Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Een perfecte oude dag voor paarden

 Piet van Bethlehem met zijn lievelingspaard. „Ik kan mijn voorliefde voor Cooper niet goed verklaren. Het is gewoon een heel makkelijk, rustig beest. Tijdens het bekappen van zijn hoeven geeft hij geen kik.” Foto RD, Anton Dommerholt

Piet van Bethlehem met zijn lievelingspaard. „Ik kan mijn voorliefde voor Cooper niet goed verklaren. Het is gewoon een heel makkelijk, rustig beest. Tijdens het bekappen van zijn hoeven geeft hij geen kik.” Foto RD, Anton Dommerholt

Woest kan hij worden op mensen die hun steeds ouder wordende paard slecht verzorgen. „Zo’n beest verdient een waardige oude dag.” Inmiddels zet Piet van Bethlehem (48) uit Nijkerk zich 25 jaar in voor de aftakelende dieren in het paardenbejaardenhuis in Soest.
Hij duidt zijn werk nog net niet als een roeping. Maar gedreven is hij op en top. Als de paarden het naar hun zin hebben, dan heeft Van Bethlehem het ook.

Dagelijks is hij te vinden op het paardenkamp in Soest, dat morgen met een open dag zijn 45-jarig jubileum viert. Het kamp herbergt zo’n honderd paarden. Zomers zijn ze overdag in de wei te vinden. In de wintermaanden heeft elk dier zijn eigen stal.

Van Bethlehem kent elk paard bij zijn naam. „Een juf houdt de kinderen uit haar kleuterklas toch ook uit elkaar?” Van Bethlehem loopt een eindje de wei in. „Kijk, daar heb je Dannyboy. Die loopt hier het langst rond, al elf jaar. Hij kwam kreupel binnen. Binnen een paar maanden liep hij weer. De hoefijzers moesten nodig opnieuw worden bekapt.” Hierdoor blijven hoeven in optimale conditie en heeft het paard geen pijn tijdens het lopen. „Een mooi klusje; dat ik heb geklaard. En daar, naast de oude shetlander, hebben we Nanda. Zij is inmiddels ook al veertig.” Even verderop in de wei staan twee witte paarden met de koppen dicht bij elkaar. Ze zijn elkaar met hun tanden aan het krabben. „Dat zijn Jeroen en Zorra, een onafscheidelijk stel.”

Van Bethlehem houdt van elk paard, maar heeft een voorliefde voor Cooper, driekwart arabier, met een kleine kop, een breed voorhoofd en een fijngevormde neus. Wat dit paard zo bijzonder maakt? Van Bethlehem, na lang nadenken: „Ik kan het eigenlijk niet goed verklaren. Het is een gewoon een heel makkelijk, rustig beest. Tijdens het bekappen van zijn hoeven geeft hij geen kik. Ja, een makkelijk dier is het.”

De Nijkerker, die de agrarische school doorliep, heeft een veelzijdige baan. De ene keer mest hij de stal uit, een andere keer is hij druk met het voeren van de paarden of leidt hij groepen rond op het paardenkamp. Het publiek varieert. „We hadden onlangs een seniorengroep. „Ouwe peerden moeten naar de slager”, was het motto van een deelnemer. „Ik deel die opvatting natuurlijk absoluut niet. Maar goed, dat is uw mening”, zeg ik dan maar. Wij willen de paarden een perfecte oude dag bezorgen.”

Ook groepen gehandicapten bezoeken het kamp. „Het lijkt me echt leuk om hier te werken, reageerde een enthousiasteling uit de groep. Ik heb hem gelijk een bezem in de hand geduwd. Wil je hier werken? Ga je gang.”

Het paardenkamp is populair bij paardeneigenaren die hun dier een fijne oude dag gunnen. Van Bethlehem: „We hebben een wachtlijst van 300 paarden. Al moet ik daar eerlijk bij zeggen dat veel mensen uit voorzorg hun paard aanmelden. Soms bellen wij eigenaren met de mededeling dat er plek is voor hun paard. Dan blijkt het nog niet nodig te zijn dat het in het kamp komt en willen mensen het dier zelf nog even houden. Want als een paard in het paardenkamp komt, doet de eigenaar afstand van zijn dier.”

Ouder worden betekent aftakelen, ook bij paarden. Hun aftakelingsproces is vooral aan het gebit merkbaar, zegt Van Bethlehem. „De tanden worden slecht en breken af. Als gevolg daarvan krijgen ze problemen met eten, waardoor ze sterk vermageren.” Dagelijks voorziet Piet daarom alle paarden van extra -soms gemalen- krachtvoer. Op deze manier sterken de paarden wat aan.

Het wel en wee van de paarden gaat Van Bethlehem aan het hart. Hij merkt het gelijk als een paard niet goed in z’n vel zit en probeert daar goed mee om te gaan. „Pas had er een longproblemen. Hij snakte naar adem. Dat is heel naar. Als een beest zo lijdt, mag een dierenarts hem van mij laten inslapen. Een andere keer tobde een paard met een verstopping in de darmen. Het dier lag op z’n rug te kronkelen van de pijn. Dat probleem was te verhelpen. Maar op zo’n moment heb je wel met het beest te doen.”

De paarden verblijven soms jaren in het paardenkamp. Sommige zijn dan ook hoogbejaard met hun 42 jaar. Daarvoor komt het eind in zicht. „Zo nuchter moet je wezen. Een oud paard valt een keer om. Maar als dat gebeurt, heeft hij wel een perfecte oude dag gehad. Daar zorg ik voor.”

Dit is het zesde deel in een serie over een bijzondere verhouding tussen mens en dier.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels