In deze leeftijdsfase is nog geen sprake van de wil, maar van behoeften. Het willen ontstaat ongeveer tussen de twintig maanden en het vierde levensjaar. Dit willen kenmerkt zich door koppig gedrag en manifesteert zich in nee zeggen en het veelvuldig gebruik van het woordje ”ik”.
Dit koppige gedrag is in deze periode volkomen normaal. Het is een teken van groeiend zelfbesef en toenemende zelfstandigheid. De wil is gericht op een bewust doel. Met 2 jaar kan een kind eenvoudige keuzes maken. Het kan kiezen tussen een aantal mogelijkheden die de opvoeder aanbiedt. Dit is bij een baby nog niet het geval.
Behoeften
Bij het kind waarover de vraag wordt gesteld is een aangeboren drang tot bevrediging van fundamentele levensbehoeften aanwezig. God heeft deze behoeften ingeschapen tot levensbehoud en levensontplooiing. Bij een baby is geen sprake van inzicht in het doel en de betekenis van behoeften.
Een baby heeft behoefte aan zuigen, voeding, slaap, koestering, liefde, aanraking, warmte, contact, beweging, rust, reinheid en regelmaat. De vervulling van deze behoeften geven de baby een prettig gevoel, lustgevoelens. Onvoldoende vervulling van deze behoeften, zoals te weinig slaap, geeft onlustgevoelens. Gevolg is dat het kind gaat huilen.
Op zich zijn behoeften goed noch fout. Ze moeten echter worden gedisciplineerd. Aangezien een baby dit niet kan, is dat de taak van de ouders. Die moeten de behoeften van hun kind reguleren, ook (her)kennen en daarin structuur brengen. Dát is opvoeding.
Vast dagritme
Die opvoeding begint direct na de geboorte. Opvoeders wennen het kind aan rust, reinheid en regelmaat. Zolang het nog geen inzicht kan worden bijgebracht, is gewenning de enige vorm van opvoeding.
Het gevaar van verwennen, dat is verkeerd wennen, is in deze periode bijzonder groot. Het is noodzakelijk rekening te houden met de behoeften van het kind, maar de opvoeder moet komen tot een zekere regelmaat in het voorzien van de behoeften. Opvoeden bestaat uit het reguleren daarvan. Er is een tijd van slapen, van drinken, van kroelen, van eten, van spelen. Het kind moet niet de hele dag door drinken, de hele dag slapen en ook niet de gehele dag op moeders arm hangen.
De behoefte aan contact openbaart zich al snel bij een baby. Hij vindt het fijn om te worden opgepakt en geknuffeld. Op zich is dit goed en noodzakelijk, maar het kind kan niet constant worden opgetild.
Sommige kinderen weten hierin al aardig hun zin te krijgen. De opvoeder begint zich dan al te onderwerpen aan het kind. Het kind bepaalt zo de gang van zaken. Dat is geen opvoeding. De oorzaak van problemen met jengelende kinderen ligt dan eerder bij de opvoeder dan bij het kind.
De opvoeder die voet bij stuk houdt, ook als het kind huilt omdat uit bed wil, heeft begrepen waar het kind recht op heeft: een vast dagritme. Dit zorgt voor veiligheid en zekerheid, ook voor de opvoeder. Het kind weet wanneer deze komt, wanneer het uit bed mag.
De box
De vragenstelster schrijft dat ze niet weet of haar kind moe is, honger heeft of het niet leuk vindt in de box. Wanneer opvoeders voldoen aan de behoefte aan drinken en aan slaap, dan kan dit er niet de oorzaak van zijn.
Mogelijk heeft dit kind niet de gelegenheid gekregen te wennen aan de box, omdat zijn moeder niet tegen zijn gezeur kon en hem er telkens weer uit haalde. Laat het wennen aan de box.
Het is ook mogelijk dat het kind een nare ervaring heeft gehad in de box, bijvoorbeeld zijn hoofd heeft gestoten. Zorg dan voor positieve gevoelens. Door het kind bijvoorbeeld knuffels te geven, vindt het weer prettig om in de box te zijn.
’s Nachts drinken geven aan baby’s van zeven maanden is geen goede gewoonte. Vanaf twee maanden hebben de meeste baby’s geen nachtvoeding, dus ook geen drinken, meer nodig. Het drinken ’s nachts is in deze vraag al een gewoonte geworden. De baby is hieraan gewend, verkeerd gewend. Het is echt belangrijk dat drinken af te schaffen.
Verwennen is verkeerd wennen. Het kind heeft misschien geleerd: wanneer ik huil, mag ik uit bed. Opvoeders moeten bereid zijn bepaalde eisen te stellen, ook al vindt het kind dit eerst niet prettig. Wees liefdevol, maar ook duidelijk.
Mevrouw Keus is oud-docente pedagogiek aan hogeschool Driestar educatief, echtgenote en moeder van drie volwassen kinderen.
Heeft u ook opvoedingsvragen? Mail opvoeding@refdag.nl of schrijf RD, t.a.v. de opvoedingsredactie, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.
Tips rond gewenning
Spreek het kind vriendelijk toe als het in de box wordt gelegd.
Laat het kind wennen aan de box.
Ga zelf niet constant naar het kind kijken.
Verricht terwijl het kind in de box ligt bezigheden, zoals stofzuigen of ramen lappen.
Leg zacht speelgoed in de box.
Laat het kind voldoende drinken tijdens de laatste voeding. Geef het geen drinken meer als het huilt, maar spreek het zachtjes toe, even troosten, over de bol aaien.
Steek ’s nachts geen licht aan en maak geen lawaai. Doe bij het weggaan de deur zachtjes dicht.
Ga ook weg wanneer het kind weer gaat huilen. Het zal even hieraan moeten wennen. Opvoeders moeten het kind daar wel de kans voor geven.