Einstein gebruikt voor het bewijs de zogenaamde Brownse beweging. De botanicus Robert Brown ontdekte in 1827 de krioelende beweging van stuifmeelkorrels in een vloeistof die hij met een microscoop duidelijk kon zien. Meer algemeen is de Brownse beweging de grillige, toevallig lijkende beweging van korreltjes die zweven in een vloeistof.
Die beweging van deeltjes in een vloeistof, schrijft Einstein in zijn artikel, is het gevolg van botsingen met de vloeistofmoleculen. Ook al zijn het telkens slechts minuscuul kleine stootjes, al die duwtjes bij elkaar opgeteld zorgen ervoor dat de deeltjes in een vloeistof gaan bewegen. Einsteins aanname wordt kort na het verschijnen van het meinummer van ”Annalen der Physik” bewezen.
In zijn artikel geeft Einstein ook de formules die deze bewegingen beschrijven. Het zorgt voor een doorbraak van de atoomhypothese. Wilhelm Ostwald, een van de voortrekkers van de antiatoomschool, vertelde later dat hij uiteindelijk in het atoom begon te geloven door Einsteins volledige verklaring van de Brownse beweging.