In veel opzichten is Rotterdam de geboortegrond van dit debat. Het was in deze stad dat Pim Fortuyn voor het eerst scherpe kritiek uitte over de participatie van allochtonen in de samenleving. In Rotterdam is het scherpe contrast in de maatschappij tussen een blanke gegoede bovenlaag wonend in de buitenwijken en de allochtone armere onderlaag uit de oude stadswijken het duidelijkst te zien.
Ik loop van de Schiedamseweg naar de Nieuwe Binnenweg. Deze bekendste winkelstraat van Nederland heeft verschillende reputaties gehad. In de jaren twintig van de vorige eeuw was het een Jeruzalem van het Westen. Door de toestroom van veelal Zeeuwse christenen kon er bijna deur aan deur huisbezoek worden gedaan in deze straat.
De derde en de vierde generatie van deze Zeeuwse emigranten is ingeruild door een ander soort emigranten. De nazaten van de bewoners uit het begin van de vorige eeuw zijn inmiddels neergestreken in de omringende dorpen. De stad wordt nu voornamelijk bevolkt door mensen met een grote verscheidenheid aan culturele achtergronden, met minder opleiding en minder inkomen. In de kernen om de stad heen woont een minder gemengde elite. Doordat beide bevolkingsgroepen zich terugtrekken op hun eigen veilige bekende gebied, vindt geen uitwisseling meer plaats. Daardoor neemt aan beide kanten het gevoel van onbegrip toe. Het ontstane gevoel voor onveiligheid wordt in het isolement versterkt.
Doordat bevolkingsgroepen zich terugtrekken in het eigen woongebied, vindt er geen culturele uitwisseling meer plaats. Maar wil men gehoor vinden voor eigen ideeën, dan is een publiek onontbeerlijk. Het antwoord op isolement is daarom geen verdere terugtrekking, maar een dialoog.
De stad speelt een cruciale rol in het overleven van een cultuur. Want de stad is de plaats waar gedachten over cultuur, politiek, geschiedenis en maatschappij worden uitgewisseld. Als elke groep zich terugtrekt op het eigen grondgebied, ontstaat onbegrip. Met als gevolg dat groepen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Van een samenleving in de eigenlijke betekenis van het woord kan zo geen sprake zijn.
Op de Schiedamseweg in Rotterdam is een veelvoud aan islamitische slagers gevestigd. Er zijn Turkse groentewinkels, Kaapverdiaanse toko’s, er is de shoarmazaak El Aviva. Een eindje verderop runt Nataniel Gomes de kapsalon Tati. Nataniel gaat regelmatig naar El Aviva om zijn zelfbedachte lievelingsgerecht te bestellen: een combinatie van shoarma, patat, gesmolten kaas, sla, komkommer, tomaat, knoflooksaus en sambal. Klanten van de kapsalon zagen Nataniel Gomes dit gerecht met smaak eten. Ze vroegen hem waar je het kon bestellen, waarop Gomes hen naar El Aviva verwees. Hij legde uit dat ze maar moesten vragen naar een ”shoarma kapsalon”. Bij wijze van proef zette eigenaar Turgut van El Aviva het gerecht op de kaart. Inmiddels wordt het gerecht door allochtoon en autochtoon met smaak gegeten. Van België tot Frankrijk en van Rotterdam tot Turkije.
Op dit moment heeft nog niemand bezwaar gemaakt tegen nieuwe culturele invloeden in de keuken. Maar wie eens een shoarma kapsalon wil proberen, zou ook een gesprek aan kunnen knopen met de waarschijnlijk islamitische verkoper. Misschien wel over het Brood des Levens.
De expositie ”Open City: Designing Coexistence” is tot 10 januari te zien in NAi, Museumpark 25, Rotterdam.