Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Eigenzinnige peuter doet graag zelf de deur dicht

 „Een kind is opzettelijk ongehoorzaam als het uit bed komt als het moet gaan slapen.” Foto Stockxpert

„Een kind is opzettelijk ongehoorzaam als het uit bed komt als het moet gaan slapen.” Foto Stockxpert

Vraag: Onze dochter van 3 jaar heeft een periode, tenminste dat hoop ik, dat zij alles zelf wil doen. Bijvoorbeeld: ik heb de deur dichtgedaan, maar zíj moest het doen. Dus zij zet de deur weer open en doet hem dicht. Hoort dit bij de leeftijd of is dit iets anders? Er is veel geduld bij nodig.
Uw dochter van 3 jaar verkeert duidelijk in een fase waarin zij haar wil ontwikkelt. Dit is een normaal verschijnsel en hoort bij de leeftijd. Een kind verkent de wereld, tast de grenzen af en wil alles zelf doen. Belangrijk is hoe ouders met dit verschijnsel omgaan.

Humor is daarbij een probaat middel. „Zo, had mama de deur niet goed dichtgedaan?” Een andere mogelijkheid is het gedrag te negeren. Een moeder die de hele dag achter haar kind aanloopt, reageert vaker op zijn doen en laten en botst zo eerder met haar kind.

Als de vraagstelster zou zeggen dat de deur dicht is en dicht blijft, en dat het kind dit niet nog eens hoeft te doen, dan komt het vermoedelijk tot een conflict. Wees dan duidelijk en zeg zonder veel omhaal van woorden dat het direct moet stoppen met dit gedrag.

Rond het derde levensjaar zien de meeste ouders een verandering optreden in de relatie met hun kind. Het wordt ongehoorzaam, verzet zich, wil alles alleen doen, alles anders maken. Het kind ontdekt dat het een eigen ik heeft en dat het ”nee” kan zeggen en gebruikt ook vaak het woordje ”ik”. Veel gedrag van anderen roept tegenspraak op bij de peuter.

Koppigheidsfase
In deze periode, de koppigheidsfase genoemd, beantwoordt de peuter de wil van een ander met tegenspraak en tegenstribbelen. Hij heeft snel door bij wie dit effect heeft en bij wie niet. Een peuter heeft in deze fase veel behoefte aan aandacht, bijval, lof en bewondering. Door zijn koppige gedrag krijgt hij vaker straf en komen ouders soms te weinig toe aan het laten blijken van hun waardering.

In deze periode heeft een peuter ruimte nodig om zich te ontwikkelen. Ouders moeten niet overal verbodsbordjes plaatsen, maar speelruimte creëren en laten zien wat kinderen wél mogen. Het is van groot belang de wil van een kind te leiden. Anderzijds: ouders willen toch niet dat hun kinderen zich ontwikkelen tot mensen zonder persoonlijkheid?

Afleiding en humor geven ouders en kinderen ruimte om een middenweg te vinden in de omgang met elkaar. Het geven van positieve aandacht is voor kinderen van alle leeftijden van groot belang; zij vinden dit heerlijk.

Opvoeden betekent niet onnodig koppigheid oproepen, wil tegenover wil plaatsen. Voor zover mogelijk moeten opvoeders de wil van het kind respecteren in minder belangrijke dingen. Dit kan het beste gebeuren door het keuzemogelijkheden te geven. Een kind mag bijvoorbeeld kiezen tussen drinken uit de groene of uit de rode beker.

Christenopvoeders mogen echter niet de wil van een kind de vrije loop laten. Zij mogen hem ook niet de kop indrukken, maar moeten er gebruik van maken, de wil leiden naar verantwoorde doelen. Christenen moeten proberen de wil van het kind te richten naar Gods wil. De richtlijnen daarvoor zijn de Tien Geboden.

Grenzen
Gehoorzaamheid speelt hierbij een belangrijke rol. Elk kind is dierbaar en heeft begrip en discipline nodig. Er moeten duidelijk afgebakende grenzen zijn. Een kind test vaak het gezag van de ouders uit.

Een voorbeeld: moeder zegt tegen haar kind dat het in de kamer mag spelen, maar niet aan de planten mag komen. Dit is een duidelijke grens. Een poosje later loopt het kind naar de plant, kijkt eens achterom alsof het wil zeggen: Wat gaat moeder nu doen?

Vrijwel iedere ouder kent zo’n situatie. Het zal duidelijk zijn dat de ouders bij overtreding moeten ingrijpen, anders zijn ze hun gezag kwijt. Dan zijn ze niet consequent. Grenzen zijn er voor het belang van het kind. Het moet verantwoordelijk gedrag leren. Ook in deze situaties moeten ouders het kind met oprechte liefde benaderen, maar zij moeten ook verlangen dat het kind hun leiding aanvaardt.

Ouders moeten wel duidelijk onderscheid maken tussen opzettelijk ongehoorzaam zijn en ondoordacht dingen doen. Een kind is bijvoorbeeld opzettelijk ongehoorzaam als het wegrent wanneer het wordt geroepen, van tafel loopt tijdens het eten, of uit bed komt als het moet gaan slapen.

Als het kind ondoordacht fouten maakt, is dat iets anders. Dat kunnen bijvoorbeeld ongelukjes zijn, als het een glas laat vallen, of een beker melk omstoot. Ouders moeten het kind dan op een vriendelijke manier leren hoe het wel moet. In de hele opvoeding is het van groot belang dat een kind van tevoren weet wat wel en niet mag.

Vastberaden
Wanneer een kind een grens van de ouders overtreedt, dan moeten ouders vastberaden optreden. Niets is zo funest voor het ouderlijke gezag als het niet handhaven van een eis.

Als een kind tijdens het eten van tafel loopt, terwijl de regel is dat iedereen blijft zitten, grijpen de ouders direct in. Ze zetten het weer op de stoel met de woorden: „Op je stoel blijven zitten, dat doet iedereen.”

Deze situatie kan zich meermalen herhalen, maar uiteindelijk zal het kind blijven zitten. Als een van de ouders zegt: „Laat het kind toch, het is nog zo jong”, is het gevaar dat de ouders het niet volhouden. Een kind voelt dit vaak aan en wint.

Wanneer ouders de strijd verliezen, gaan schreeuwen, zelfs in tranen uitbarsten of andere tekenen van frustratie of onmacht vertonen, gaat een kind anders naar zijn ouders kijken. Zij zijn dan niet meer de veilige leiders die zekerheid en vertrouwen uitstralen, maar ouders die je kunt ompraten.

Als de confrontatie met het kind voorbij is, dient de ouder het gerust te stellen en te praten over het voorval. Na een confrontatie heeft een kind vaak behoefte aan liefde van de ouder. Een kind moet die liefde voelen, worden gerustgesteld na een straf of correctie.

Ouders mogen geen onmogelijke eisen aan hun kind stellen. Wees er absoluut zeker van dat uw kind in staat is te doen wat u verlangt. Straf ook nooit voor iets wat per ongeluk is gebeurd of waar een kind niets aan kon doen.

Liefde moet de leidraad in de hele opvoeding zijn. Daarbij zijn belonen en straffen onmisbare middelen. Ook is het belangrijk gewenst gedrag te versterken en ongewenst gedrag af te zwakken. Bijvoorbeeld: een kind dat huilt en daarna steeds wordt opgepakt, zal het huilen gebruiken om te worden opgepakt. Zo versterken opvoeders dus dit foute gedrag. Het doel voor de peuterjaren is om een zeker evenwicht te bereiken tussen genegenheid en gezag, liefde en discipline.

Drs. Keus is oud-docente pedagogiek aan hogeschool Driestar educatief, echtgenote en moeder van drie volwassen kinderen.

Tips voor omgang

met koppige

peuters

Wees consequent.

Let niet te veel op uw kind; negeren is soms verstandiger.

Breng humor in de opvoeding.

Blijf genieten van uw kind.

Wees niet te snel met straffen.

Geef het kind positieve aandacht.

Structureer het gezin; dat is beter dan voortdurend ingrijpen.

Beoefen geduld.

Bied een kind keuzemogelijkheden.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels