Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

„Erkenning bezwaren is Nederlandse traditie”

Een beroep op gewetensbezwaren is in Nederland vaak royaal erkend. Wie werkelijk in gewetensnood kwam als hij onder de wapenen moest, een eed moest afleggen of verplicht werd zich te verzekeren, werd daarvan vrijgesteld.
„Daarom kan en wil ik niets herroepen, omdat tegen het geweten iets te doen noch veilig noch heilzaam is. God helpe mij, amen!” Maarten Luthers woorden op de Rijksdag in Worms zijn een duidelijk voorbeeld van een beroep op gewetensbezwaren.

„Rekening houden met gewetensbezwaren heeft in Nederland al een lange traditie”, zei GPV’er G. J. Schutte eens in de Tweede Kamer. „Ze vinden steun in de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, maar nog concreter in artikel 9 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.”

Leerplicht
Volgens SGP-senator mr. G. Holdijk is de kwestie vooral de achterliggende eeuw actueel geweest. „In vroeger eeuwen hadden we een nachtwakerstaat, waarbij de overheid zich veel minder dan nu met de burger bemoeide en waardoor er dus ook minder gauw sprake was van gewetensbezwaren tegen overheidsmaatregelen.”

In de twintigste eeuw werden gewetensbezwaren volgens Holdijk ruimhartig erkend. „De leerplichtwet van 1900 is het eerste voorbeeld dat ik daarvan ken: als ouders bezwaar hadden tegen de openbare school en er binnen zoveel kilometer geen bijzonder onderwijs beschikbaar was, konden ze ontheffing van de leerplicht krijgen.”

Verzekeringen
De jurist uit Uddel noemt ook de bezwaren tegen de verplichte sociale verzekeringen. „De Invaliditeitswet, ingevoerd in 1920, en de Ongevallenwet van 1921 hadden een vrijstellingsmogelijkheid en dat is steeds zo gebleven. De Ziektekostenwet vormt daar nog maar sinds kort een uitzondering op.

Automobilisten kunnen op grond van artikel 18 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering (WA) vrijstelling krijgen en betalen dan een bijdrage voor het Waarborgfonds.”

Direct of indirect
Niet alle wensen van bezwaarden worden overigens gehonoreerd, zegt Holdijk. „In de jaren tachtig was er een Beweging Weigering Defensiebelasting. De aanhangers daarvan wilden een bijdrage storten in een Vredesfonds, maar daar ging de overheid niet in mee.”

De Hoge Raad maakte in april 2000 onderscheid tussen directe bezwaren, die iemand persoonlijk aangaan, en indirecte bezwaren. Gewetensbezwaren tegen het bestemmen van een deel van het belastinggeld voor militaire doeleinden werden niet erkend. Dat zijn indirecte bezwaren. Als iemand echter persoonlijk aan militaire handelingen moet deelnemen, wordt hij daardoor direct getroffen en kan hij er op grond van gewetensbezwaren van worden vrijgesteld.

Gedoogd
Die ruimte kwam er ook bij de Kalkarheffing, de belasting voor de kweekreactor in het Duitse Kalkar. In 1974 besloot de minister van Economische Zaken daarvoor een ontheffingsmogelijkheid te bieden aan degenen die bezwaren hadden tegen kernenergie, al zijn dat feitelijk meer indirecte dan directe bezwaren.

„Nederland ontwikkelde de traditie dat gewetensbezwaren, ook al zijn ze niet officieel erkend of wettelijk vastgelegd, worden gedoogd zolang de bezwaarde er niet kennelijk voordeel van heeft of anderen erdoor in gevaar brengt.” Holdijk wijst op de opkomstplicht die er vroeger bij verkiezingen was. „Slechts enkele keren is er opgetreden tegen vrouwen die niet naar de stembus kwamen, meestal werd het door de vingers gezien.” Ook boeren met bezwaren tegen het oormerken van hun vee krijgen daarvoor geen erkenning, maar worden wel ontzien.

Dienstplicht en eed
Prof. dr. A. Th. van Deursen, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, trekt een vergelijking tussen de bezwaren tegen militaire dienst, die altijd erkend zijn, en de huidige discussie. „Men mocht met een beroep op gewetensnood de verdediging van het land aan anderen overlaten. Me dunkt dat dat toch heel wat verder gaat dan een trouwambtenaar vrijstelling geven van het voltrekken van homohuwelijken, waar velen nu zo’n moeite mee hebben.”

De Katwijkse historicus wijst ook op de bezwaren van de doopsgezinden tegen het eedzweren. „Die bezwaren zijn altijd erkend, zelfs zodanig dat hun erewoord gelijkgesteld werd met de eed. De Nederlandse overheid gaf mensen met gewetensbezwaren de ruimte.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels