Zondvloed: In normale omstandigheden raken dode dieren niet snel bedekt met sediment. De fossielen duiden dus op een enorme ramp, waarbij fossielen in modderpakketten zijn opgesloten. De Bijbel geeft reden om te denken aan de zondvloed.
Verstenen: De resten verstenen wanneer mineralen het materiaal van het bot vervangen. Dit duurt miljoenen jaren, beweren paleologen. Dat is echter helemaal niet nodig. Een mijnwerker verloor eens zijn hoed in een kuil met mineraalrijk water. Toen zijn hoofddeksel vijftig jaar later teruggevonden werd, was het helemaal versteend. Tijdens de zondvloed maakte een overvloed aan mineraalrijk water snelle fossilisatie goed mogelijk.
Dateren: Paleontologen dateren fossielen vaak met ouderdom van de aardlaag waarin ze het fossiel vinden. Die aardlaag is echter niet eenduidig te dateren. Daarmee vervalt de basis om een fossiel te dateren met behulp van de ouderdom van de aardlaag.
Cirkelredenering: Paleontologen onderkennen dat ook en bepalen de ouderdom van een fossiel daarom met radiodatering. De resultaten daarvan zijn nogal wisselend. Ze vallen daarom voor de exacte leeftijd terug op de aardlaag waarin ze het fossiel hebben gevonden. Dat is een vorm van cirkelredenering.
Koolstofdatering: Het RATE-onderzoek heeft bovendien uitgewezen dat resten van planten en dieren onmogelijk ouder kunnen zijn dan 50.000 jaar, uitgaande van de gangbare datering. Dat matcht echter niet met een evolutie tijdens miljoenen jaren.
Volgende week hier jouw vraag over evolutie beantwoord? Reageer op www.yord.nl.
Dit is het twintigste deel in een serie over schepping en evolutie.