Gert durft het aan om met zijn voornaam in deze krant te komen. Zijn leeftijd, 20, en zelfs zijn geboorte- en zijn woonplaats, Dordrecht en Amersfoort, hoeven niet onvermeld te blijven. Ook zijn ouders hebben er geen bezwaar tegen dat de identiteit van hun homofiel gerichte zoon bekend kan worden in hun kerkelijke gemeente en bij de familie.
Al vanaf de basisschoolleeftijd heeft Gert het gevoel dat hij in alle opzichten anders was, ook op het gebied van de seksuele gerichtheid. "Ik vond jongens en mannen altijd al aantrekkelijker dan meisjes of vrouwen." Op z'n 14e ontdekt Gert dat hij homo is. "Ik deed er weinig mee. Wel probeerde ik soms aan leuke meisjes te denken, maar ik voelde me nooit tot hen aangetrokken."
Op z'n 16e schrijft Gert een brief aan een docent op wie hij "behoorlijk verliefd" is. De leraar vraagt Gert op de man af of hij op jongens valt, wat deze in een tweede gesprek toegeeft. Er volgt een aantal gesprekken, waarin de docent aangeeft hoe hij daar als christen mee zou moeten omgaan. "Hij zei dat God mij hierom niet de deur wijst, maar dat Hij van mij houdt en ik Hem ook zo mag benaderen. Ik heb door deze relatief vroege coming-out ervaren dat het goed is dit soort gevoelens zo snel mogelijk met een of meer mensen te delen."
Dat dit niet altijd gebeurt, bewijst een peiling op de site van de Evangelische Omroep, waarop 650 homo's hebben gestemd. Bij een op de tien weet alleen de pastor van de homofiele gerichtheid, bij 18 procent weten een paar vertrouwelingen dit, terwijl een op de acht homo's en lesbiennes de gelijkgerichtheid in zijn of haar eentje draagt.
Afwijzing
De vertrouwensdocent verwijst Gert door naar de christelijke jeugdhulpinstelling SGJ. Met smoesjes kan Gert dit een halfjaar lang voor zijn ouders geheimhouden. Na nog een halfjaar komt het hoge woord er uit. Gerts moeder: "Mijn man en ik hadden al zo onze vermoedens. Gert had geen vriendin en had het heel moeilijk. Wat moest het anders zijn? Je hoopt dat 't niet zo is. Toch was 't zo."
Ze citeert Eleos-seksuoloog drs. P. M. Wagenaar. "Hij zei ons dat zo'n mededeling rouwverwerking met zich meebrengt. Dat is zo. Je kunt het niet makkelijk accepteren. Waarom jouw kind? Soms voelde ik opstand. Waarom moet het zo?"
Gert: "Ik had graag iets anders willen vertellen. Ik schaamde me hierover en wilde jullie sparen voor de schok die het zou teweegbrengen."
Zijn moeder: "Het betekende een schok voor ons, maar het was voor mijn man en mij duidelijk dat Gert hier erg mee worstelde."
Gert: "Ik was bang voor afwijzing."
Moeder: "Dat hadden we nooit gedaan. Je bent en blijft ons kind. Als je invalide was geweest, hadden we het ook moeten accepteren. Gert is voor ons Gert gebleven."
Gerts broers en zus weten tot vorig jaar niet van Gerts homofiele gerichtheid. Moeder: "Maar zijn zus vermoedde het al langer. Ze zei: Zeg het maar: Hij is homo."
De pastorale opvang van het gezin komt niet goed op gang. Moeder: "Er zijn niet meer dan twee, drie gesprekken geweest met een van de predikanten. Voor hem was de problematiek relatief nieuw en redelijk complex."
Gert heeft ook een paar gesprekken met de organisatie Evangelische Hulp Aan Homofielen, tegenwoordig Different Nederland. "Daaruit bleek dat ik veel met mijn moeder ben opgetrokken. Daardoor heb ik mijn mannelijke kant minder ontwikkeld, waardoor ik nu meer behoefte heb aan liefdesrelaties met mannen."
Uithuisplaatsing
Hulpverleners van de SGJ en het inmiddels ingeschakelde Eleos concluderen dat het mede vanwege de situatie thuis beter is dat Gert in een pleeggezin wordt geplaatst. Dat gebeurde nu drie jaar geleden. Voor zijn ouders was dit moeilijk. Zijn moeder: "We konden aan familie niet vertellen wat Gert scheelde én hij was de derde die in korte tijd uit huis ging. Ik ben mede hierdoor overspannen geworden. Gert en ik hebben altijd een goede band met elkaar gehad. Die werd toen doorgesneden. Vlak voor de uithuisplaatsing heb ik gezegd dat ik op dat moment geen toestemming meer zou hebben gegeven."
In de nieuwe situatie bloeit Gert op. "Er was in die plaats een grote jeugdvereniging. Daar voelde ik me thuis en kreeg ik gemakkelijker contacten." In het gezin zelf ging het iets minder. "Ik kwam bij een jong, prestatiegericht gezin met weinig pleegzorgervaring. Ook de pleegzorgbegeleider stelde mij leerdoelen. Maar ik toonde weinig initiatief en was laks met leren. Ik wilde alleen maar daar wonen. Toch ben ik in dat gezin meer in evenwicht gekomen."
Maatschappelijk gaat het Gert niet voor de wind. Hij wordt niet toegelaten op de kunstacademie. Dat valt samen met zijn vertrek uit het pleeggezin, na krap een jaar. Daarop vertrekt Gert naar een huis van de SGJ waar hij gedurende anderhalf jaar begeleid zelfstandig leert wonen. Tegelijkertijd volgt hij het basisjaar van de Evangelische Hogeschool. Daarna doorloopt hij de propedeuse van een kunstacademie, maar hij mag die opleiding niet vervolgen. Sindsdien is hij, op enkele uren per week na, werkloos.
Eenzaamheid
Sinds april dit jaar woont hij op kamers. "Ik heb nog drie maanden begeleiding gehad, maar ik doe alles zelf: koken, kleren wassen, schoonmaken. Wel voel ik me regelmatig erg eenzaam. Ik kerk in een gereformeerdebondsgemeente. Terwijl veel gezinnen zondagsmorgens na de kerk gezellig koffiedrinken, ben ik alleen. Er is een kleine jeugdvereniging. Daar werden met grote regelmaat negatieve opmerkingen over homo's gemaakt. Dat werd ik zat. Ik heb hun verteld dat ik ook zo ben. Ze hebben voor hun opmerkingen hun excuses aangeboden. Sindsdien gaan ze respectvol met mij om."
Gert stoort zich aan het eenzijdige beeld dat sommigen van homo's hebben. "Ze zouden alleen vrouwelijk of nichterig zijn. Ook zouden homo's vies zijn. Die weerzin ontstaat door de gedachte aan seksueel verkeer tussen mannen, maar komt in werkelijkheid vaak voort uit een superioriteitsgevoel van heteroseksuele mannen."
De eenzaamheid blijft echter knellen. "Ik heb geen vrienden met wie ik alles kan delen. Op de jv heb ik oppervlakkige contacten. Dat ik altijd alles alleen zal moeten blijven doen, lijkt me heel zwaar."
Dat baart ook zijn moeder zorgen. "Zijn eenzaamheid en anderszijn grijpen mij erg aan. Ik heb zorgen over nu, maar nog veel meer voor later, als mijn man en ik er niet meer zijn. Gert weet niet goed hoe vriendschappen ontstaan. Ik zeg soms tegen hem: De mensen komen niet naar je toe."
Toekomst
Gert heeft geen flauw idee hoe zijn leven er over twintig jaar uitziet. "Ik hoop iets meer mezelf te kunnen zijn. Dat een homo gewoon zou kunnen zeggen dat hij een jongen leuk vindt. Misschien is het dan wel veel makkelijker om te vertellen dat je homofiel bent."
Sommige homofielen zijn getrouwd met een vrouw en hebben ook kinderen. Dat is niet alleen het geval met "Jeroen" (RD, 29 oktober 2004), maar ook met Dirk-Jan Westeneng uit de EO-documentaire (9 november 2004). Gert moet daar niet aan denken. "Ik heb altijd een afkeer gehad van de heteroseksuele romantiek rond "huwelijk, huisje, boompje, beestje", omdat ik dit samenzijn als homo niet mag beleven. In principe blijf ik celibatair. Maar mijn visie kan omslaan. Ik ben er nog niet uit. Mocht ik op grond van de Bijbel ervan overtuigd raken dat een christen wel een homoseksuele relatie mag hebben, dan denk ik dat ik toch alleen zou blijven. In ieder geval voor een lange tijd. Want ik zou bang blijven voor onbijbels handelen en in verwarring zijn over wat God met mijn leven voor heeft. Voorlopig wil ik bij de dag leven. Hoewel mijn seksuele gerichtheid een nadrukkelijke plaats in mijn leven inneemt, bestaat mijn leven uit meer dan dat."
Hoe zou u het vinden als uw zoon met een vriend thuiskwam?
Gerts moeder: "Als je heel dicht bij zo'n probleem staat, begrijp je zoiets eerder. Ik sta nu op het standpunt: je mag wel homofiel zijn, maar het niet uitleven. Maar waarom zou een vriend als kameraad niet kunnen? Mijn dochter gaat ook vaak met vriendinnen op pad en daar zoekt ook niemand iets achter."
Wat is de relatie tussen je geloof en je homofiel zijn?
Gert: "Ik ervaar mijn gelijkgerichte seksualiteit niet vaak als een zwaar kruis. Dat dank ik aan God, Die in Zijn liefde mij de ergste pijn wil besparen en mij ruimschoots kracht geeft om mijn gerichtheid te dragen. Ik heb nooit gebeden om verandering van mijn gerichtheid; meer om kracht en wijsheid om die te kunnen dragen en er op een goede manier mee om te gaan. Ik weet niet of God wil dat mijn gerichtheid verandert. Mijn gevoelens zijn heel authentiek.
Misschien lijkt het alsof het helemaal niet zo moeilijk is om als christen homo te zijn. Niets is minder waar. Natuurlijk ervaar ik soms ook de pijn en eenzaamheid van het niet mogen toegeven aan mijn diepste verlangens. Tijdens die momenten kan niemand en niets mij troost bieden en mijn pijn verzachten. Aan de andere kant hebben -juist vanwege het feit dat ik deze gevoelens heb- gebed en bijbellezen voor mij persoonlijk betekenis gekregen. Dit omdat ik een probleem heb dat ik niet alleen kan oplossen. Het lijkt erop dat God deze gerichtheid heeft gebruikt om mij een persoonlijke relatie met Hem te laten krijgen."
Zou het goed zijn als er een reformatorische vereniging voor homofielen komt?
"Ik denk dat dit een goede zaak zou zijn. Refohomo's zouden hun moeilijkheden kunnen delen en herkenning en steun vinden bij elkaar. Ook kan zo'n vereniging een stuk van de eenzaamheid, die velen ervaren, compenseren. Dat leden op elkaar verliefd worden, moet zeker niet worden gestimuleerd, maar dat risico mag geen obstakel zijn voor het oprichten van een vereniging. Bovendien heeft iedereen daarin zijn eigen verantwoordelijkheid."