Vandaag de dag, in het kielzog van het postmoderne individualisme, zien we een enorme verandering wat de vraag naar de historische werkelijkheden betreft. De plausibiliteit van de christelijke traditie wordt niet langer alleen ronduit bestreden, er zijn ook subtielere aanvallen van de zogenoemde ”alternatief christelijke” of new-agevisies. ”Alternatieve” interpretaties van het christelijke verhaal proberen het aantrekkelijker te maken voor onze tijdgenoten, die een unieke verlossingsweg, een almachtige mannelijke God, een Zaligmaker Die zowel God als mens was en een zogenaamde alleenheerschappij van de man niet kunnen accepteren.
De grondslag van deze benadering vormt de bewering dat de nieuwtestamentische teksten op de tweede plaats komen en latere verslagen zijn van wat er werkelijk is gebeurd. De echte Jezus zou te vinden zijn in zogenaamd eerder geschreven gnostische teksten, zoals het evangelie van Thomas. Kenmerkend voor de benadering is een veronderstelling die onze tijdgenoten aanspreekt, namelijk dat er sprake is van een samenzwering. De hoofdstroming in de Vroege Kerk zou de waarheid verborgen hebben, die prettig genoeg dankzij wetenschappelijk onderzoek aan het eind van de twintigste eeuw weer achterhaald is. Wat prettig!
Het betreft hier niet alleen een debat onder theologen, maar ook ideeën die in de populaire literatuur naar voren worden gebracht. Een voorbeeld daarvan is ”De Da Vinci Code” van David Brown; alleen al van de Engelse versie van dit boek zijn meer dan 6 miljoen exemplaren verkocht. Deze en andere bestsellers gaan uit van een esoterisch gedachtegoed dat als volgt kan worden samengevat: De Jezus van de evangeliën is een verzinsel van de Kerk. Dit beeld van Hem is op zo’n manier uitgedragen dat de waarheid op de achtergrond is geraakt. Jezus was een gewone man die met Maria Magdalena is getrouwd, en er zouden vandaag de dag nog rechtstreekse nakomelingen van Hem kunnen zijn. Deze geheime kennis is de eeuwen door levend gehouden in onderling verwante groeperingen, zoals de vrijmetselaars.
Brown suggereert dat dit soort ideeën in de schilderijen van Leonardo da Vinci terug te vinden is. Da Vinci zou lid geweest zijn van een dergelijke geheime groep, evenals mensen zoals Galileo, Isaac Newton, Victor Hugo en Jean Cocteau. Hij stelt dat op Leonardo’s schilderij van het laatste avondmaal het Maria Magdalena is die rust aan Jezus’ rechterhand. Browns boek zit echter vol fouten, zowel waar het zijn interpretatie van de Bijbel betreft als in zijn weergave van de kunstgeschiedenis.
Het probleem is dat zijn verhaal geheel sluitend lijkt voor degenen die geen kennis hebben van de Bijbel of van de geschiedenis. Wie het christendom niet kent en een boek als dit leest, wordt gemakkelijk bedrogen door de gedachte dat hij de echte waarheid over Jezus heeft ontdekt en dat de evangeliën vol leugens staan. Zoals Brown zelf zegt: ”Het idee van een samenzwering is voor iedereen aantrekkelijk.”
Maar wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan. Browns belangrijkste personage in ”De Da Vinci Code”, professor Langdon, stelt: ”Ieder geloof in de wereld is gebaseerd op bedrog.” () ”Iedere religie beschrijft God met behulp van metaforen, allegorieën en overdrijvingen.” () ”Een manier om onze geest te helpen met het begrijpen van het onbegrijpelijke. De problemen ontstaan wanneer we letterlijk in onze eigen metaforen beginnen te geloven.” () ”Zij die hun geloof werkelijk begrijpen, begrijpen dat het metaforisch is.”
Zo plaatst Brown zich in een onmogelijke positie. Enerzijds geeft hij zelf een interpretatie van de geschiedenis die heel goed juist zou kunnen zijn en anderzijds is elk geloof uiteindelijk bedrog. Wie Browns verhaal letterlijk wil nemen als een esoterische openbaring van de onjuistheid van het christelijke Evangelie en de manier waarop de kerk de feiten twee millennia lang heeft verdraaid, heeft uiteindelijk niets anders dan bedrog om in te geloven. Anders gezegd: als iemand het modernisme wil gebruiken om de feitelijke basis van de christelijke waarheid te vernietigen en het postmodernisme om een nieuwe spiritualiteit te creëren, dan heffen die twee elkaar uiteindelijk op.
Boeken zoals dat van Brown hebben nut als discussiestuk bij het evangeliseren, omdat de mensen om ons heen ze waarschijnlijk lezen, maar het is belangrijk om te laten zien dat dergelijke voorbeelden van gefantaseerde geschiedenis puur bedrog zijn en niet als Evangelie kunnen worden gezien! Integendeel, ze houden zoekers af van het ware goede nieuws dat het Evangelie brengt. Als christenen kunnen we niet vergeten dat ze onderdeel zijn van het arsenaal dat de valse goden van deze eeuw gebruiken om hen die verloren gaan te verblinden.
De auteur doceert dogmatiek in Aix-en-Provence en is voorzitter van de Vereniging tot bevordering van het bijbelonderzoek (APEB) in Frankrijk.