„Inderdaad”, knikt drs. A. W. van Vugt, manager marketing, communicatie en studentzaken van de CHE. „Het RD is meer dan een krant. Het staat voor een bepaalde zuil, mede door het organiseren van congressen en andere activiteiten. Vergeet ook de ontwikkeling van een aantal websites niet. Daardoor wordt het RD een kennisplatform voor en over de gereformeerde gezindte.”
Blokhuis trekt zelf de vergelijking met het Nederlands Dagblad. „Haar achterban is diffuser geworden. De culturele verscheidenheid van die lezerskring is groter dan die van het RD.” Van Vugt: „Daarin zit de kracht en tegelijkertijd de zwakte van het RD. Het kent zijn doelgroep als geen ander en heeft er een band mee opgebouwd. Die mensen voelen zich begrepen door hun krant. Maar als je net iets anders denkt, wil je er een andere krant bij lezen.”
Het RD is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd, stelt Van Vugt. „Alleen al wat uitstraling betreft, kan het meedoen in de breedte van het mediaveld.” Blokhuis: „Toch moet de krant oppassen dat het de eigen groep niet gaat koesteren. De jongere generatie denkt anders dan de oudere. Heeft het RD dat genoeg in de gaten?” Van Vugt: „De krant zal moeten knokken om herkenbaar te blijven voor de jongeren.”
Platformfunctie
Blokhuis verwijst naar de opgelaaide discussie over het moskeebezoek van reformatorische scholieren. „Het begeleiden van die discussie zie ik als een taak voor de krant. De krant heeft een platformfunctie. Waar moet die discussie anders gevoerd worden? Tegelijkertijd is het een intern gebeuren.” „Zo’n discussie leidt bovendien snel tot polarisatie”, vult Van Vugt aan. „De verschillen worden breed uitgemeten. Dat is jammer.”
„Daarom heeft het RD ook als taak om de ramen naar de samenleving open te zetten”, denkt de opleidingsmanager. „Zodat lezers in de gaten blijven houden dat de echte fronten ergens anders liggen. Blijf als krant vooral laten zien van wat er in de samenleving aan de hand is. Dan denk ik vooral aan de voortschrijdende secularisatie.”
Veel media rollen over incidenten, stellen de twee CHE’ers vast. Een christelijke krant moet zich daarvan onderscheiden, meent Blokhuis. „Fungeer als baken van herinnering en laat de rode draad in een bepaalde gebeurtenis zien. Plaats het nieuws in een context.” Van Vugt: „Probeer de tijd waarin we leven nog meer te duiden. Dat heeft iets profetisch.”
Zal het RD de abonnees kunnen vasthouden? De twee CHE’ers denken van wel. Blokhuis: „Al zou het RD ook ten onder kunnen gaan aan kerkelijke of andere interne twisten. Neem laatst een recensie in de krant over een boek van Elly en Rikkert. Zo’n boek zou het RD vroeger niet bespreken, denk ik. Blijkbaar vindt de redactie dat nu wel kunnen.” Van Vugt: „Maar de manier waarop dat gebeurt, kan voeding geven aan interne twist. De recensent constateert terecht dat een groot deel van de achterban hun liedjes zingt. Tegelijkertijd moet er dan aan het eind van dat artikel toch in dat die liedjes toch maar oppervlakkig zijn.”
Blokhuis: „Ik snap dat ook wel. Een deel van de achterban ervaart die liedjes ook als oppervlakkige flauwekul. Bovendien zit er een fundamentele notie achter: Elly en Rikkert zijn exponent van het evangelicale christendom. Hun geloofsuitgangspunten worden niet gedeeld door reformatorische christenen. Maar dan nóg zeg ik: Probeer als krant boven het wel of niet Elly en Rikkertniveau uit te komen. Wees geen kerkelijke krant, maar geef vooral een culturele tegenduiding aan wat jongeren en ouderen om zich heen in de wereld kunnen waarnemen. Focus vooral op het duiden van ontwikkelingen in politiek en maatschappij, zowel nationaal als internationaal. Geef weer hoe christenen in andere werelddelen leven. Wat dat betreft is zo’n Engelse pagina in de krant een aanwinst.”
Toonbeeld van stabiliteit
„Voor mij is het RD vooral een toonbeeld van stabiliteit”, stelt Van Cuilenburg in zijn werkkamer van het Commissariaat voor de Media in Hilversum. De voorzitter van het commissariaat volgde 35 jaar geleden met belangstelling de oprichting van het RD.
„Ik werkte op de Vrije Universiteit in Amsterdam samen op één kamer met Chris Janse, die de overstap maakte naar het RD om daar hoofdredacteur te worden. Het leek me een riskante onderneming, maar het bleek al snel dat de nieuwe krant een behoorlijk aantal lezers aan zich kon binden.”
Van Cuilenburg pakt een rapport uit de kast met daarin een overzicht van het aantal abonnees van alle Nederlandse kranten. „Het RD is net als de SGP: klein, maar stabiel. Bovendien heeft de krant geringe groeimogelijkheden. Alle dagbladen verkeren in zwaar weer, dus is het een knappe prestatie om het abonneeaantal op peil te houden.”
De geur van de bevindelijkheid hangt nog altijd sterk aan het RD, meent de voorzitter van het commissariaat. „Als ik de vergelijking mag maken met het Nederlands Dagblad en het Friesch Dagblad vind ik dat het RD van deze drie christelijke kranten het dichtst bij haar wortels is gebleven. Trouw laat ik al helemaal buiten beschouwing. Die heeft zich ontwikkeld tot een algemene krant met een spirituele dimensie, die voor een groot deel buiten het protestantisme ligt.”
Voor Van Cuilenburg is het de vraag of het RD nog een langdurige toekomst voor zich heeft. „Dagbladconcerns zullen steeds meer gaan samenwerken met omroepen, zoals het Financiële Dagblad met BNR Nieuwsradio. Daarnaast sluit ik niet uit dat uitgevers zelf een commerciële omroep worden, om zo multimediale programma’s aan te kunnen bieden. Dat gaat dus een stuk verder dan als krant ook een website te beheren. Internet alleen zet geen zoden aan de dijk. Maar ik zie niet in hoe het RD goed op deze ontwikkelingen zou kunnen inspelen.”
Ontlezing
De ontlezing zal ook in de gereformeerde gezindte haar tol eisen, denkt Van Cuilenburg. „Het aantal jongeren dat nog een krant leest, loopt in snel tempo terug. Die halen hun informatie vooral van het web. Ga er daarom niet van uit dat over twintig jaar er nog veel mensen zijn die braaf een papieren versie van het RD willen lezen.”
Het RD ontkomt volgens Van Cuilenburg ook niet aan het probleem dat het tegenwoordig niet meer moeilijk is aan gratis informatie te komen. „Door de digitalisering is er een gigantisch informatieaanbod. Er is geen schaarste aan informatie, maar aan aandacht. De grote vraag is dan ook hoe het RD publiek weet te bereiken en te boeien. Kan het overeind blijven als er straks digitale themakanalen te kust en te keur op internet zijn te vinden?”
Investeer in een product dat aanslaat bij de jongere generatie, adviseert Van Cuilenburg, die ook hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam is. „De vijftigplussers zullen de krant wel blijven lezen. Dat durf ik niet te zeggen over de generatie van mensen tussen de 30 en 45 jaar. Kijk steeds kritisch naar de vormgeving van de krant, blijf bij de bron van waaruit het RD put en zorg voor een stevige band met de achterban. Behoefte aan duiding van het nieuws zal er altijd blijven.”