Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Eenzelvig en verlegen

”Bobby”, zoals huisgenoten de jeugdige Darwin noemen, is als jochie bepaald niet moeders mooiste. Hij is mollig en schaamt zich voor zijn grote neus, die volgens hem meer bij een volwassene past. Hij kampt een beetje met een minderwaardigheidscomplex. Gestotter helpt hem evenmin van het negatieve zelfbeeld af. Darwin struikelt vooral over de ”w”. Zijn zussen beloven hem een sixpence als hij zonder haperen ”witte wijn” kan zeggen.
In gezelschap van klasgenoten weet de verlegen knul zich moeilijk een houding te geven. Om geplaag te vermijden, speelt hij ook na schooltijd nauwelijks met hen. „Thuis kreeg én nam Darwin alle vrijheid om eigen interesses te volgen”, vertelt Nicolle. „Hij struinde het liefst in z’n eentje rond en verzamelde dan van alles. Postzegels, munten, schelpen, stenen, eieren, planten en insecten. Dat doen jongens op die leeftijd, maar Charles liet zijn vondsten niet in zijn broekzak zitten, maar sorteerde ze heel zorgvuldig.”

Zijn collecties, keurig geordend, koestert Charles als trofeeën. Hij groeit als anderen hem ermee complimenteren. Soms is het verlangen naar bevestiging zo sterk dat de jongen zich zelfs inbeeldt dat mensen hem bewonderen, waar hij zich vervolgens dan weer schuldig over voelt. In een dappere bui biedt de eenzelvige knaap oudere jongens op school een appel aan onder voorwaarde dat ze eerst moeten kijken hoe hard hij kan rennen. „Darwin was bepaald geen liefhebber van sport, maar wilde dolgraag dat anderen hem accepteerden.”

Ook thuis vraagt Charles soms op een aparte manier aandacht. Eens steelt hij ’s avonds perziken en pruimen uit de eigen tuin, verstopt het fruit, om vervolgens de volgende dag zijn vader te vertellen dat hij de buit heeft ’ontdekt’.

Naarmate de tiener ouder wordt, durft hij meer te zeggen. Hij vertelt sterke verhalen over natuurhistorie, zegt vreemde vogels te hebben gezien en beweert een bloem van kleur te kunnen doen veranderen. „Ik had een sterke neiging om opzettelijke onwaarheden te bedenken, altijd met de bedoeling opwinding te veroorzaken”, biecht hij in zijn autobiografie op. „Ik geloof dat ik in allerlei opzichten een ondeugend jongetje was.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels