Het idee om Einstein het presidentschap aan te bieden, komt van de hoofdredacteur van het Hebreeuwse dagblad Ma’ariv, Azriel Carlebach. Chaim Weizmann, de eerste president van Israël, is zojuist gestorven en Carlebach is de voorman van een beweging die Einstein als nieuwe president wel ziet zitten.
Gurion ziet aanvankelijk weinig in het voorstel. Hij zou tegen zijn adviseur gezegd hebben: „Wat moeten we doen als hij het aanneemt? Dan zitten we echt in de knoei.” Toch stuurt de premier de ambassadeur in Washington, Abba Eban, eropuit om Einstein het aanbod over te brengen. De persoon in kwestie heeft er inmiddels van gehoord via de Amerikaanse krant The New York Times. Vanaf dat moment heeft de wetenschapper geen rust meer; de telefoon staat roodgloeiend: mensen willen weten of hij akkoord gaat.
In een telefoongesprek met Eban slaat Einstein het aanbod echter af. Op Ebans verzoek schrijft de gezaghebbende geleerde een brief, waarin hij het besluit uitlegt: „Ik ben diep aangedaan door het aanbod van de staat en ik ben tegelijkertijd bedroefd en beschaamd dat ik het niet kan accepteren. Mijn hele leven heb ik me beziggehouden met objectieve zaken en daarom ontbreekt mij zowel de natuurlijke geschiktheid als ervaring om op de juiste wijze met mensen om te gaan en officiële functies uit te oefenen.” Het presidentschap gaat naar Jitschak Ben Zvi.
Einstein was een voorstander van het zionisme, het streven van de joden om terug te keren naar het land van hun voorvaderen. In 1923 hield hij de openingsrede voor de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. De aan dit instituut verbonden nationale bibliotheek ontving het manuscript met zijn eerste verhandeling over relativiteit. De universiteit bezit nu het Albert Einstein-archief en de rechten op zijn naam en afbeelding voor commerciële doeleinden. De collectie is voor een groot deel te danken aan de inspanningen van Einsteins secretaresse, Helen Dukas.
Het nationalisme, met zijn verafgoding van één bepaald volk, dat na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland sterk opkwam, verafschuwde Einstein. „Nationalisme is een kinderziekte. Het is de mazelen van het menselijk ras.” Hij weigerde zich daarom bij de Duitse intellectuelen aan te sluiten die zich achter deze beweging schaarden.
Hij bleef echter in Duitsland wonen, ondanks de toenemende aanvallen op hem vanwege het antisemitisme. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, week de fysicus onmiddellijk uit naar de VS, waar hij een positie kreeg aan het Instituut voor Hoge Studies in Princeton. Daar bleef hij de rest van zijn leven. Einstein liet zijn pacifisme varen en waarschuwde de VS dat Duitsland een atoombom kon ontwikkelen. Hij pleitte voor een wereldregering.
Toen hij stierf lag op zijn bureau een verklaring ter ere van Israëls zevende Onafhankelijkheidsdag. Hij schreef: „Wat ik zoek te bereiken, is slechts te dienen, in mijn zwakke capaciteit, waarheid en recht, met het risico daar niemand een plezier mee te doen.”