12-09-2008 10:05
| gewijzigd 12-09-2008 10:06
| Drs. Sarina Brons-van der Wekken
Vraag: Mijn dochter (4) is erg verlegen naar vreemden toe en durft hun bijvoorbeeld geen hand te geven. Ik vind het belangrijk dat kinderen fatsoen leren en ”dankjewel” zeggen als ze iets krijgen. Moet ik mijn kind daartoe dwingen als ze dit niet durft? Of komt het later vanzelf goed?
Voor dit meisje voelt het niet veilig genoeg om contact met vreemden te maken. Normaal is ze een lief, mededeelzaam en hulpvaardig kind; voor mensen die ze kent. Maar zodra het vreemden zijn, komt er niets meer uit haar.
Wat te doen? Is het verstandig om alleen dingen van haar te vragen die ze aandurft? Of moet je juist stimuleren dat ze dingen die ze niet durft toch doet, al is het maar uit goed fatsoen? Als ze eenmaal merkt dat groeten en bedanken helemaal niet eng is, is ze die hobbel ten minste over…
Natuurlijk is het belangrijk dat ouders van jongs af aan kinderen fatsoen inprenten en hierin consequent zijn. Maar dwang heeft mijns inziens totaal geen zin bij een bang kind.
Verlegenheid is angst voor onbekende mensen. Een verlegen meisje kan bij bekende personen dus een pittige tante zijn die haar mondje weet te roeren, maar datzelfde kind duikt weg zodra het tegenover vreemden staat. Die angst nemen opvoeders niet weg door contact te forceren. Een betere manier is uitnodigen tot contact en haar stapje voor stapje te laten ervaren dat contact positieve gevolgen heeft.
Vrij
Niet iedereen treedt de wereld even vrij tegemoet. Die verschillen mogen er zijn. Sommige kinderen hebben langer de bescherming van moeder of vader nodig en blijven lang afwachten.
Dat is voor ouders niet altijd even gewenst. Misschien vinden zij het lastig dat een kind nog zo aan de rokken van moeder hangt, waardoor die minder vrij is. Misschien willen de ouders dat hun kind spontaner en vrijer is. Anderen zullen het dan eerder leuk vinden; daar zijn ouders gevoelig voor.
Misschien willen ouders niet dat hun kind zo bedeesd is omdat ze zelf weten hoe lastig het is als je in contacten blokkeert en weinig durft. Want het leven is veel gemakkelijker als je níét zo bang bent.
Hoe gek het ook klinkt, ouders helpen hun kind door te accepteren dat het een langere tijd nodig heeft om te ontdooien. Dat hoort bij het karakter van hun kind. Leg de lat niet te hoog door dingen van het kind te vragen waar het nog niet aan toe is. Dat vergroot zijn onzekerheid.
Leeftijd
De leeftijd speelt ook een rol. Hoe jonger een kind is, des te minder vertrouwd het is met de wereld om hem heen. Een jong kind zoekt de veiligheid van vader of moeder als die onbekende wereld te eng is. Zeker van een verlegen kleuter hoeven ouders nog niet te verwachten dat hij of zij gemakkelijk spreekt met mensen buiten het gezin.
Voor sommige kinderen is het nodig dat zij later extra begeleiding krijgen om hun sociale vaardigheden te trainen, maar dat is op vierjarige leeftijd niet aan de orde.
Ouders kunnen op een aantal punten letten om hun jonge kind te helpen de wereld vrijer tegemoet te treden.
- Plak niet het etiket ”verlegen” op het verlegen kind. Gebruik dat woord zelf niet in zijn bijzijn en laat ook anderen het niet zo noemen. De kans bestaat namelijk dat het kind zich naar dat etiket gaat gedragen. „Ik ben nu eenmaal verlegen, dus…” Zeg liever: „Ze durft dit nog niet.” Dat houdt in dat ze het later vast wel gaat durven.
- Laat het kind nooit in het bijzijn van anderen afgaan door openbaar kritiek op hem te hebben. Dat ligt zeer gevoelig. Bedank vreemden zo nodig in zijn plaats, maar val het kind nooit af.
- Gebruik geen dwang om het kind iets te laten doen wat het niet durft. Als lastige situaties niet te voorkomen zijn, bied dan de nodige bescherming en bereid het kind er zo veel mogelijk op voor. Bespreek welke onbekende situaties en mensen het kan tegenkomen.
- Benoem de gevoelens van onzekerheid. „Je vindt het best eng, hè, om de mevrouw van de winkel te bedanken voor het plakje worst. Dat snap ik best. Je kent haar eigenlijk niet echt goed. En misschien weet je ook niet goed wat je moet zeggen.” „Je durft niet goed de visite een hand te geven als je naar bed gaat. Iedereen kijkt dan naar jou.”
- Praat over gevoelens van angst en leer het kind te verwoorden wat het moeilijk vindt.
- Nodig het kind uit om anderen te groeten of te bedanken. Benoem dat anderen het leuk vinden als het dit doet. „Het was aardig van die mevrouw dat zij jou wat gaf. Het is fijn als jij haar daarvoor bedankt. Hoe wil jij dat de volgende keer doen?”
- Geef voorbeelden van wat je kunt zeggen. „Als je nog een keer iets van haar krijgt, kun je ”dank u wel” zeggen.”
- Bedenk dat je zelf het belangrijkste voorbeeld bent, dus zorg ervoor dat goed zichtbaar is hoe u contact met vreemden maakt. Praat daar ook over: „Zag je hoe leuk die mevrouw het vond dat ik iets aardigs tegen haar zei? Mensen vinden het leuk als je tegen hen lacht of ”goedemorgen” zegt.”
- Creëer situaties waarin het kind gedoseerd kan oefenen en het niet wordt overrompeld door te veel onbekende dingen. Oefen eventueel met zijn tweeën. „Je bent misschien alweer vergeten wat je kunt zeggen als we weer in die winkel komen. Weet je wat? Ik doe alsof ik de mevrouw ben en ik geef jou een plakje worst. „Alsjeblieft!” „Dank u wel.””
- Geef complimenten voor elke kleine overwinning die het kind boekt.
- Bescherm niet te veel. Bij oudere kinderen bestaat het gevaar dat ouders dingen voor hen blijven oplossen wanneer ze iets niet durven. Het is beter om samen manieren te zoeken om de angst te overwinnen en zo het doel toch te bereiken. Durft uw zoon zijn bal waarmee andere kinderen aan het spelen zijn niet terug te vragen? „Ik loop met je mee en dan vraag jij het, oké?”
- Probeer het gevoel van eigenwaarde bij het kind te versterken. Benoem zijn sterke kanten. Het vergroot zijn zelfvertrouwen als het bezig kan zijn met wat het leuk vindt en goed kan. Laat ook merken dat u onvoorwaardelijk van uw kind houdt en blij met hem of haar bent.
Sarina Brons-van der Wekken is psychologe en moeder van drie kinderen.
Tips:
- Accepteer dat een verlegen kind langere tijd nodig heeft om te ontdooien.
- Vraag geen dingen waar het nog niet aan toe is.
- Plak niet het etiket ”verlegen” op het kind.
- Heb nooit kritiek op het kind in het bijzijn van anderen.
- Bereid het kind voor op lastige situaties en onbekende mensen.
- Geef zelf het goede voorbeeld in contacten.
- Geef complimenten voor elke kleine overwinning.
- Bescherm niet te veel.
- Versterk het gevoel van eigenwaarde.