Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Geboren met licht

 Albert Einstein in zijn werkkamer in Berlijn, 1929. Foto archief Max Planck Instituut

Albert Einstein in zijn werkkamer in Berlijn, 1929. Foto archief Max Planck Instituut

Het schrijven over Albert Einstein en zijn theorieën betekende voor Martijn van Calmthout een persoonlijke afrekening met de natuurkunde die ze hem op de universiteit voorschotelden. „De concepten waar hij in zijn theorieën van uitgaat, zijn verbluffend eenvoudig.” Met zijn boek, ”Einsteins licht. Een leven met relativiteit” probeert Van Calmthout de begaafde natuurkundige en zijn theorieën tussen de oren van elke Nederlander te krijgen.

De bewondering van Volkskrant-wetenschapsjournalist Van Calmthout voor Albert Einstein is zeker niet grenzeloos; wel groot. „Hij had zo’n rijk leven. Hij heeft met zijn theorieën zo veel op z’n kop gezet. Dat verdient respect, van iedereen. Einstein is een intrigerende figuur die ook niet-natuurkundigen aanspreekt.”

Was daar naast de vele boeken over Einstein een nieuwe biografie voor nodig?
„Een halfjaar geleden had ik het gevoel dat ik een leuk verhaal te vertellen had. Ik had een echt leesboek voor ogen voor iedereen, bijna een roman over Einstein. Het boek bestaat uit een aantal scènes die ik als sleutelscènes in Einsteins leven beschouw en die afzonderlijk van elkaar te lezen zijn. Ze hangen samen met het jaar 1905, als hij een aantal wetenschappelijke artikelen publiceert. Door deze verhalen probeer ik de theorieën op de lezer over te brengen zonder harde natuurkundige beschrijvingen te gebruiken. Dat is moeilijk en helaas ook niet helemaal gelukt.”

De afzonderlijke hoofdstukken lezen als een trein. Met weinig woorden schildert Van Calmthout de speciale relativiteitstheorie, die Einstein in zijn ’wonderjaar’ 1905 ontwikkelde. „Albert Einstein trekt een volgekrabbeld vel gelinieerd papier uit zijn jaszak en legt het op een muurtje aan de kade van de Aare. Kijk, zegt hij, en hij legt zijn vinger bij een diagram dat hij in de kantlijn heeft geschetst. (…) Het is, wijst Albert, al duidelijk met een simpele proef in een bewegende trein. Een experimentator in de trein zet een lamp op de vloer en flitst ermee naar een spiegel op het plafond. Hij weet de afstand van de lamp tot de spiegel en meet de tijd tot de flits terug is bij de lamp. De afstand gedeeld door de tijd is de snelheid van het licht. (…)”

Doet zo’n simpele weergave Einstein niet tekort?
„Met een leesbaar verhaal doe ik Einstein misschien juist wel meer recht. Einstein is niet bovenmenselijk; hij is niet een merkwaardig soort übermensch. Hij zei van zichzelf dat hij misschien wel naïever was dan al zijn vakgenoten. Hij kon zich lang verbazen over dingen. Voor wetenschappers is zo’n houding cruciaal.”

Is de Einstein in uw boek de echte?
„Ik denk dat ik hem op een aantal manieren goed begrijp, maar het is voor een groot deel natuurlijk wel interpretatie. We zitten nu nog steeds aan te kijken tegen een soort hysterische heldenverering uit die tijd. Hij was en is een legende, het boegbeeld voor de moderne natuurkunde, maar die status verduistert ook wel veel dingen. Soms vraag je je bij verhalen af: Wat is nog waar? En dan te bedenken dat zijn leven uitzonderlijk goed gedocumenteerd is, zo ongeveer tot de boodschappenbriefjes toe. Het is de vraag of Einstein dat gewild heeft, want hij was in feite een heel bescheiden figuur.”

Zeker is dat Einstein zelf aan het einde van zijn leven, in 1955, weinig reden zag voor een herdenkingsfeestje naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van zijn speciale relativiteitstheorie. Een jarenlange zoektocht naar het verband tussen het elektromagnetisme en Einsteins zwaartekrachtstheorie had niets opgeleverd. „En hij beseft dan ook dat hem dat niet meer gaat lukken”, zegt Van Calmthout. „Hij was eigenlijk een tobber. Hij moest vechten voor resultaat. Soms werd hij er letterlijk ziek van.”

Plaatste Einstein zich door deze vruchteloze zoektocht niet op de zijlijn van de natuurkunde?
„Hij heeft in zijn laatste jaren wel degelijk een belangrijke rol gespeeld. Niet zozeer door nieuwe dingen te bedenken, als wel door vragen te stellen. Op die manier heeft hij bijvoorbeeld een cruciale rol gespeeld bij de ontwikkeling van de kwantumtheorie. Met een experiment wilde hij aantonen dat het kwantumverschijnsel niet bestond, maar de uitkomst was het eerste bewijs dat het verschijnsel juist wel bestaat. Tegenwerpingen opperen en vragen stellen is ook wetenschap. Maar omdat Einstein enorm in de belangstelling stond en eigenlijke wel móést slagen, heeft zijn geringe voortgang in de laatste jaren wel iets tragisch.

Aan de andere kant heeft Einstein als politiek genie die mediabelangstelling gewoon gebruikt. Hij wist dat waar hij ging zitten, ook een aantal journalisten zou neerstrijken. Hij was het boegbeeld van de joodse staat en probeerde vanuit pacifistisch oogpunt de wereldgeschiedenis een andere wending te geven. Daardoor wordt hij de laatste periode van zijn leven toch een beetje gezien als een koppige baas.”

Terwijl Einstein steeds drukker en beroemder wordt, verdwijnt zijn eerste vrouw, Mileva Maric, steeds meer in zijn schaduw. „Einstein scheept haar op met de kinderen, van wie de jongste schizofreen is”, zegt Van Calmthout. „Hierdoor komt er van haar eigen ambities, die ze als briljante wiskundige zeker had, niets terecht. De hele geschiedenis rond de echtscheiding laat een harde kant van Einstein zien. Hij koos duidelijk voor zijn carrière, ten koste van zijn gezin.”

Van Calmthout besteedt in zijn boek weinig woorden aan de relatie tussen Einstein en Mileva. „Dat vergt een ander boek en daartoe heb ik me niet geroepen gevoeld.” Daarnaast heeft hij een aversie tegen de geruchten waarin Mileva als schepper van de relativiteitstheorie wordt betiteld. „Er is geen enkele aanleiding om dat te denken. Ze heeft op z’n hoogst een corrigerende rol gespeeld.”

Wel legt de Volkskrant-journalist sterk de nadruk op de betekenis van Einsteins jeugdjaren voor zijn wetenschappelijke ontwikkeling. „Elektriciteit en licht hingen in zijn tijd letterlijk in de lucht”, zegt Van Calmthout. „Alberts vader, Jakob Einstein, had een elektrotechnische fabriek. Toen Albert een jaar of tien was, was hij bij de ingebruikname van de straatverlichting in Schwabing, aangelegd door zijn vader. Die intrigeerde niet alleen Einstein, maar de hele bevolking. Elektriciteit was voor die tijd zeer ongewoon. Toen sprak men erover zoals men nu over al die digitale gadgets spreekt. Het is dus niet helemaal verwonderlijk dat Albert dat later in een theorie gegoten heeft.”

Ook in wetenschappelijk opzicht kwamen Einsteins theorieën over de lichtsnelheid en de relativiteit van licht niet uit de lucht vallen. De Nederlandse natuurkundige Hendrik Antoon Lorentz, een van de belangrijkste fysici uit die tijd, ontwikkelde jaren voor 1905 exact dezelfde formules als Einstein in zijn speciale relativiteitstheorie en de Franse wetenschapper Henri Poincaré had ook al eerder over relativiteit geschreven.

Is er dan toch plagiaat in het spel, zoals soms wordt beweerd?
„Het is interessant te zien dat de eerste verhalen over plagiaat uit de jaren twintig stammen, als in Duitsland de ruk naar rechts plaatsheeft. Einstein is dan een soort zondebok; alles wordt uit de kast gehaald om hem zwart te maken. Het plagiaatverhaal is daarna een eigen leven gaan leiden.

Maar er zijn inderdaad parallellen tussen het werk van Einstein en dat van zijn vakgenoten. Einstein hield zich bezig met de natuurkundige problemen van zijn tijd. De vergelijkingen die Einstein ontwikkelde zijn identiek aan die van Lorentz, maar is dat plagiaat? Nee, want Einstein doet er totaal iets anders mee. Het nieuws waar Einstein mee komt is: Je moet niet zeuren over de lichtsnelheid, maar over de klok. Einstein maakte een gedachtesprong die niemand eerder maakte.”

Mede n.a.v. ”Einsteins licht. Een leven met relativiteit”, door Martijn van Calmthout; uitg. Contact, Amsterdam, 2005; ISBN 90 254 2841; 204 blz.; € 19,90.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels