Marnix rent voorop, Jip -aan de lijn- springt gewillig mee. Het jochie, dat volgens zijn groepsleidster dwangmatig gedrag vertoont, gebaart wild en stoot enthousiaste geluiden uit. Hij wenkt naar een paar mannen op een heftruck die op het terrein aan het werk zijn. Kijk, kom, maakt Marnix -hij kan maar vier woorden zeggen- hen duidelijk. Het voertuig maakt een zwenk en rijdt dan richting kind en hond.
„De opkomst van dieren in de zorg vind ik een gezonde ontwikkeling”, zegt Koudijs. „Kinderen en dieren trekken elkaar altijd aan. Als we met de groep naar het bos gaan, elke maandag, willen ze stuk voor stuk graag een hond van een voorbijganger aaien.”
Jip en zijn baasje Monique Fabius (38) uit Benthuizen zijn actief voor Stichting ZorgDier Nederland. Ze zijn een bijzonder team, zegt oprichter Jan van Summeren. Fabius en Jip werken niet structureel voor ZorgDier, in tegenstelling tot andere koppels. Die laatsten bezoeken regelmatig een zorginstelling. Bewoners kunnen dan met het dier -meestal een hond- knuffelen, spelen en wandelen. In veel gevallen heeft het dier therapeutisch nut. Dan borstelt de cliënt bijvoorbeeld een hond en oefent daarmee zijn fijne motoriek.
Sceptisch
Fabius en Jip doen bijzondere klussen. Het stel is een kleine twee maanden geleden nog op locatie Stenia geweest om te figureren voor een promotiefilm. Daarnaast deden de twee in 2005 mee aan een onderzoek van Universiteit Utrecht naar het effect van dieren in de psychiatrie.
Het idee voor zo’n studie ontstond in Amerika. Van Summeren zag daar hoe huisdieren ouderen en andere zorgvragers opfleurden. „Maar”, zegt Van Summeren, „als je in ons land vertelt dat het in Amerika prima werkt, is de reactie vaak wat sceptisch.” Voor een wetenschappelijk steuntje in de rug belde hij naar Universiteit Utrecht. Met succes.
Fabius en Jip kwamen voor het onderzoek wekelijks naar Stenia. Voor Marnix is Jip dus geen onbekende. „Is Jip er weer, zoals nu, dan is het als vanouds”, constateert zijn groepsleidster Koudijs.
„In het begin was Marnix meer op mij gericht dan op Jip”, zegt Fabius. Opmerkelijk, volgens Van Summeren, want cliënten trekken meestal juist meer naar het dier toe. Dat bleek uit andere onderzoeken van Universiteit Utrecht. Een groep verstandelijk beperkte ouderen die bezoek kreeg van een vrijwilliger met hond was gemotiveerder en vrolijker dan de groep die bezoek kreeg van alleen een vrijwilliger.
Fabius heeft wel een verklaring voor de uitzondering. „Ik werk met doven en kan Marnix’ gebaren dus goed begrijpen.” Overigens is ook Jip opgevoed met gebarentaal -een hond praat niet, dus spreek je hem ook niet met woorden aan, vindt Fabius- en dat komt nu goed van pas. Marnix en Jip begrijpen elkaar feilloos. Geen streng ”zit!” als de hond moet zitten, maar een stille wenk.
Elk kind reageert verschillend op Jip, merkt Fabius. „Een spastisch meisje was in het begin doodsbang. Ik had vaak een kleed bij me, waar Jip op lag. Nadat ik een paar keer was geweest, ging het meisje bij onze komst uit zichzelf op het kleed liggen.”
„Het was een heel nieuwsgierig kind”, zegt Koudijs. „Maar zo’n bezoekje van een hond paste niet in de structuur die ze gewend was. Samen met ons heeft ze toch dat stapje kunnen maken om haar angst de baas te worden. Dat is een overwinning.”
Albert Heijn
Het ene kind wil de hond vooral aanraken, het andere vindt het prachtig iets te verstoppen en de hond te laten zoeken. „Je kijkt naar het kind, maar ook naar de mogelijkheden van de hond”, zegt Fabius, zelf groepsleidster van een behandelgroep met dove puberjongens. „Doordat ik met kinderen werk, kan ik hen goed inschatten, beter dan iemand die bij de Albert Heijn achter de kassa zit, denk ik.” Van Summeren knikt bevestigend. „Als een instelling met ons in zee wil, praten we altijd uitgebreid over het profiel van de vrijwilliger.”
Buiten geniet Jip van het frisse gras, nog iets nat van de dauw. Hij rolt op zijn rug, om en om. Marnix neemt zijn kans waar, pakt Jips bal en rent weg. Met zijn schat in de hand maakt hij eerst een rondje om een oude boom, midden op het terrein. „Ik snap zijn logica soms niet helemaal”, lacht Fabius. Jip wacht rustig af wat Marnix van plan is. Die legt de bal achter de boom. „Ja!” roept het jochie.
Tijd voor Fabius om in te grijpen, want met Marnix vlak naast de bal wordt het voor Jip wel erg gemakkelijk. „Kom Jip, hier blijven”, wenkt ze. Pas als Marnix zich uit de voeten heeft gemaakt, schiet Jip als een pijl weg.
Dat dieren een positieve rol in de zorg spelen, staat voor zowel Van Summeren als Fabius vast. „Uiteindelijk zie je dat vaak in kleine dingetjes”, zegt Fabius. „Op mijn werk is iemand met een zware vorm van ADHD. ’s Morgens is hij met geen mogelijkheid uit bed te krijgen. Maar neem ik Jip mee, dan springt-ie er met een smile uit.” Met enige zelfspot: „Jip krijgt dus meer voor elkaar dan ik. Dat is heel frustrerend.”
Van Summeren herkent dat. „Ik denk aan een vrouw in een oudereninstelling in Nijmegen. Als ze in een psychose raakte, waren haar medicijnen heel moeilijk toe te dienen. Het tehuis heeft toen een oproepsysteem ontwikkeld: raakte ze in een psychose, dan werd een vrijwilliger met haar Duitse dog opgepiept. Als dat beest bij haar was, ging de psychose zo voorbij.”
Dus hoe meer baasjes met hun huisdier een zorginstelling binnen stappen, hoe beter? Van Summeren schudt zijn hoofd. „Zelf op pad gaan, dat is heel erg link. Ik heb zelfs gehoord van kynologenclubs die met gedragsgestoorde honden trainden op een grasveld van een tehuis en in ruil daarvoor elke week bewoners bezochten. Met probleemhonden nota bene!”
Andere instellingen schaffen een eigen afdelingshond aan. Onverantwoord, oordeelt Van Summeren, en dan vooral voor het beest in kwestie. „Een hond is een roedeldier en heeft één baas nodig. Zo’n dier wordt in een instelling op den duur zelf gedragsgestoord. Met alle gevolgen van dien.”
Kortom, de werkwijze van ZorgDier is „de enige veilige aanpak.” Van Summeren: „We praten met alle betrokkenen en bieden een integrale aanpak.” De koppels krijgen een opleiding van vijf dagen. „Daarvoor hebben we professionele docenten. Ook acteurs werken mee, maken bijvoorbeeld spastische bewegingen om te zien hoe de hond reageert.”
Voor Jip is inmiddels niets te gek. Hij is met drukte opgegroeid, want hij bracht zijn jongste jaren tussen Tsjechische pubers door. Fabius werkte toen met die doelgroep en nam haar hond altijd mee. Ook het dolle, levendige gedrag van Marnix laat hem koud. Het dier doet vrolijk mee, maar is Marnix later op de ochtend weer in zijn schoolklas afgeleverd, dan slobbert Jip rustig uit zijn blauwplastic drinkbak. Alsof er de hele dag nog niets is gebeurd.
Gek met dieren
Honden en katten in de zorg? Haren op de vloer – dat is het eerste waar veel mensen aan denken. Zo niet Stichting ZorgDier Nederland, medeorganisator van een congres over huisdieren in de psychiatrie dat dinsdag in de Amsterdamse dierentuin Artis plaatsheeft onder de naam ”Gek met dieren!”
ZorgDier Nederland, actief sinds 1993, maakt zorginstellingen enthousiast voor activiteiten of therapieën met dieren en leidt koppels van mens en dier in vijf dagen op. Ook de zorgstaf krijgt een cursus. Huisdier en baasje worden bovendien elke twee jaar geëvalueerd. Want zowel baasje als beestje kan veranderen.
In Nederland zijn zestig ZorgDierteams actief in zes huizen, meest voor ouderenzorg. De stichting is onlangs haar eerste project gestart voor mensen met verstandelijke beperkingen. Streven is om volgend jaar in tien nieuwe instellingen te beginnen.
De meeste huisdierbaasjes die actief zijn binnen ZorgDier zijn vrouw. De gemiddelde leeftijd ligt tussen de 25 en 40 jaar, maar de leeftijdsgrenzen die de stichting hanteert zijn ruimer. De minimumleeftijd is 16 jaar, een bovengrens is er niet. Wel moet het dier, in de meeste gevallen een hond, minimaal een jaar in het bezit zijn.
Het zwaartepunt voor ZorgDier ligt op dit moment bij het werven van instellingen en fondsen. Zorginstellingen staan vaak voor een drempel omdat aan de start van een ZorgDierproject kosten zijn verbonden. De opleiding van een vrijwilliger kost 1000 euro en de stichting werkt zonder overheidssubsidie. Vrijwilligers zijn er genoeg, er staan verspreid door het hele land al 200 mensen op de wachtlijst.
Op dit moment werkt de stichting aan een promotiefilm, waarmee zij het land in wil trekken. Daardoor moeten managers en bestuurders ook enthousiast worden en niet alleen activiteitenbegeleiders, zoals nu vaak het geval is.
Meer informatie: www.zorgdier.nl.