een charismatische gemeente in Puerto Ayora. Drie jaar geleden begon ze haar werk als natuurgids. Vooral tijdens de opleiding tot gids had ze het als enige christen in de groep niet gemakkelijk. „Ik kreeg les in het evolutionisme en wist niet wat ik hoorde. Ik heb in die tijd bij mijn predikant de deur platgelopen om hem te vragen wat daar nu van waar was.”

De meeste toeristen stellen volgens haar simpele vragen zoals wat bepaalde dieren eten en hoe oud ze zijn, in plaats van dat ze meer over evolutie willen weten. „Dat is prettig voor mij, want dan hoef ik hun niet Darwins theorie uit te leggen.” Toch komt het af en toe voor dat Gallerdo om uitleg van die theorie wordt gevraagd. „Ik zal u het vertellen, zeg ik dan, maar laat me eerst zeggen dat ik daar niet in geloof. Soms kijken ze je dan verbaasd aan en reageren ze met: „Hoe kom je daar nu bij om dat te geloven?””

Gallerdo zegt af en toe met lood in de schoenen discussies te voeren met de -vaak veel oudere- toeristen over schepping en evolutie. Toch ziet ze het als een taak die God op haar schouders heeft gelegd. Vooral sinds vorig jaar heeft ze meer vrijmoedigheid gekregen. „Toen was hier een groep christenen uit de Verenigde Staten om drie dagen aanhoudend te bidden tot God of Hij de harten van bewoners en toeristen wil bevrijden van dat alles doordringende evolutiedenken. En dat ze zich weer openstellen voor de Bijbelse boodschap van schepping, zondeval en verlossing.”

Het heeft volgens Prisala Gallerdo wat uitgewerkt, niet het minst bij haarzelf. Met meer vrijmoedigheid stapt ze nu op mensen af. Onbedoeld heeft Darwin de eilanden iets anders nagelaten, waarmee christenen hun voordeel kunnen doen. „Op het vasteland praat niemand over evolutie, schepping en godsdienst, maar hier, midden in de oceaan, gebeurt dat wel.”


Van evolutionist tot scheppingsgelovige

De biologe Monica Soria was overtuigd evolutionist, totdat God in haar leven kwam. Toen ontdekte de inwoonster van Puerto Ayora dat haar overtuiging was gebaseerd op het kritiekloos napraten van anderen. De christin beet zich vast in de moleculaire biologie, en… keek ademloos toe hoe in die wereld de hand van de Schepper zichtbaar werd. Sindsdien verdedigt ze vol verve het Bijbelse scheppingsverhaal.

Soria sloot zich na haar bekering aan bij het kerkgenootschap van de zevendedagsadventisten, dat op Santa Cruz twee gemeenten telt, elk met zo’n zeventig leden. Ze werkte eerst als bioloog bij het Onderzoeksinstituut Charles Darwin, een internationaal gefinancierde instelling op het eiland waar Ecuadoraanse en buitenlandse wetenschappers bezig zijn met de vraag hoe ze de unieke flora en fauna op de eilanden kunnen bewaren voor de toekomst.

Maar ze doen daar meer, weet Soria uit ervaring. Als kersvers belijder van het scheppingsgeloof werd ze niet meer serieus genomen, maar als naïef en dom weggezet. Nu werkt ze voor dat andere grote instituut op de Galapagos, het Nationaal Park, een overheidsinstelling die zorg draagt voor het beheer van de natuur. „Daar zijn ze veel bescheidener en ontvankelijker voor de Bijbelse boodschap.”

Soria hekelt het onderwijs dat op de openbare scholen op de eilanden wordt gegeven, en waar het evolutionisme wordt geleerd zonder ruimte te geven voor discussie en tegenargumenten. Op de school die haar kerkgenootschap runt is die ruimte er wel, zij het dat ook daar naast het scheppingsverhaal de evolutietheorie wordt onderwezen. „De overheid heeft op dit punt nu eenmaal een vinger in de pap.”

Ze is ervan overtuigd dat zij en andere christenbiologen van het vasteland op de Galapagos een missie hebben als het gaat om de verspreiding van het Bijbelse scheppingsverhaal. „We weten alleen nog niet hoe God ons wil gaan gebruiken.” Zelf denkt ze aan een klein kantoor van waaruit voorlichtingsmateriaal wordt verspreid en campagnes worden voorbereid. Al was het maar om de evolutionisten van het Darwininstituut enig tegenwicht te bieden bij het verspreiden van hun ideeën.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels